Nu de grootouders

Ook ik ben tegen de ideeën van minister Van Bijsterveldt over de bemoeienis van ouders met de school van hun kinderen, maar om heel andere redenen dan ik tot dusver tegengekomen ben.

Wat dreigt logischerwijze de volgende stap van de minister te zijn? Jazeker: de grootouders. Nu de ouders zich massaal tegen de plannen van de minister keren, zie ik de rekening op het bordje van de grootouders terechtkomen. U kent ze wel, misschien bent u er zelf wel een: die luie babyboomers die de godganse dag op hun luie kont genieten van de exorbitante pensioenen die ze zichzelf in hun onbegrensde zelfzucht hebben toegekend en die te belazerd zijn ook maar één stramme poot uit te steken voor de jongere generaties. Liever gaan ze op wereldreis met hun jacht dat anders toch maar in de haven van Saint Tropez ligt te verroesten.

De ouders hebben duidelijk gemaakt dat zij geen tijd hebben voor al die snode voornemens van de minister. Ze doen al genoeg, zeggen ze, en ik geloof hen, vooral de vrouwen onder hen, tot wie ook de twee dochters horen die ik ooit in een tamelijk onbewaakt moment mede mogelijk heb gemaakt.

Zoveel tegenstand kan een minister niet negeren, en zeker niet een minister van het CDA. Nog een paar van die Bijsterveldtiaanse proefballonnetjes en Verhagen kan het laatste kaarsje in de kapel doven.

Omdat ze bij het CDA niet allemaal met suïcidale plannen rondlopen, voorzie ik een nieuw offensief, geïnitieerd door diezelfde Verhagen, die je nooit helemaal mag onderschatten. Dit tegenoffensief zal in de door Jack de Vries persoonlijk geleide propagandacampagne luiden: „Haal opa en oma uit hun coma.”

Alle vooroordelen over grootouders zullen gemobiliseerd worden. Die luitjes dachten te kunnen uitblazen van een leven van nietsdoen, maar daar komt niets meer van in: wég achter die geraniums, terug van die wereldreis. Aan het werk, en snel. Weet opa eigenlijk nog wel hoe een luis eruitziet? We zullen het hem leren: opa wordt luizenopa, vijf dagen in de week. En als hij zelf destijds voldoende heeft doorgeleerd, mag hij gratis bijlessen geven.

En oma? Zij kan thuisblijven, achter dat aanrecht waar het CDA haar altijd het liefst heeft gezien. Maar voortaan ligt er in de keuken een voorleesboekje waaruit zij de zwakkere leerlingen voorleest, nadat ze thee voor hen heeft gezet. Zijn haar ogen daarvoor te zwak geworden, dan kan zij naar de school gecommandeerd worden om plees schoon te maken. Het is een hard leven, maar in Cambodja was het erger.

De kleinkinderen zullen deze ontwikkelingen alleen maar toejuichen. Wat ooit een gunst was, wordt een plicht, een dure grootouderlijke plicht, eventueel contractueel vastgelegd. Mijn kleinzoon Glenn nam er al een voorschotje op. Hij belde ons op voordat hij naar de pakjesavond bij ons afreisde. „Oma”, zei hij, „hebben jullie een vlag?”

„Nee”, zei oma, „hoezo?”

„Nou, het paard van de Sint is kwijt en de Zwarte Pieten kunnen sneller de pakjes brengen als iedereen de vlag uitsteekt.”

Een en ander zou hem duidelijk zijn geworden door de Sinterklaasuitzendingen op de televisie. Zijn moeder vertelde later dat hij er danig van overstuur was geraakt. Hij had ons er al eerder over gebeld, maar we waren daar doorheen geslapen. Hoe laat was dat dan geweest? Zes uur in de morgen, zei ze beschaamd.

Grootouders van Nederland, bereid u op het ergste voor. Dit is uw voorland.

    • Frits Abrahams