Afghanistan-beraad in Bonn biedt weinig hoop

De wereld betuigt opnieuw haar verbondenheid met Afghanistan. De afgelopen tien jaar is er vooruitgang geboekt, maar toch overheerst somberheid.

Om de Petersberg aan de Rijn in Bonn cirkelen opnieuw politiehelikopters nu meer dan veertig ministers van Buitenlandse Zaken er bijeen zijn om hun solidariteit met Afghanistan te betuigen.

Maar anders dan tien jaar geleden, toen na de verdrijving van de Talibaan op een soortgelijke internationale conferentie euforie heerste, domineert nu de ontnuchtering.

Niet alleen besloot het belangrijke buurland Pakistan de conferentie te boycotten wegens een conflict met de Verenigde Staten over de beschieting van Pakistaanse grensposten vorige week, tot overmaat van ramp brak dit weekeend een diplomatieke rel uit tussen het andere belangrijke buurland, Iran, en de VS. De Iraniërs hadden naar eigen zeggen een Amerikaans onbemand vliegtuig neergeschoten.

Afwezig in Bonn zijn ook de Talibaan, al droomden sommigen er begin dit jaar nog van dat die ook zouden aanschuiven in Bonn. Er zijn wel contacten geweest met de Talibaan, maar die zijn doodgebloed na de moord in september op de officiële Afghaanse vredesonderhandelaar, oud-president Rabbani.

In die omstandigheden is het lastig overtuigende stappen te zetten die de stabiliteit van Afghanistan en de regio op lange termijn helpen garanderen, zoals het doel is van de conferentie in Bonn. Wat de Verenigde Staten en hun bondgenoten ook doen, zolang Pakistan en Iran het gevoel hebben dat het tegen hun belangen is, zullen zij de westerse invloed tegenwerken.

Niettemin verzekerde gastheer Guido Westerwelle, de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, de Afghanen vanochtend in zijn openingswoord: „We sturen een duidelijke boodschap aan het Afghaanse volk, u zult niet in de steek gelaten worden. Afghanistan en zijn bevolking hebben een duidelijke en betrouwbare toezegging nodig voor het decennium na 2014.”

Vanaf 2014, zo hebben de VS en hun bondgenoten bepaald, moet de Afghaanse regering zelf de veiligheid handhaven. De buitenlandse troepen zullen dan grotendeels verdwenen zijn. Het is volgens de meeste analisten niet onmogelijk dat het Afghaanse leger van meer dan 300.000 man dat aankan. Maar de grote vraag is: wie zal dit betalen?

De Afghaanse regering mist daarvoor voorlopig de middelen. President Karzai schat daarom dat zijn land in 2015 nog zo’n tien miljard dollar aan buitenlandse steun nodig heeft om het hoofd boven water te houden. Ondanks alle plechtige beloftes van de ene na de andere minister vanochtend in Bonn is het onzeker in hoeverre de westerse landen, die al te kampen hebben met enorme schuldenlasten, bereid zijn nog eens jarenlang geld te geven.

Ook Karzai is volgens berichten sceptisch over steun van het Westen aan Afghanistan op lange termijn. Volgens het Duitse blad Bild, dat goede betrekkingen met de Duitse inlichtingendiensten onderhoudt, heeft Karzai zelfs gedreigd weg te blijven bij de conferentie in Bonn – die hij zelf in eerste instantie had voorgesteld.

Veel buitenlandse waarnemers maken zich ook zorgen over de corruptie in Afghanistan. Op de conferentie in Bonn beloofde Karzai vanmorgen die aan te pakken, maar de vraag is of die belofte meer waard is dan de westerse verzekering dat Afghanistan niet in de steek gelaten wordt.

Ondanks al die somberheid kunnen de ministers wel degelijk op hoopvolle ontwikkelingen in Afghanistan wijzen. Ten tijde van de Talibaan gingen maar 1,2 miljoen kinderen naar school. Nu zijn dat er 8,2 miljoen, van wie 40 procent meisjes.

De meerderheid van de bevolking heeft toegang tot elementaire gezondheidszorg. Karzai gaf vanmorgen in zijn rede ook hoog op van de snelle economische ontwikkeling die zijn land heeft doorgemaakt. Verder zijn er tientallen tv- en radiostations en kranten gekomen. Die waren er vroeger niet.

Aziz Rafiee, de gerespecteerde leider van een reeks Afghaanse maatschappelijke organisaties, bevestigde dat een paar weken geleden: „Dit is een ‘failed state’, maar het is de beste staat die we ooit hebben gehad.”