Bos: kijk bij bestrijding eurocrisis naar aanpak kredietcrisis

Den Haag 5 december 2011 Commissie De Wit, verhoor van oud minister Wouter Bos. foto © Roel Rozenburg Wouter Bos bij commissie De Wit. Foto Roel Rozenburg

In de bestrijding van de eurocrisis had men het noodfonds veel eerder en vooral met veel meer geld kunnen vullen om economieën als die van Italië te kunnen redden, zo zei Wouter Bos vandaag tegenover commissie-De Wit in zijn verhoor.

Volgens Bos is het effectief om een crisis zoals Europa nu meemaakt “oversized aan te pakken”, oftewel een noodfonds tijdig en ruim te vullen. Daarnaast stelt hij dat bij twijfel landen toch rigoureus moeten ingrijpen. Hiermee maakt de oud-minster van Financiën een directe verwijzing van het ingrijpen van de EU tijdens de eurocrisis naar de aanpak van het Nederlandse kabinet tijdens de kredietcrisis. Bos refereert hier onder meer aan het zogenoemde kapitaalloket van twintig miljard euro dat in het najaar van 2008 is opgericht voor financiële instellingen die in problemen waren geraakt. Hiervan is uiteindelijk maar zo’n dertien miljard gebruikt.

Niet het ministerie verantwoordelijk voor controle

Niet het ministerie van Financiën, maar in de eerste plaats de raad van commissarissen was verantwoordelijk voor de controle op financiële instellingen die staatssteun kregen, zo onderstreepte Bos vandaag. Volgens hem is de rol die deze raad nog erg onderbelicht is geweest in het onderzoek van de commissie De Wit.

Over de hoogte van de steun die werd gegeven uit het kapitaalloket, zoals de drie miljard euro die Aegon ontving, ging Bos af op het oordeel van DNB: “We hebben de competentie niet in huis om dit zelf na te gaan.”

Valse belofte om “schoon schip” te maken

Tegenover de Tweede Kamer beloofde Bos indertijd dat hij “schoon schip” zou maken bij banken die in problemen verkeerden. Vandaag gaf hij toe dat alleen DNB dit soort afspraken kon maken.

De situatie waar de financiële wereld in verkeerde na het omvallen van de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers was ongehoord, maakte Bos duidelijk.

“We hadden niets voorhanden, we moesten gaandeweg leren.”

Bos hield verder vol dat de Tweede Kamer altijd zo goed mogelijk geïnformeerd is. Zijn collega’s in het kabinet werden door Bos op een ‘need to know-basis’ op de hoogte gehouden. Alleen minister-president Jan Peter Balkenende (CDA), die Bos alle ruimte gaf om te doen wat nodig was, werd op alle cruciale punten geïnformeerd.

“Balkenende heeft me zeer gesteund.”