Vakcentrale moest worden opgeknipt, al mag je het niet zo noemen

De FNV-bondsvoorzitters begonnen hun crisisoverleg met samen eten uit grote schalen. De organisatie van de vakcentrale moet anders, zegt mediator Han Noten. „Denk eens aan een bond voor schoonmakers.”

3-12-2011 Dalfsen Nederland De voorzitters van de vakcentrale FNV zijn in overleg bijeen in congrescentrum 'Mooirivier'. Na het crisisberaad wordt bekendgemaakt dat er een nieuwe vakbond opgeet wordt. Op de achtergrond staat Gerrit van der Kolk te overleggen met Herman Wijffels terwijl Agnes Jongerius (herkenbaar aan de rode shawl) naar de garderobe loopt. foto Herman Engbers

Eppo König

In de schemering fietsten afgelopen vrijdag twee verkenners door de Overijsselse bossen. Ze gingen vooruit naar café-restaurant Kappers in Hoonhorst en speelden daar, voor het eerst in jaren, een potje biljart. De ene was PvdA-senator Han Noten, de ander CDA’er Herman Wijffels, oud-voorzitter van de SER en oud-topman van de Rabobank en de Wereldbank.

Noten: „Ik had het idee dat ik aan het winnen was. Maar Herman moet niet te veel oefenen.”

In Dalfsen, drie kilometer verderop, glipten de voorzitters van de negentien FNV-bonden ondertussen de achterdeur van hotel Mooirivier uit om de verzamelde pers te ontlopen. „Een beetje giechelig” liepen ze langs de Vecht door de weilanden naar Hoonhorst. Daar werden ze ontvangen door Noten en Wijffels die waren aangesteld om de bestuurscrisis te onderzoeken binnen de FNV, Nederlands grootste vakcentrale met 1,4 miljoen leden.

„We hadden dit deel van het programma ‘De Ontmoeting’ genoemd”, zegt Noten, burgemeester van Dalfsen. De verdeelde FNV-voorzitters zaten aan tafels van vijf en aten uit grote schalen: rode kool met stoofvlees en een vegetarische variant. „We wilden dat ze elkaar het eten aanreikten. Alles moest kloppen. Herman, mijn vrouw en ik zijn alle drie systeemtherapeut, vandaar.”

Notens echtgenote Dorothé assisteerde Wijffels in het proces. Zij en Noten geven samen organisatieadvies. „Toen Herman ondersteuning vroeg, heb ik hem mijn vrouw aangeboden.”

Een etmaal crisisoverleg later maakten de verkenners zaterdag bekend wat al deels was uitgelekt. De FNV en de negentien bonden die zij overkoepelt, moeten opgaan in een nieuwe organisatie (werktitel: De Nieuwe Vakbeweging). Zonder Agnes Jongerius en zonder Henk van der Kolk, de voorzitters van respectievelijk de vakcentrale en FNV Bondgenoten die rond het pensioenakkoord onverzoenlijk tegenover elkaar stonden.

Langer doorwerken tegen een onzekerder pensioen was onverteerbaar voor de radicalere leden van Bondgenoten. Onder druk van zijn achterban begon Van der Kolk na het akkoord in juni een felle campagne tegen het ‘casinopensioen’. Ook na toezeggingen van minister Henk Kamp van Sociale Zaken (VVD) bleef de voorzitter van de grootste FNV-bond, bekend als eigenwijs en vasthoudend, tegen. Zo leek de strijd te escaleren tot een persoonlijke vendetta met Jongerius, die de steun voor zowel het akkoord als haar eigen positie zag afbrokkelen.

Noten: „Zaterdag om half vijf, aan het eind van de dag, heb ik Agnes Jongerius voorgelegd: als journalisten je straks vragen wie de voorzitter moet worden van die nieuwe vakbeweging, wat zeg je dan? ‘Ik niet’, zei ze. ‘En ik ook niet’, zei Henk van der Kolk daarop. Uit zichzelf, al had hij me dat telefonisch al een keer gezegd.” Was Jongerius aangebleven, dan had Noten dat „volmaakt onlogisch” gevonden. „Dat zou onverkoopbaar zijn. Nieuwe beweging, nieuwe mensen.”

Jongerius en Van der Kolk treden niet direct af. Mogelijk helpen ze mee om de vernieuwing in gang te zetten – als de bondsraden tenminste instemmen met de plannen. Denken dat de bestuurscrisis binnen de FNV zich rond één vrouw en één man concentreert, is „naïef en onnozel”, vindt Noten. „Het is veel breder. Het gaat om negentien voorzitters die geen vertrouwen in elkaar hebben. Het gaat om het volledige bestuurlijke systeem.”

De hele zaterdag in Dalfsen, van half tien tot half vijf, hebben de verkenners volgens Noten gepraat over het grootste en oudste probleem van de FNV: de scheve machtsverhouding tussen enerzijds de vakcentrale en de negentien aangesloten vakbonden en anderzijds die tussen die bonden onderling.

De vakcentrale overlegt op nationaal niveau met het kabinet en werkgevers over grote thema’s als het pensioenstelsel en de sociale zekerheid. De vakbonden onderhandelen alleen op decentraal niveau met werkgevers over de cao’s: de lonen en de arbeidsvoorwaarden.

Verder verschillen de bonden binnen de FNV sterk van grootte. Er zijn kolossen als Bondgenoten (476.000 leden) en Abvakabo (360.000 leden) en kleintjes als FNV Sport en de Vereniging van Contractspelers met een paar honderd leden. Qua ledenaantal vertegenwoordigen Bondgenoten en Abvakabo gezamenlijk meer dan de helft van de FNV. Maar qua stemverhouding hebben ze geen absolute meerderheid in het hoogste orgaan, de Federatieraad.

„Het is een volstrekt onevenwichtige machtsverhouding die geen mogelijkheid tot vernieuwing biedt”, zegt Noten. „De laatste tien jaar zijn de bonden alleen bezig geweest om het verlies te beperken, om de afkalving van de verzorgingsstaat tegen te gaan. Dat is ook geen fijne boodschap aan de buitenwereld: we hebben de achteruitgang vertraagd, maar het had nog erger gekund. Zo bouw je geen vakbeweging op.”

De achterban van de bonden is vergrijsd en daarmee behartigen de bonden vooral de belangen van ouderen, zegt Noten. „Jongeren ontbreken. Wie er niet is, speelt niet mee.”

De organisatie van De Nieuwe Vakbeweging moet anders. „Van onderaf”, zegt Noten. „We noemen het ook bewust een vakbeweging. Een vakorganisatie klinkt autoritair, als iets van vroeger.”

Het uitgangspunt wordt de „diversiteit en pluriformiteit” van de werknemers in Nederland. Er moeten nieuwe bonden komen per beroepsgroep of beroepssector die herkenbaar zijn voor leden. Ook de twee andere vakcentrales in Nederland, CNV en MHP, zijn via de media uitgenodigd om zich aan te sluiten. „Denk aan een bond voor schoonmakers”, zegt Noten. „FNV Bondgenoten bijvoorbeeld omvat zowel de supermarkten als de banken en de metaalindustrie. Die mensen zien er anders uit. Die denken anders.”

Met het opknippen van de bestaande grote bonden zou de macht binnen de vakbeweging gelijkmatiger verdeeld worden. Al wil Noten niet van ‘opknippen’ spreken. „Dat vind ik een heel naar woord. Dat is vernietigen, dat is destructief.” Net zo noemt hij De Nieuwe Vakbeweging liever geen overkoepelende vakcentrale. Dat ligt gevoelig bij de bonden. „Er is wel gesproken over een ‘schil’ of ‘nevengeschiktheid’.”

Officieel wordt De Nieuwe Vakbeweging een ‘gewone’ vakbond waar je rechtstreeks lid van kunt worden. Maar in de praktijk krijgt deze beweging dezelfde taken als de vakcentrale – en een beetje meer. Net als nu zal de vakbeweging het landelijke overleg voeren met het kabinet en de werkgevers. Wel zouden er minder thema’s zijn waarover de beweging mag overleggen en zou haar zeggenschap worden beperkt.

Tegelijkertijd mag zij ook nieuwe bonden oprichten en concurrentiegeschillen tussen bonden beslechten. „Postbodes van Sandd vallen nu bijvoorbeeld onder Bondgenoten en die van PostNL onder Abvakabo. Een idiote situatie. De vakbeweging mag straks zeggen wie waarheen verhuist.”

Als de bondsraden instemmen, moet nog veel worden uitgewerkt. Een rapport hebben de verkenners bewust niet opgesteld, beweert Noten. „Als je een conflict hebt en je zet dingen op papier, dan krijg je ruzie over wat er staat. Zo werkt het.”

    • Eppo König