Coetzee's In Ongenade wordt op toneel een streng stuk

In ongenade van J.M. Coetzee door Toneelgroep Amsterdam. Regie: Luk Perceval. Gezien 4/12, Amsterdam. Inl. toneelgroepamsterdam.nl ****

De verkrachting van de blanke Lucy Lurie door zwarte overvallers in J.M Coetzee’s roman In ongenade (Disgrace, 1999) is een grimmige sleutelscène. Lucy ondergaat het misdrijf gelaten, en wil nadien de daders niet gestraft zien, het onrecht niet rechtgezet. Een verbijsterend besluit. Waarom kiest zij daarvoor?

Suggereert de roman dat het uit een bizar soort historisch schuldbesef is, in de toneelbewerking van Josse de Pauw en Luk Perceval voor Toneelgroep Amsterdam is het meer vanuit de aanvaarding van chaos.

In het Zuid-Afrika van de apartheid bestond weliswaar orde – blank onderdrukt zwart – maar het was de verkeerde orde. In het morele vacuüm dat erna ontstaat, kan Lucy Lurie niet anders dan mee bewegen en de wanorde omarmen, vindt zij. Janni Goslinga speelt Lucy gevaarlijk overtuigend. Haar dogmatisch pragmatisme brengt haar in conflict met haar vader, David Lurie, gespeeld door Gijs Scholten van Aschat. Hij is het type oudere man dat simpelweg niet kan accepteren dat niet een vorm van orde geldt, welke vorm dan ook. In ongenade is het verhaal van zijn Werdegang.

Het stuk begint met een vergadering van de tuchtcommissie van de universiteit in Kaapstad, waarin docent Lurie zich moet verantwoorden voor een affaire met een studente. Hij erkent schuld en wordt ontslagen. Onthand zoekt hij toevlucht op de boerderij van zijn dochter. Daar beleeft hij kort een nieuwe vervulling in zijn functie als vader. Maar als hij Lucy bij de brute overval niet kan helpen, en erna evenmin, moet hij ook van zijn vaderrol afstand doen. Dan resteert hem weinig tot niets.

Perceval situeert het stuk in een opmerkelijk decor, dat enkel uit tientallen zwarte poppen bestaat – man, vrouw, oud, jong; van hangende pubers tot spelende kinderen. Hun aanwezigheid varieert van terloops gegeven tot feestelijke toevoeging, van sluimerende dreiging tot dystopisch toekomstbeeld. Ze fungeren als stille getuigen, als volkstribunaal of als vertegenwoordigers van een nieuwe wereld in aantocht. Doordat de spelers zich met stil, fysiek spel, gevat in strakke choreografieën, tot de poppen verhouden, ontstaat een dwingend universum. Niet zo magisch als in Percevals recente regies van Hamlet en Macbeth bij het Hamburgse Thaliatheater, maar niettemin krachtig en overrompelend.

Dat is nodig ook, want In ongenade is geen gemakkelijke voorstelling. De fraaie bewerking van Josse de Pauw ten spijt, blijft het geheel nogal talig – het is en blijft allereerst een boek. De sobere enscenering en de bewuste vertragingen – er wordt veel gezwegen, Scholten van Aschat fluit een ijl deuntje tussendoor –maken het een streng stuk, dat veel concentratie vergt. Veel gebeurtenissen verneemt het publiek enkel door een verslag van Lurie. Doordat we ons grotendeels in het hoofd van deze emotioneel gemankeerde wetenschapper bevinden, blijft de voorstelling erg cerebraal. Er zijn momenten van ontroering, zeker, maar ze zijn veelal van filosofische aard.

Met een personage als Lurie is daar ook weinig aan te doen. Hij is een verbitterde professor die al zijn neuroses rationaliseert. Zelfonderzoek is aan hem niet besteed: hij verkiest het vuurpeloton nog boven de therapeut. In die zin symboliseert Lurie een voorbije tijd. Als starre vertegenwoordiger ervan kan hij zich in de hedendaagse chaos, in tegenstelling tot Lucy, slecht staande houden.

Scholten van Aschat speelt Lurie mooi ingetogen, en met een korte, driftige spreekstijl: verveeld enerzijds, betweterig anderzijds – de sociaal gestoorde nerd die door zijn positie iemand werd, en dat in elk contact opnieuw moet bewijzen. Nooit is dat genoeg: onder zijn dikke jampotglazen zijn zijn vermoeide ogen tot verongelijkte spleetjes geknepen.

Terwijl alles om hem heen afbrokkelt, moet Lurie zijn eigen overbodigheid aanvaarden. Hij slijt zijn dagen uiteindelijk als vrijwilliger in een sterfhuis voor honden. Daar heeft hij verwachtingsloze seks met een onaantrekkelijke leeftijdsgenote (een tragikomische bijrol van Chris Nietvelt), en ervaart hij voor het eerst echt verdriet, als een hond waar hij op gesteld was, moet sterven.

Deze scènes zijn opecht ontroerend: hier toont Lurie zich voor het eerst waarachtig mens. Maar of hij nu eindelijk verlost is, of eerder zichzelf geheel heeft opgegeven, blijft ongemakkelijk in het midden.

    • Herien Wensink