Al dat geschrijf over die eurocrisis is slechts gezwets

Als Duitsland zich tot een politiek leidende rol zou laten verleiden, zouden veel Duitse buren zich daartegen verzetten. Duitsland past enige bescheidenheid, aldus Helmut Schmidt.

Iemand vroeg mij: wanneer wordt Duitsland eindelijk een normaal land? Ik antwoordde: voorlopig zal Duitsland geen ‘normaal’ land zijn. Want onze enorme, maar eenmalige historische belasting en onze te zware demografische en economisch centrale positie te midden van ons zeer kleine, maar in vele staten onderverdeelde continent staan dat in de weg.

Dit is meteen het complexe thema van mijn voordracht: Duitsland in en met en voor Europa.

Hoewel het huidige natiebesef zich in een paar van de veertig staten van Europa vertraagd heeft ontplooid – zoals in Italië, Griekenland en Duitsland – heeft het toch overal en telkens geleid tot bittere strijd. Men kan deze Europese geschiedenis – vanuit Midden-Europa beschouwd – ook opvatten als een schier eindeloze opeenvolging van strijd tussen periferie en centrum en omgekeerd tussen centrum en periferie. Daarbij bleef het centrum steeds weer het doorslaggevende slagveld.

Bijna alle onze buurlanden – en bovendien vrijwel alle Joden op de wereld – herinneren zich zich de Holocaust en de schanddaden die tijdens de Duitse bezetting in de perifere landen zijn gepleegd. Wij Duitsers beseffen niet voldoende dat bij bijna al onze buren waarschijnlijk nog vele generaties lang een latente argwaan tegen de Duitsers zal bestaan.

Ook jongere generaties moeten leven met deze historische last. Zij mogen niet vergeten: het was argwaan over de ontwikkeling van Duitsland die aanleiding was voor het begin van de Europese integratie in 1950.

De toenmalige Europese en Amerikaanse leiders handelden niet uit een Europees idealisme, maar uit kennis van de Europese geschiedenis. Ze handelden vanuit het realistische inzicht dat het noodzakelijk was om de strijd tussen de periferie en het Duitse centrum niet voort te laten duren. Wie dit motief voor de Europese integratie, dat nog steeds een dragend element is, niet heeft begrepen, die mist een essentiële premisse voor de oplossing van de huidige netelige crisis in Europa.

Dankzij het uitgebreide voorwerk door Jaques Delors (destijds voorzitter van de Europese Commissie) hebben Mitterrand en Kohl in 1991 in Maastricht de gemeenschappelijke euromunt in het leven geroepen, die vervolgens in het jaar 2001, tien jaar later, tastbaar is geworden. Ten grondslag eraan lag weer de Franse bezorgdheid voor een oppermachtig Duitsland – preciezer gezegd: voor een oppermachtige D-mark.

De euro is de op een na belangrijkste munt van de wereldeconomie. De Europese munt is zowel intern als in de verhoudingen met de buitenwereld tot nu toe stabieler dan de Amerikaanse dollar – en stabieler dan de D-mark in zijn laatste tien jaar is geweest. Al het geklets en geschrijf over een zogenaamde ‘eurocrisis’ is lichtvaardig gezwets van media, van journalisten en van politici.

Als wij Duitsers ons lieten verleiden om, gestut door onze economische macht, aanspraak te maken op een politiek leidende rol in Europa of tenminste de primus inter pares te spelen, dan zou een toenemende meerderheid van onze buren zich sterk daartegen verzetten. De zorgen van de periferie over een al te sterk centrum van Europa zou zeer snel terugkeren. De waarschijnlijke gevolgen van zo’n ontwikkeling zou verlammend zijn voor de EU. En Duitsland zou geïsoleerd raken.

Op een belangrijk punt ben ik het eens met Jürgen Habermas: „We zullen feitelijk voor het eerst in de geschiedenis van de EU een afbraak van de democratie meemaken”. Inderdaad: niet alleen de Europese Raad en zijn president, ook de Europese Commissie inclusief voorzitter, de diverse ministerraden en de hele Brusselse bureaucratie hebben gemeenschappelijk het democratische principe opzijgezet! Ik heb vroeger, toen we de directe verkiezingen van het Europese parlement invoerden, de vergissing begaan door te denken dat het parlement vanzelf gewicht zou krijgen. Feitelijk heeft het tot nu toe bij de beheersing van de crisis geen herkenbare invloed gehad, want de beraadslagingen en besluiten blijven zonder duidelijk effect.

Helmut Schmidt is oud-bondskanselier van Duitsland. Dit zijn fragmenten uit een rede die hij gisteren uitsprak op een SPD-partijdag.

    • Helmut Schmidt