Het schisma in de FNV is afgewend, maar de machtsstrijd gaat door

Nieuwsanalyse

De voorzitters van de FNV-vakbonden willen de weg vrijmaken voor oprichting van een nieuwe vakcentrale. Maar is de FNV daarmee écht gered? Dat valt nog maar te bezien.

Drs. Jellejetta ( Jetta) KLIJNSMA (1957) Nederlands politicus, Partij van de Arbeid, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het Kabinet-Balkenende IV. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Nederland. Den Haag, 21 april 2009 ©Vincent Mentzel 2009

Voorlopig is een scheuring van de grootste vakcentrale afgewend. Maar het is de vraag of de FNV, die diep verdeeld is geraakt over het pensioenstelsel, nu gered is. Van het antwoord hangt ook af wat de toekomst is van het Nederlandse poldermodel.

Als het dit weekeinde voorgestelde reddingsplan mislukt dan is dat niet alleen slecht voor de positie van de FNV, maar ook voor het poldermodel. Daarin overleggen bonden en werkgevers over arbeidsvoorwaarden.

Volgens Jelle Visser, hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam is de uitkomst van het conflict cruciaal voor het Nederlandse overlegmodel. „Het hele poldermodel draait om de FNV. Een vakcentrale die uit elkaar valt, moet een flinke tijd ruzie maken. Dan worden er nul zaken gedaan op polderniveau.”

De twee verkenners, Herman Wijffels, CDA-prominent en ex-baas van de Rabo-bank en Han Noten, PvdA-prominent en burgemeester van Dalfsen, kregen zaterdagmiddag applaus van de negentien FNV-bondsvoorzitters voor het resultaat van hun bemiddelingspoging. De komende maanden moet blijken of hun bonden, die samen de FNV vormen, daadwerkelijk zo eensgezind zijn als de voorzitters afgelopen weekeinde leken.

Ze werden het in Dalfsen eens over de oprichting van een nieuwe vakcentrale, De Nieuwe Vakbeweging. Maar achttien voorzitters zagen ook hoe Henk van der Kolk, voorman van FNV Bondgenoten, tijdens de marathonzitting regelmatig overlegde met zijn, in een zijkamertje gestalde bondsbestuurders. Ze hoorden Van der Kolk herhaaldelijk zeggen dat hij ook vasthoudt aan zijn eigen toekomstscenario van „één ongedeelde FNV” waarbinnen Bondgenoten, Abvakabo en FNV Bouw het voor het zeggen hebben.

De voorzitters moeten nog de zegen krijgen van hun achterbannen: de machtige, en in de regel behoudende bondsraden. En het is maar de vraag wat Van der Kolk zijn achterban voorlegt: alleen het scenario-Wijffels/Noten, of ook zijn eigen scenario van die ongedeelde FNV.

De FNV moet op de schop, daarover is wel overeenstemming. De huidige structuur houdt vernieuwing tegen, vinden de verkenners. In hun plan worden FNV Bondgenoten en Abvakabo verreweg de grootste bonden binnen de FNV kleiner. Het is de vraag of de achterbannen instemmen met die decimering.

Om de macht van de behoudende bonden te breken, moet de FNV van de federale structuur af, vindt hoogleraar Visser. Er moet één organisatie komen, met afdelingen, geen zelfstandige bonden, zegt Visser: „De macht van de bondsraden moet gebroken worden, wil de FNV aantrekkelijk worden voor jongeren. Daarin zitten oude, verzuurde en geradicaliseerde leden. Ik heb ze gezien bij Abvakabo, daar word je niet vrolijk van.”

Geven deze bonden hun macht op? Paul de Beer denkt van wel. Hij is bijzonder hoogleraar arbeidsverhoudingen en directeur van het wetenschappelijk bureau voor de vakbeweging. De Beer: „Je mag aannemen dat ook zij weten dat de vakbonden zo niet verder kunnen.”

De macht van bonden neemt immers al snel af. Het aantal leden loopt terug, jongeren worden geen lid meer en werkgevers en ministers laten bonden – als het ze uit komt – vaker links liggen. Want namens wie spreken de bonden eigenlijk nog? Zo opperde Henk Kamp (VVD), minister van Sociale Zaken, onlangs dat bedrijven tijdens een recessie vaker van collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) zouden mogen afwijken.

Ook zoekt de arbeidsmarkt steeds vaker haar eigen weg. De bonden waren tegen een versoepeling van het ontslagrecht, maar moeten constateren dat het aantal werknemers met flexibele contracten toeneemt. Werkgevers vinden het prima. Een nieuwe recessie zal de machtspositie van de bonden alleen maar verder aantasten.

Werkgevers zien de vakcentrale niet graag uiteenvallen. Zij moeten dan onderhandelen met bonden die elkaar beconcurreren: radicale en gematigde bonden. De Beer: „Dan ontbrandt er een strijd aan de cao-tafels over wie de cao mag afsluiten. Terwijl de ene bond instemt, kan de andere bond oproepen tot staken.”

Visser merkt dat werkgevers aan het poldermodel hechten, zeker omdat ze het parlement onvoorspelbaar vinden. „In het parlement kan tegenwoordig plotseling een meerderheid zijn om zondagse arbeid af te schaffen, of om ongeregistreerde uitzendbureaus te verbieden. Werkgevers hebben liever het poldermodel, daar wordt jaren gewikt en gewogen.”

Het wordt een hele toer voor de FNV om te vernieuwen en nieuwe leden aan te trekken. Om zo weer een machtige partij te worden. Visser is somber over die toekomst, De Beer zegt dat het al heel wat is als de FNV in nieuwe gedaante de ‘organisatiegraad’ op peil kan houden. Dat is het percentage van werkenden dat lid is van een bond.

Twee hoofdrolspelers, FNV-voorzitter Jongerius en Bondgenoten-voorzitter Van der Kolk, hebben hun vertrek aangekondigd. En ook de positie van Abvakabo-voorzitter Corrie van Brenk is wankel.

Het ontbreekt in de huidige FNV-top aan individueel leiderschap, was een belangrijke bevinding van de twee verkenners. Toch is diezelfde, beschadigde top voorlopig aan zet bij de oprichting van die nieuwe vakcentrale.