Ook de grond was niet stevig in Heerlen

Hoe kan een winkelcentrum in Heerlen vijftig jaar na de bouw nog verzakken? Een slechte constructie? Ingezakte mijngangen? Gebouwd op een breuk in de Limburgse grond?

De bodem onder Zuid-Limburg wijkt in bijna alles af van die onder de rest van Nederland. Er dwars doorheen loopt een zeer uitgebreid gangenstelsel, een relict van de mijnactiviteiten in de vorige eeuw. Bij ’t Loon was de grond van zichzelf al niet zo stevig: het gebied waar winkelcentrum ’t Loon een halve eeuw geleden werd gebouwd, stond bekend als zó moerassig dat de kinderen uit Heerlen er van hun ouders niet mochten spelen.

’t Loon werd gebouwd in een periode dat heel Nederland een grote bouwput was. De vraag naar woon- en bedrijfsruimte was groot, mede door de economische bloei en de bevolkingsexplosie van net na de oorlog. Bij de bouw van het Heerlense winkelcentrum oefenden gemeente en projectontwikkelaar stevige druk uit om tempo te maken, volgens een van de architecten die bij de bouw betrokken waren. Complicerende factor was dat de aannemer failliet ging voordat het complex was opgeleverd.

Nu, bijna vijftig jaar na de opening, staat het winkelcentrum op instorten. ’t Loon, het oudste winkelcentrum van Nederland, wordt gesloopt. De vijftig winkeliers en de bewoners van de Homerusflat boven het winkelcentrum mochten gisteren even terug om persoonlijke spullen op te halen. De winkeliers moesten hun koopwaar achterlaten, in één van de drukste winkelweekeinden van het jaar.

De maandelijkse sirene om twaalf uur was vandaag rond ’t Loon niet te horen, om te voorkomen dat omwonenden zich ongerust zouden maken.

Hoe kan een winkelcentrum ineens op instorten staan? Van ’t Loon zou je verwachten dat het juist extra stevig is; de constructie is bovengemiddeld sterk, want bij de bouw is veel meer staal gebruikt dan nu gebruikelijk is. Staal was toen relatief goedkoop.

Wat er precies gebeurt in de gangenstelsels, honderden meters diep in de grond, is moeilijk te beoordelen, zeggen deskundigen. De gangen van de voormalige steenkolenmijnen lopen onder grote delen van Zuid-Limburg. De totale lengte valt niet te schatten. Bij de grootste mijn, de Maurits in Geleen, ging het al om meer kilometers dan alle straten van Amsterdam bij elkaar opgeteld.

Mijnbouw leidt vaak tot het zakken van de bodem. Het belangrijkste effect treedt in de eerste twee jaar van winning op. Na twintig jaar is er normaal gesproken geen effect meer meetbaar. De mijnen in Zuid-Limburg zijn al meer dan vijfentwintig jaar gesloten.

Wel een probleem: als de mijngangen niet meer gebruikt worden, lopen ze langzaam vol water. Dit mijnwater zorgt voor een stijging van de bodem. Dat kan een oorzaak zijn geweest zijn van bewegingen in de bodem rond ’t Loon. Door de Limburgse bodem lopen bovendien diverse breuken, enkele grote en vele kleine. Enkele kilometers ten westen van het winkelcentrum ligt bijvoorbeeld de grotere Kunraderbreuk, waar al vaker lichte aardbevingen plaatsvonden. Wie bouwt op een breuk, bouwt op instabiele grond. Maar juist in Limburg is de grond heel goed in kaart gebracht.

    • Paul van der Steen
    • Stijn Bronzwaer