Klokken van Huygens ontdekt

Christiaan Huygens ontwierp eind 1656 de nauwkeurige slingerklok. Klokkenbouwer Salomon Coster maakte ze. Recentelijk zijn er twee teruggevonden.

Binnen korte tijd zijn in Nederland twee van de oudste slingerklokken ontdekt. Een is helemaal bijzonder, want hij werkt met een gewicht in plaats van met een veer die moet worden opgewonden. De klokken komen uit de werkplaats van Salomon Coster, de vaste klokkenmaker van wis-, natuur- en sterrenkundige Christiaan Huygens.

De eerste ‘nieuwe’ Coster-klok is ontdekt in het depot van het Universiteitsmuseum in Utrecht, door Michiel van Hees, bestuurslid van het Museum van het Nederlands Uurwerk en taxateur kunst en antiek. „Coster heeft tussen 1657, toen hij voor Huygens het eerste exemplaar maakte, en zijn overlijden in 1659 ongeveer dertig slingerklokken gemaakt; daarvan waren er tot nu toe zeven bekend. Dit exemplaar, met gewicht, is in de jaren dertig van de vorige eeuw door een particulier aan het museum verkocht”, vertelt Van Hees.

„Niemand heeft er toen een Coster-klok in gezien, omdat er een naamplaatje van de sjieke Parijse klokkenmaker Antoine Gaudron op stond, maar dan wel fout gespeld: Goudron. Dat blijkt een latere toevoeging te zijn.” Het uurwerk in het eenvoudige houten kastje lijkt sprekend op de tekening die Huygens in 1658 in zijn standaardwerk Horologium heeft afgebeeld. „Ik denk daarom dat deze klok tot de oudste Coster-klokken hoort.”

Vorige week hoorde Van Hees dat er nog een tweede slingerklok uit het atelier van Coster is ontdekt. „Een restaurateur kwam er mee aanzetten op een klokkenbeurs. Het gaat alleen om het binnenwerk. De vroegere eigenaren van de klok zouden dat eruit hebben laten halen, om een elektrisch uurwerk in het oorspronkelijke kastje te laten zetten.”

De vondsten vielen mooi samen met een internationaal symposium afgelopen weekeinde, dat Van Hees ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van zijn museum had georganiseerd. Daarbij ging het onder andere om de vraag of Huygens wel de uitvinder van de slingerklok is. Van Hees: „Enkele Engelse klokkenspecialisten denken dat de Engelsman Ahasverus Fromanteel de slingerklok heeft uitgevonden.”

Volgens de officiële geschiedschrijving heeft Huygens op Tweede Kerstdag 1656 de slingerklok met gewicht uitgevonden en daar in 1657 in Nederland patent op gekregen. Door de slinger bleef de klok regelmatig en dus nauwkeurig lopen. Voor die tijd liepen klokken in de loop van de dag makkelijk een kwartier voor of achter. Dat was voor de meeste mensen geen probleem, omdat ze een dagindeling hadden waarbij ze niet op een minuut meer of minder keken. Maar voor de astronomie en plaatsbepaling op zee was een nauwkeurige tijdsmeting wel van belang.

Huygens deed zijn uitvinding in een tijd dat er regelmatig spanningen en oorlogen waren tussen de Nederlanden en concurrent Engeland. „Toch bleven wetenschappers uit beide landen met elkaar communiceren,” weet Van Hees. Enkele Britse verzamelaars en antiquairs denken dan ook dat Huygens zijn ideeën voor de slingerklok heeft afgekeken van de Londense klokkenmaker Ahasverus Fromanteel, die nu slechts te boek staat als de eerste Engelsman die een slingerklok met gewicht heeft gemaakt. Aanleiding tot deze gedachte is een contract in het Haags Gemeentearchief dat Coster in 1657 met John Fromanteel, de twintigjarige zoon van Ahasverus, heeft gesloten. Fromanteel junior kwam bij Coster in dienst als leerling. In het contract staat dat Coster Fromanteel kost en inwoning zal geven en dat Coster de jonge Brit ‘het geheim’ van de slingerklok zal onthullen. Het contract is echter niet overal goed leesbaar, er zijn doorhalingen en de inhoud is soms voor tweeërlei uitleg vatbaar. Enkele Britten, die de tekst als Bijbelexegeten hebben bestudeerd, komen tot de conclusie dat het juist Fromanteel is die belooft het geheim te onthullen. Dat zou betekenen dat Fromanteel junior die kennis bij zijn vader had opgedaan. De Britten denken dat het ook verklaart waarom Huygens in Engeland geen patent aanvroeg, terwijl hij dat wel, vergeefs, in Frankrijk deed.

Voor Van Hees is het duidelijk: „Ahasverus Fromanteel heeft ook geen patent aangevraagd. Huygens is en blijft voor mij de uitvinder van de slingerklok met gewicht. De uitvinding lijkt me ook eerder het werk van een natuurkundige dan van een commercieel ingestelde klokkenmaker. Pas na 1676 werden bijna alle klokken met een slinger gemaakt.”

Opvallend is dat de discussie vooral onder Britse antiquairs en verzamelaars plaatsvindt. De Britse academische wereld houdt zich voorlopig afzijdig, zegt Jonathan Betts, conservator van het Greenwich Museum. „Er is onvoldoende bewijs dat het om een Britse uitvinding gaat. Huygens is dus voor mij de uitvinder van de eerste praktische, werkende slingerklok. Maar Galilei blijft de uitvinder van dé slingerklok.”

    • Theo Toebosch