Nova Zembla in Rijksmuseum: summier en toch sensationeel

Nova Zembla in het Rijksmuseum. Te zien tot en met 27 februari 2012. Dagelijks van 9u tot 18u. Inl. rijksmuseum.nl ****

Het is een document dat door het verstrijken van de tijd een kunstwerk is geworden, de brief die Willem Barentsz in 1597 achterliet in het Behouden Huys op Nova Zembla, nadat hij en zijn bemanning daar de winter hadden doorgebracht.

De brief, die met een oud woord nog steeds ‘cedelken’ wordt genoemd, is niet zo goed meer te lezen, maar er is wel veel aan te zien. Weer en tijd hebben er in hun eigen handschrift op geschreven. De brief is een soort papieren ruïne, met tinten blauw en groen bedekt die niemand heeft voorzien.

Het Rijksmuseum haakt met een kleine presentatie over Nova Zembla aan bij de film Nova Zembla van Reinout Oerlemans, die nu in 3D het verhaal vertelt van de Nederlanders die aan het eind van de zestiende eeuw een noordelijke route naar het Oosten probeerden te vinden en vast kwamen te zitten in het ijs bij Nova Zembla.

Het verhaal van deze reis is al vaak verteld en verbeeld – Oerlemans liet zich inspireren door de schoolplaat van Isings. Het behouden Huys werd in 1870 teruggevonden door een Noorse schipper. Het huis en de spullen die er waren achtergelaten waren in het poolklimaat vrij goed bewaard gebleven.

Zo’n tweehonderd voorwerpen uit het Behouden Huys zijn sindsdien tot de collectie van het Rijksmuseum gaan behoren. Daarvan wordt er nu een klein aantal tentoongesteld, zoals de brief van Barentsz en de kruithoorn waarin hij die verpakte, wat gereedschap en wapens. Het is niet meer dan één vitrine. Aan de muur hangen prenten die door de expeditie als handelswaar waren meegenomen, onder meer naar Hendrick Goltzius.

Ook aan deze prenten is de geschiedenis niet voorbijgegaan. Ze waren vastgekoekt tot een soort grote klonten papier-maché. In de jaren zeventig van de vorige eeuw zijn deze prenten in het Rijksmuseum waar mogelijk weer van elkaar gescheiden en gerestaureerd.

Het zaaltje tussen de Nachtwacht en het de winkel van het Rijksmuseum is klein en stil; de presentatie merkwaardig summier. Toch blijft het sensationeel om hier de echte overblijfselen van het verleden te zien. Tot de verbeelding spreekt de klok die in de donkere winter de tijd aangaf, tot ook die vastvroor. Er zit nu nog één wijzer aan. Zou het de grote of de kleine zijn? Hoe laat was het toen ook de tijd bevroor?

Met zulke mijmeringen kun je twee kanten op. Je kunt ze laten invullen door een speelfilm, die doet of de tijd juist niet verstreken is. Je kunt er zelf bij zijn, op dat moment dat Barentsz zijn briefje schrijft.

Je kunt ook nog even door mijmeren, door niet meteen naar de bioscoop te rennen maar in het Rijksmuseum door te lopen naar het zaaltje waarin het werk over Barentsz’ expeditie van de Britse kunstenares Sian Bowen te zien is.

Bij haar keren we niet terug naar de zestiende eeuw, zoals bij Oerlemans, maar is juist het verstrijken van de tijd het onderwerp, in tere werken van papier die soms net zo mooi zijn als het cedelken van Barentsz.

Kiezen tussen deze twee benaderingen hoeft gelukkig niet: speelfilm en expositie bedienen verschillende behoeftes. De geschiedenis van het Behouden Huys blijkt nu nog steeds zo rijk dat er zowel hoge als lage cultuur van wordt gemaakt.

En dat voor een mislukte expeditie. Want Barentsz stierf op de terugweg en de noordelijke route naar China is nooit gevonden.

    • Bianca Stigter