Voor wie draai jij je stoel om? wie

Steeds meer (Onbekende) Bekende Nederlanders wagen zich aan de roman.

Hoe hoog ligt voor de (O)BN’er de literaire lat?

Léés die boeken nou eerst! Met die verzuchting door een uitgever eindigde dit voorjaar een giftig Facebookdebatje over de teloorgang van de Nederlandse literatuur. Aanleiding was de aankondiging van een reeks romandebuten van min of meer bekende Nederlanders, tot ongenoegen van een aantal min of meer bekende Nederlandse schrijvers. Was dit een knieval voor de markt? Want voor de meeste debutanten is hun onbekendheid de eerste en hoogste horde. Een slimme uitgever legt de literaire lat wat lager voor een debutant met publicitair kapitaal.

En zo verschenen er de afgelopen weken zes literaire debuten van schrijvers die in een andere hoedanigheid bekender zijn – al is Bekende Nederlander een overstatement, de meesten zijn wat in Rik Zaals Verlorenzoon.com een ‘OBN’er’ wordt genoemd, een Onbekende Bekende Nederlander. Behalve de journalist Zaal hebben we de cabaretiers Kasper van Kooten en Sara Kroos, oud-Elsevier-coryfee Gerry van der List, televisiepersoonlijkheid Arie Boomsma en Onno Bosma, de man van Ella Vogelaar.

Lezen dus, als onbevangen scout. Bij voorkeur volgens de Voice of Holland-methode, naar het programma waarin de jury met de rug naar de artiest toe oordeelt en dan uiterlijk onbevooroordeeld kan kiezen om de eigen stoel om te draaien. Hoe zit dat hier? Voor wie draai je je stoel om?

Het deelnemersveld valt in twee delen uiteen. Allereerst de late debutanten, om niet te zeggen: de ouwe kerels. Zaal (1945), Van der List (1961) en Bosma (1940) verdienden hun sporen in de journalistiek en uit hun debuten spreekt oprechte aandacht voor twee onderwerpen: maatschappij en midlifecrisis. Zo zijn de drie romans te zien als de voortzetting van de journalistiek met andere middelen: Bosma, Zaal en Van der List willen het Nederlandse populisme laten zien, en tonen hoe dat doorwerkt bij drie wat oudere mannen.

Bij Onno Bosma leidt dat in één moeite door tot een nieuw genre, de knipselmaproman. In De verzoeking van Johan Metsiers (De Arbeiderspers, € 19,95) volgt hij zo ongeveer alle maatschappelijke gebeurtenissen sinds 11 september 2001 vanuit het perspectief van de oud-communist Johan Metsiers, voor de tv of in gesprek aan de keukentafel. Metsiers is begaan met de Turkse huishoudster en erkent schoorvoetend dat bepaalde verboden gedachten van de Fortuynrevolte heimelijk de zijne zijn.

Ook Zaal en Van der List laten ergens hun hoofdpersonen de relatie tussen feit en fictie in hun roman aan de orde stellen, wat eerder een vertederend dan een verdiepend effect sorteert. Alsof ze dachten: zo hoort dat kennelijk in een roman.

In termen van de talentenjacht: bij De verzoeking van Johan Metsiers draai je niet snel de stoel om. Bij Verlorenzoon.com (Lebowski, € 19,90) van Rik Zaal zou je dat wel zomaar kunnen doen (en er spijt van krijgen, ook). Zaal komt namelijk eens in de zoveel pagina’s met een leuke observatie, maar het geheel is een merkwaardig baksel geworden: wat begint als literaire thriller wordt een politieke satire, een Lolita-variatie, een contemplatieve roadnovel en loopt dan dat rijtje genres weer terug af. Je hoopt dan dat het boek ‘al die dingen tegelijk is’, maar het boek zit zo rommelig in elkaar dat het eerder geen van alle is. Hooguit kun je uit het droeve lot van Herman Huizinga afleiden dat de babyboomers wegzakken in een moeras van futloosheid.

Onderhoudend schrijven is niet het grootste probleem voor deze debutanten, maar (net als voor gewone debutanten) het richting geven aan een goed verhaal. In de tweede helft van zijn Altijd november (Prometheus, € 17,95) lijkt Gerry van der List niet goed meer te weten hoe het verder moet met Peter van Rijswijk, een prototype van de ‘boze witte man’ die eindelijk durft op te staan tegen zijn politiek correcte omgeving. Het klinkt als de opmaat voor een voorspelbaar verhaal (niet draaien, in Voice of Holland-termen), en dat was het vast ook geworden als Van der List het niet zo fijn had opgeschreven. Hij laat zijn held foeteren op alles wat vrouw, allochtoon of intellectueel is, maar legt dat alles in de mond van een onhandige sukkelaar die je veel vergeeft. Hij is het type verlegen man dat een vrouw ziet, eindeloos twijfelt over een beginzin, en dan binnen de kortste keren die vrouw de les leest over, zeg, voorsteden. Dat gestuntel geeft Altijd november een laag van zelfspot, die veel verteerbaar maakt – en die je wat vaker op tv zou willen zien.

Aanvankelijk meen je ook bij Het wonderlijke leven van Jackie Fontanel (Querido, € 18,95) van Kasper van Kooten ironie te bespeuren, want de verteller van deze roman zet zichzelf neer als een geoliede clichémachine, in New York op zoek naar het gevoel dat zijn grootvader hem ooit bezorgde met diens verhalen over ‘Jackie Fontanel’. Helaas krijgt die naïeve begintoon geen tegenwicht in het vervolg. Van Kooten babbelt gezellig voort, laat zijn hoofdpersoon de werkelijkheid achter de fictie ontdekken (en vice versa) en komt af en toe met een twijfelachtige beeldspraak: ‘Toen het mijn beurt was om uit te stappen was ik even in de deuropening boven aan de vliegtuigtrap blijven staan, had mijn ogen gesloten en gevoeld hoe het leek of er een tube Nivea over mijn hele lijf uitgesmeerd werd. Alles werd zacht en weelderig.’ Met een beetje goede wil kun je Jackie Fontanel zien als de introductie van de Nivea-roman in Nederland.

Verrassend genoeg veel minder zalvend is Relishow (Prometheus, € 17,95), het debuut van de man met het grootste publicitaire kapitaal van het hele stel: Arie Boomsma. Een mannelijke variant van het type ‘all this and brains too’. Relishow is een soort combinatie tussen de boeken van Van der List en Van Kooten. Boomsma presenteert een even naïeve hoofdpersoon als die van Jackie Fontanel, maar zet hem zo geestig af tegen zijn omgeving dat de roman steeds onder een zekere spanning blijft staan – al heeft ook Boomsma moeite met het afwikkelen van het verhaal.

Boomsma’s schepping is de tv-evangelist Barnabas Holee, een man die erin slaagt half Nederland met zijn poppy religiositeit aan zijn voeten te krijgen, en de liefde van Jezus ‘bij voorkeur fysiek’ deelt. Op het toppunt van zijn roem wordt Holee benaderd door een bouwmarkt die hem – in lendendoek – wil inzetten in een campagne voor een nieuw soort spijker: ‘De Neel, omdat sommige dingen eeuwig moeten blijven hangen.’ Boomsma suggereert het hele boek door dat Holee wel een opportunistische oplichter is, maar tegelijkertijd houdt hij de mogelijkheid open dat deze ‘relihunk’ zelf gelooft in zijn eigen uitverkiezing. En dat je kunt geloven dat dat ook het wáár is.

Voor alle vijf hierboven besproken mannen geldt dat ze het in hun romans graag indirect en minder indirect over zichzelf hebben: Arie Boomsma is zelf domineeszoon en kwalificcert eenvoudig als ‘relihunk’, Kasper van Kooten doet aan toneel, Gerry van der List legde zijn hoofdpersoon stukken column in de mond, Rik Zaal ziet een documentairemaker als hij in de spiegel kijkt en Onno Bosma heeft vast ook in het echt dagelijks de krant gelezen. Belangstelling voor zichzelf als publiek fenomeen is ze niet vreemd.

Intussen is er nog een auteur over, cabaretière Sara Kroos. Haar boek is geen roman, maar een verhalenbundel, Doorkijk (L.J. Veen, € 14,95), waarin de ijdelheid van de vijf mannen ontbreekt. Kroos heeft het in haar boek niet over afsplitsingen van zichzelf, maar ze kijkt naar anderen en verzint daar korte verhalen bij. In het openingsverhaal kijkt de verteller een huiskamer binnen: ‘Ik zag een vrouw zitten in een ouderwetse bruinleren stoel, op een halve meter van de televisie. Een jongere man leek het huis wat op te ruimen.’ Waarna de verbeelding van de verteller begint te werken. Dat gebeurt vaak op een onbeholpen manier, door de nadruk die Kroos legt op het procedé van eerst kijken en dan verder verzinnen.

Daar staat tegenover dat wanneer de verbeelding van de schrijfster begint te werken, er prachtige miniatuurtjes ontstaan, meestal van maar een paar pagina’s lang. Zoals een pijnlijk afzwemverhaal waarin twee ouders elkaar dwarszitten terwijl hun zoon naar het A-diploma reikt. Vader begint te schelden op een meisje, tot diepe schaamte van de moeder: ‘Ze is zes!’ ‘Nou, dan kun je nog wel een kut zijn, je moet mijn zoon niet in z’n gezicht trappen met de beenslag.’ Waarna Kroos de blikken en de stilte in al hun pijnlijkheid uitmeet tot aan het moment waarop vader en zoon samen veel te veel patat gaan eten.

Zo staan er zeker tien verhaaltjes in Doorkijk die laten zien dat Sara Kroos niet alleen publicitair kapitaal bezit, maar ook literair kapitaal. Waarmee je meteen aanlandt bij het probleem van het multitalent: want ‘af’ als schrijfster is ze niet. De vraag is vooral of Kroos de tijd krijgt en neemt om tot wasdom te komen – of dat de roep van het podium overtuigender is.