Advies aan Leers: inburgering als factor voor asiel

Goede integratie in een lokale gemeenschap zou een reden moeten kunnen zijn om uitgeprocedeerde vreemdelingen toch een verblijfsvergunning te geven. In zo’n geval zou die gemeenschap ook bereid moeten zijn „verantwoordelijkheid te nemen” voor de vreemdeling. Daarvoor pleit de Adviescommissie Vreemdelingenzaken vandaag in een advies aan minister Gerd Leers (Immigratie en Asiel, CDA).

Nu speelt de mate van inburgering in Nederland geen rol bij het toepassen van de zogenoemde discretionaire bevoegdheid van de minister. Daarmee kan Leers, ook als een asielzoeker is uitgeprocedeerd, toch een verblijfsvergunning verlenen. Maar alleen als sprake is van „schrijnende individuele omstandigheden”.

Leers had zelf om dit advies gevraagd omdat hij in de samenleving onvrede bemerkte over de manier waarop hij zijn bevoegdheid inzet. Hij wil „een brug slaan” met gemeentelijke bestuurders.

Bij ondertekening van het regeerakkoord heeft Leers moeten beloven zijn discretionaire bevoegdheid „zeer terughoudend” toe te passen. Gedoogpartner PVV is mordicus tegen het gebruiken hiervan. De adviesaanvraag van de minister werd in maart door die partij dan ook met scepsis ontvangen: Kamerlid Sietse Fritsma sprak over „linkse burgemeesters” met „slappe knieën” die „mini-generaal pardonnetjes” gaan uitdelen. Leers moest zijn verantwoordelijkheid niet afschuiven, vond Fritsma.

De commissie stelt nu voor dat de minister een adviesorgaan in het leven roept dat hem kan bijstaan in het nemen van besluiten in schrijnende gevallen. Daarin zouden lokale vertegenwoordigers moeten zitten.

Volgens de commissie kan lokale invloed op de besluiten van de minister het draagvlak voor asielbeleid vergroten. Nu is het vaak zo dat mensen uit een lokale gemeenschap zaken aandragen bij de minister, omdat zij uitzetting onredelijk vinden.

Het is nog onduidelijk of de minister het advies zal overnemen. Zijn woordvoerder wil er nog geen commentaar op leveren.