Greenpeace liegt en bedriegt

Steeds herhaalt Greenpeace dat de Probo Koala was geladen met afval waardoor doden zijn gevallen. Dit is een leugen. Geen Ivoriaan is gestorven aan het afval, betoogt Jaffe Vink.

In de affaire van de Probo Koala verzwijgt Greenpeace essentiële gegevens, het gaat niet in op argumenten, het verdraait feiten en zet de waarheid naar zijn hand.

Vanaf 2006, toen het scheepsafval van de Probo Koala door een lokaal bedrijf werd gedumpt op allerlei plekken in de Ivoriaanse havenstad Abidjan, heeft Greenpeace deze dumping gepresenteerd als een Grote Giframp met doden en gewonden.

In mijn boek Het gifschip stel ik daarentegen dat er geen doden en gewonden zijn gevallen door het – volgens Greenpeace – „extreem giftige afval”. In de miljoenenstad Abidjan sterven dagelijks vele mensen door malaria, tyfus, cholera en twintig andere inheemse ziekten. Enkele weken na de dumping zijn enkele sterfgevallen ten onrechte en zonder bewijs toegeschreven aan het afval. Maar hierin zat geen dodelijk gif.

Hoe reageert Greenpeace op Het gifschip? Sylvia Borren, directeur van Greenpeace, verklaart voor de camera van PowNews (27 oktober jl.): „Als de verantwoordelijkheid op die manier van mensen weggeschreven en wegbeargumenteerd wordt, voor mij is dat ongeveer hetzelfde niveau als – weet ik veel – dingen die in de Tweede Wereldoorlog niet gebeurd zouden zijn.”

Het is een wonderlijke zin met een vreemde zwieper. De directeur van Greenpeace stond toen aan het IJ in Amsterdam te wachten op de aankomst van de nieuwe Rainbow Warrior, die net was ingezegend door rookceremoniën van een echte indiaan.

In een persbericht van 18 november, met een lengte die concurreert met de toespraken van Fidel Castro, lijkt Greenpeace het oneens met haar directeur: de vraag of er dodelijke slachtoffers zijn gevallen, „kunnen we nooit met zekerheid beantwoorden”. Zonder nadere uitleg is dit een ander standpunt dan in 2009, toen Greenpeace een klaagschrift indiende bij het Gerechtshof in Den Haag, waarin het stelt dat oliehandelaar Trafigura moet worden vervolgd voor „doodslag, zware mishandeling, dood door schuld en zwaar lichamelijk letsel door schuld”.

Het is dezelfde toon die de PvdA’er Diederik Samsom, ex-campagneleider van Greenpeace, in 2006 tijdens een spoeddebat in de Tweede Kamer aansloeg: „De kwestie-Probo Koala leidde tot dood en verderf in Ivoorkust. Kinderen stierven. Voorzitter, de echte boeven hoeven we niet te zoeken. Die zitten bij het bedrijf Trafigura. Grijp ze. Pak ze in de kladden en breng ze voor het gerecht. Voorzitter, mijn fractie is woedend.” Hij heeft nooit een woord teruggenomen van deze woeste zinnen.

Greenpeace liegt en bedriegt. Als het gaat om de vraag of er dodelijk gif in het afval zat, dan is zwavelwaterstof de hoofdverdachte. Jarenlang heeft Greenpeace beweerd dat er „extreem giftig zwavelwaterstof” in het afval zat. Wanneer een getuige-deskundige van het Nederlands Forensisch Instituut voor de rechtbank in Amsterdam verklaart dat er geen zwavelwaterstof in het afval zat, dan negeert Greenpeace deze verklaring. En alsof er niets is gebeurd, komt Greenpeace de volgende dag weer met zijn mantra: „giftig afval”.

Wanneer een Engelse rechter een verklaring onderschrijft – gebaseerd op onderzoek van twintig experts – waarin staat dat het afval geen dodelijk of ander ernstig letsel heeft kunnen veroorzaken, dan miskent Greenpeace deze uitspraak.

Wanneer de Amsterdamse rechtbank het heeft over „onjuiste en ongenuanceerde berichtgeving”, dan negeert Greenpeace deze uitspraak.

Wanneer Greenpeace een klacht indient bij de Reclame Code Commissie over een „misleidende” advertentie van Trafigura, dan veegt deze commissie zes van de zeven punten van tafel; op één ondergeschikt punt krijgt Greenpeace gelijk. De uitslag van de wedstrijd tussen Trafigura en Greenpeace is 6-1. De volgende dag presenteert Greenpeace deze nederlaag als een overwinning: „Reclame Code Commissie wijst klacht Greenpeace toe: Trafigura misleidt het publiek.”

Ik verheug me nu al op de reactie van Greenpeace. Daarin zullen ze mij presenteren als een handlanger van het kapitaal. Het is de toon van Castro. Daarin zal staan dat ik beweer dat het afval onschadelijk is. En dat is dan de 28ste Cubaanse verdraaiing. Ik heb geschreven en gezegd dat het afval nooit zo gedumpt had mogen worden, het was een ernstige milieuvervuiling en het gaf een weerzinwekkende stank, waardoor inwoners van Abidjan last kregen van hoofdpijn, misselijkheid en benauwdheid. Dat had niet mogen gebeuren. Maar het is geen Grote Giframp met doden en gewonden.

In die reactie zal Greenpeace al haar misslagen verzwijgen. Het zal geen verantwoording afleggen voor zijn volksverlakkerij. Nee, het komt gewoon weer met zijn mantra: „giftig afval”. Maar zodra Greenpeace het woord gif gebruikt, weten we waar we aan toe zijn. Greenpeace presenteert gif als het grote kwaad. Het heeft systematisch de gevaren van gif overdreven en gedramatiseerd. Het heeft van gif een spookwoord gemaakt. Op de romp van de Probo Koala kalkten actievoerders van Greenpeace: ‘Europa vergiftigt Afrika.’ Greenpeace is een handelaar in angst.

Over enkele weken komt het vonnis van het proces in hoger beroep tegen Trafigura in Amsterdam. Ik kan de leugens al voorspellen die Greenpeace dan gaat verkondigen.

We geven het laatste woord aan Sylvia Borren, algemeen directeur van Greenpeace. Het is een letterlijk citaat, uitgesproken in PowNews, op 27 oktober. Hiermee solliciteert de directeur naar de rol van harlekijn bij de commedia dell’arte: „Dit is gewoon niet mijn werkelijkheid, niet de werkelijkheid zoals wij hem bewezen hebben gezien.”

Jaffe Vink is publicist. Hij schreef het boek Het Gifschip. Verslag van een journalistiek schandaal.