Allerlaatste taalstrijd in formatie gaat over ministersposten

Een botsing tussen Vlaamse en Franstalige partijen over de ministers in het kabinet-Di Rupo tekent het onderling wantrouwen. Is Di Rupo eigenlijk wel ‘taalneutraal’?

Nog één keer lieten de politieke onderhandelaars in België zien waarom de regeringsvorming ook alweer zo lang had geduurd: de regering ‘Di Rupo I’ is er bijna, maar de hele afgelopen nacht en ochtend werd er nog gepraat over de verdeling van ministersposten.

De Vlaamse partijen wilden niet dat de Franstaligen evenveel ministers krijgen als zij – en ook nog eens de premier.

Het werd een symbolische vergadering, vol onderling wantrouwen. De Franstalige socialist Elio Di Rupo zou te slecht Nederlands spreken om, zoals gebruikelijk is in België, te gelden als ‘taalneutraal’. De Vlaamse onderhandelaars vreesden voor het beeld van ‘Franstalige overheersing’, omdat de drie Vlaamse partijen in de regering-Di Rupo in Vlaanderen geen meerderheid hebben.

Koning Albert stond al klaar om de ministers de eed te laten afleggen, maar het was vanochtend niet zeker of dat vandaag nog zou lukken. Bij het ter perse gaan van deze krant waren de onderhandelaars er nog niet uit. Di Rupo zou hebben voorgesteld om zichzelf niet als Franstalige te laten meetellen en daarnaast de Vlaamse en Franstalige kant elk zeven ministers te geven. En er zouden drie staatssecretarissen komen.

Op congressen, het afgelopen weekeinde, keurden de aanstaande regeringspartijen het regeerakkoord goed. De Vlaamse christen-democraten (CD&V) haalden hard uit naar de Vlaams-nationalistische N-VA van Bart De Wever, waarmee CD&V eerder samenwerkte en die sinds de zomer niet meer mee onderhandelt over een regering. „Nihil valet absentia”, zei CD&V-voorzitter Wouter Beke: afwezigheid is niets waard. Hij had het speciaal bedacht voor De Wever, die houdt van Latijn en de letters van zijn partij al eens had gebruikt voor ‘nil volentibus arduum’: voor wie echt wil, is niets moeilijk.

De N-VA was de grote winnaar van de verkiezingen en volgens opiniepeilingen zou de partij nu zelfs al bijna 40 procent van de Vlaamse kiezers trekken. De christen-democraten kunnen niet anders dan proberen die kiezers ervan te overtuigen dat je meer hebt aan een partij die zijn ‘verantwoordelijkheid neemt’ en het land ‘op orde’ brengt.

Uit opinieonderzoek blijkt dat de Vlamingen argwanend zijn over de nieuwe regering. Maar een op de drie Vlamingen vond de formateur betrouwbaar. Op de vraag of Di Rupo zal doen wat nodig is voor de Vlamingen antwoordde 75 procent ‘nee’ (in Wallonië zei 68 procent ‘ja’).

Op het partijcongres van CD&V was er ook al wantrouwen: het extra geld dat de Franstaligen zo graag wilden hebben voor Brussel, en dat is toegezegd, zou er alleen mogen komen als helemaal zeker is dat het omstreden kiesdistrict Brussel-Halle-Vilvoorde wordt gesplitst. Want stel je voor, zei een parlementariër, dat de Franstaligen eerst dat geld binnenhalen en dan toch moeilijk doen over wetsteksten voor de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde.

Di Rupo zal overtuigend proberen te zijn. Hij zal ook hard moeten werken aan zijn Nederlands, dat gebrekkig is en waar de afgelopen dagen stevig over is geklaagd. Het is de bedoeling dat hij morgen in het parlement met de regeringsverklaring komt. Daar zou dan uiterlijk op donderdag over gestemd moeten worden, waardoor Di Rupo ’s avonds als premier bij de EU-top kan zijn.

Petra de Koning

    • Petra de Koning