De soulmates van Pim

Pim haalt nog wat bier. Esther gooit de dobbelsteen. Een zes. Ze mag een cadeau kiezen uit de doos die midden op tafel staat. De groep klapt. Maar het klinkt niet echt van harte. Esther staat op en loopt achter Pim aan de keuken in. Ik hoor ze op gedempte toon overleggen. Over mij, denk ik. Toen ik een half uur geleden de woonkamer instapte was het al snel duidelijk dat Pim de enige was die het wel een leuk idee vond: een onuitgenodigde gast op hun Sinterklaas-dobbelspel-avond. Het is dat ik voorbereid kwam (gewapend met drie cadeaus omdat ik tijd, plaats en doel van de avond doorkreeg van een bekende), anders had de groep mij waarschijnlijk meteen de deur gewezen.

Pim en zijn zeven vrienden kennen elkaar van de middelbare school. ‘Wij zijn een soort van soulmates’, zei Pim toen ik me aan iedereen had voorgesteld. Ze weten alles van elkaar. Als er partners in het spel komen is dat lastig. Nieuwe gezichten, die moeten zich bewijzen. Ik wist zeker dat hij het nu ook over mij had.
Ik doe mijn best, maar de soulmates en ik zijn geen match made in heaven. Op mijn vragen wordt kort en zakelijk geantwoord. Ze werken op communicatie-afdelingen, in de retail en de horeca. Hun werk is oké. En ja, Sinterklaas vieren ze altijd samen. Na een paar minuten heb ik al niets meer te bespreken met Pim en zijn zevenspan. De gesprekken gaan over het weekend laatst, in Barcelona. Hoe Esther met haar lamme kop midden op de Ramblas over de tekeningen van een straatkunstenaar kotste.
En over mensen die ze allemaal kennen, maar die er niet bij zijn vanavond. Over wat er mis is met die mensen. De grappen gaan ook over die mensen. En langzaam maar zeker begin ik te denken dat het bij die mensen misschien wel gezelliger is dan hier. Maar dan kondigt Esther aan dat het dobbelspel begint en ik besluit nog even vol te houden, al is het voor de cadeau’s.

Pim en Esther komen de keuken uit met bier en serieuze gezichten. Net als mijn buurman mij de dobbelsteen aangeeft tikt Pim mij op mijn schouder. We denken eigenlijk, zegt hij, dat je misschien beter kunt gaan. Hij is vuurrood. Esther staat naast hem. Ze kijkt zoals Linda de Mol altijd kijkt als iemand in Miljoenenjacht een euro in zijn koffer heeft in plaats van een miljoen. Ik zeg dat ik best wil gaan, maar dat ik wel graag wil weten waarom. Pim staart naar zijn schoenen. Het komt gewoon niet echt van de grond met jou erbij. Ik kijk de tafel rond. De soulmates vermijden mijn blik. Als ik opsta pakt Esther snel mijn nog ingepakte cadeautjes uit de doos. Ik zeg dat ze die mogen houden. Esther schudt haar hoofd. Dan klopt het spel niet meer, met te veel cadeautjes.

Pim loopt met me mee naar de deur. Sorry, zegt hij. Ik zeg dat het oké is. Het ligt niet aan jou, zegt hij. Ik zeg dat sommige mensen gewoon niet zo bij elkaar passen en stap met mijn cadeaus de regen in. Pim sluit de deur. Door het raam zie ik de vrienden aan tafel proosten en lachen. De sfeer lijkt er in te zitten.