Nieuw probleem voor Republikeinen

Toen Herman Cain zich zaterdag terugtrok als Republikeins kandidaat voor het Witte Huis, maakte hij ruimte voor een níeuwe omstreden kandidaat.

De ultrakorte politieke carrière van Herman Cain zat vol tegenstrijdigheden. Hij liet zich erop voorstaan een snelle beslisser te zijn, maar twijfelde dagenlang of hij zou doorgaan met zijn kandidatuur voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Hij predikte gezinswaarden, maar raakte verstrikt in beschuldigingen over aanranding, intimidatie en buitenechtelijke affaires.

Het voortijdige einde van Cain als Republikeinse presidentskandidaat heeft zijn partij van een probleem verlost en een nieuw probleem bezorgd. In de top of het middenkader zagen maar weinigen iets in de oud-topman van Godfather’s Pizza, die een paar weken geleden in peilingen nog de populairste kandidaat was.

Cain liet zich voorstaan op zijn gebrek aan kennis, met name in buitenlandse kwesties. Kansloos zou hij weggevaagd worden als het ooit tot een debat met president Obama zou komen. De affaires die Cain uiteindelijk deden besluiten zijn campagne afgelopen zaterdag stop te zetten (opschorten, noemde Cain het zelf), kwamen de partij dus niet slecht uit.

Maar Cain is nog niet weg, of een nieuw probleem dient zich aan. De Cain-achterban, geslonken maar nog altijd fors, weigert zich te voegen naar de voorkeur van de partijtop voor oud-gouverneur Mitt Romney.

En daarvan profiteert meteen Newt Gingrich. Over een maand zijn de eerste voorrondes in Iowa en New Hampshire. In Iowa heeft de Gingrich een ruime voorsprong op Romney. New Hampshire, waar een eenvoudige zege voor Romney werd voorspeld, neigt steeds meer naar Gingrich.

De polariserende Gingrich, als Republikeinse leider in het Huis van Afgevaardigden in de jaren negentig een bittere vijand van de Democraten, is geen stemmentrekker buiten zijn eigen partij.

Newt Gingrich is na Rick Perry, Michelle Bachmann en Herman Cain de zoveelste kandidaat die een gevoel uitdrukt dat politicologen ABR noemen: Anything But Romney, alles liever dan Romney. De oud-gouverneur van Massachusetts voert een campagne met veel geld, de juiste contacten en een leger van adviseurs. Hij maakt geen fouten en kent zijn dossiers. Hij kan, dankzij een op het midden gerichte boodschap, zwevende kiezers naar het Republikeinse kamp halen.

Maar Romney weet bij de Republikeinse kiezer maar geen enthousiasme op te wekken. De mormoon, miljonair en oud-manager van de Olympische Winterspelen in Salt Lake City, wordt met name door de conservatieve achterban gewantrouwd. De invoering van een zorgplan in Massachusetts dat in veel opzichten lijkt op het verketterde zorgstelsel van Obama, achtervolgt hem. De evangelische kiezer moet niets van zijn lidmaatschap van de mormoonse kerk hebben. Met succes portretteren tegenstanders hem als een flip-flopper, die nu eens dit, dan weer dat zegt.

Romney kiest voor radiostilte, waarschijnlijk in de hoop dat zijn tegenstanders fouten zullen maken. Hij treedt weinig op, laat nauwelijks spotjes uitzenden en gokt erop dat de 20 tot 25 procent aanhang die hij heeft, bij de voorverkiezingen de doorslag zal geven.

Voor partijstrategen voltrekt zich met het vertrek van Cain een nachtmerrie-scenario: de aanhangers van Cain gaan naar Gingrich, die Romney voorbijstreeft in Iowa en vleugels krijgt in de campagne.

Het zou mogelijk moeten zijn de herverkiezing van Obama te voorkomen. Zijn populariteitcijfers zijn laag. Volgens een recente peiling keurt 40 procent van de Amerikaanse kiezers Obama ten zeerste af, terwijl 21 procent hem sterk goedkeurt.

Maar de Republikeinen lijken niet klaar voor een soepele machtsovername. De achterban is verdeeld tussen traditionele Republikeinse kiezers en de aanhangers van de Tea Party, die sterk neigen naar provocerende en polariserende kandidaten als Cain, Bachmann of Gingrich. Hoe meer macht de Tea Party krijgt, des te verder drijft de Grand Old Party af van het politieke midden.

Daarbij komt dat er iets ernstig mis is met de organisatie van de partij. Politiek analist Matt Bai van The New York Times wees een paar weken geleden tijdens een debat op het lage niveau van de acht overgebleven kandidaten. „Serieuze kandidaten zijn al geruime tijd uit beeld. Wat er overblijft, zijn avonturiers die gedreven worden door persoonlijke ambitie. Dat komt omdat in 2008, toen Obama met overmacht won van John McCain, de partijorganisatie instortte en goede kandidaten hun interesse verloren.” Toen bij de Congresverkiezingen in 2010 bleek dat de Democraten toch te kloppen waren, was het voor de meesten te laat.