Zoektocht naar 'verloren Leonardo' lijkt ten einde

In Florence zoekt men naar een verborgen werk van Leonardo. Of het daadwerkelijk wordt gevonden? „Ik spendeer hier 36 jaar van mijn leven aan!”

IMAGE IS FOR YOUR ONE-TIME EXCLUSIVE USE ONLY AS A TIE-IN WITH THE NATIONAL GEOGRAPHIC ÒTHE BATTLE OF ANGHIARIÓ PROJECT. NO SALES, NO TRANSFERS. Mandatory Photo Credit: ©David Yoder/National Geographic Work on the search for Leonardo da Vinci's "The Battle of Anghiari" project, conducted in Florence's Palazzo Vecchio. The project is led by the National Geographic Society and University of California San Diego's Center of Interdisciplinary Science for Art, Architecture and Archaeology (CISA3), in cooperation with the City of Florence.

Elke nacht balanceren een tiental professoren en onderzoekers in Florence op een gigantische steiger, verborgen achter een wit doek. Ze proberen door een muur te kijken en hopen zo de ontdekking van hun leven te doen.

Niemand weet òf de Slag bij Anghiari van Leonardo da Vinci in de Salone dei Cinquecento van Palazzo Vecchio zal worden teruggevonden. En niemand weet hoe het kunstwerk, een muurschildering die Leonardo’s magnus opus had moeten zijn, er aan toe zal zijn.

Het meesterwerk zou zich bevinden achter een fresco van Giorgio Vasari uit (1563). Met röntgenapparatuur, lasers en radartechnieken heeft men al naar de ‘verloren Leonardo’ gezocht. Nu wurmen onderzoekers een endoscopische sonde van vier millimeter door twee kleine gaten in Vasari’s fresco – op zoek naar het kunstwerk dat Leonardo in 1505 gefrustreerd achterliet. Teleurgesteld, omdat de door hem uitgedachte en op de klassieken gebaseerde wasschildertechniek niet het juiste resultaat opleverde.

De zoektocht naar de verloren Leonardo leidt deze dagen tot grote opwinding in Florence. Burgemeester Matteo Renzi geniet ervan: „Een 500 jaar oud mysterie zal spoedig zijn opgelost.” En: „Europa is in crisis, maar vanuit Palazzo Vecchio in Florence hopen we een signaal van hoop te geven door het grootste mysterie van de Renaissance op te lossen.”

Professor Maurizio Seracini, gespecialiseerd in multispectrale visualiseringstechnieken, is meer onderkoeld, wat korzelig zelfs. De vraag of hij de Leonardo daadwerkelijk zal vinden, kan hij niet waarderen: „Anders had ik er niet 36 jaar van mijn leven aan gewijd, denkt u niet?”

Het is aan Seracini’s passie en koppige vasthoudendheid te danken dat de oplossing van het mysterie spoedig zal volgen. Al decennia lang zoekt hij de Slag bij Anghiari. Nu heeft hij op kosten van National Geographic kunsthistorici, radiologen, natuurwetenschappers, scheikundigen, bouwkundigen, vliegtuigbouwkundigen en informatici op de steiger verzameld, en de wereldpers er onder.

„Cerca e trova” (Zoekt en gij zult vinden) is de tekst die hem de moed gaf door te gaan. Hij vond de spreuk in de jaren zeventig; heel klein geschreven in een banier op het tien bij vijf meter grote fresco van Vasari. Seracini concludeerde dat de Leonardo zich nog immer achter de Vasari moet bevinden en bleef zoeken.

Zijn team, zegt hij, heeft zeker nog enkele weken nodig om vast te stellen of het om een echte Leonardo gaat. Eerder ontdekte hij met radaronderzoek dat er sprake is van een muur achter de muur waarop kunstcriticus Vasari zijn fresco schilderde. Er zou twee centimeter lucht tussen de muren zijn. Nu vorst hij met chemische analyse en endoscopie door.

Wat er precies van het kunstwerk is overgebleven, is niet bekend. Seracini hoopt de stuc van Leonardo, kleuren en misschien lijnen aan te treffen. „Het is aannemelijk dat het de afgelopen vijfhonderd jaar niet verder is vergaan, omdat er een luchtstroming is geweest tussen de muur waarop de Vasari is geschilderd en de muur met de Leonardo.” Donderdagnacht is het eerste spoor van pigment teruggevonden.

„We zijn heel dicht bij”, zegt vicevoorzitter Terry Garcia van National Geographic die speciaal uit Amerika is overgevlogen om het prestigeproject van zijn organisatie bij te wonen. „Dit project gaat over inspiratie, exploratie van de culturele geschiedenis en toepassing van hele nieuwe onderzoekstechnieken.” Seracini: „Als we het belangrijkste werk van Leonardo blootleggen, tonen we aan hoe zeer Italië nog altijd een cultureel voorbeeld voor de wereld kan zijn. Dat kan het land gebruiken.”

Leonardo begon in het voorjaar van 1505 aan de afbeelding van de Slag bij Anghiari, een veldslag uit 1440 waarbij Florence de Milanese troepen versloeg en zich van de controle over Midden-Italië verzekerde. Met de opdracht ging voor hem een droom in vervulling. Hij wilde al heel lang een veldslag afbeelden.

In 1490 schreef hij: „Ik zou eerst de rook van de artillerie schilderen die zich in de lucht vermengt met het stof opgeworpen door de werveling van paarden en strijders.” Het tandenknarsen van de stervenden zou als het aan de meester lag hoorbaar moeten zijn bij het aanschouwen van de veldslag. „Oogballen draaien hemelwaarts (...) terwijl ledematen kronkelen”. Van groot belang, zo stelde hij, was dat uiteindelijk „geen enkel vlak stuk in het schilderij niet zou zijn overspoeld met bloed”.

Leonardo was extra uitgedaagd door de opdracht, omdat op de muur tegenover hem zijn jonge rivaal Michelangelo de slag bij Cascina mocht gaan verbeelden, een project dat uiteindelijk niet verder kwam dan wat schetsen op de muur.

Experimenteel als Leonardo was en onbedreven in de frescokunst, besloot hij net als in Milaan, waar hij Het Laatste Avondmaal met een alternatieve weinig bestendige techniek op de muur had aangebracht, ook hier een nieuwe methode toe te passen. Hij greep terug naar de klassieken en koos voor de encaustische techniek waarbij de pigmenten worden opgelost in verhitte was.

Al tijdens het werken ging het mis. De verf hechtte zich niet goed aan de vochtige muur. Leonardo besloot daarop de ruimte te verhitten. Een fatale misrekening, zo bleek. De was smolt toen de temperatuur te hoog steeg, waarna de verf bovenin zou zijn gaan druipen.

Ondanks het debacle zouden kunstenaars uit heel Europa naar Florence zijn gekomen om het gedroomde meesterwerk te bezoeken. Ze noemde het ‘De school van de wereld’. Peter Paul Rubens maakte in 1603 een zeer beroemd kopie van een kopie van de hand van Lorenzo Zacchia. In zijn boek over levens van kunstenaars schreef kunstcriticus Giorgio Vasari over het resultaat: „Furie, haat en razernij zijn zichtbaar in de mannen en paarden (...) Het is onmogelijk om Leonardo’s vakmanschap te miskennen.”

Uitgerekend deze Vasari werd verantwoordelijk voor de verdwijning van Leonardo’s meesterwerk dat maar 58 jaar zichtbaar bleef. In 1563 voorzag Vasari de Zaal van de 500 van fresco’s van eigen hand. Lange tijd dacht men dat de Leonardo verloren was gegaan, totdat Seracini aanwijzingen vond voor de hypothese dat Vasari een muur voor de Leonardo bouwde, toen hij de zaal mocht herinrichten en vergroten.

Mochten de speurende professoren de Leonardo de komende dagen daadwerkelijk terugvinden, dan dringt zich onmiddellijk een groot dilemma op. Hoe het meesterwerk te tonen aan het grote publiek? Moet de Vasari - van de hand van de man die de Leonardo beschermde - wijken?

„Ik wil de muurschildering van Leonardo zien. En ik denk iedereen”, zegt Seracini. „Er zijn al vaker fresco’s verplaatst. De technieken bestaan. Maar de wijze waarop is een zaak voor de politiek.”

Burgemeester Renzi wil er niet op vooruit lopen. Hij verkiest te genieten van dit „emotionele moment”. Zoals kunstenaars vroeger de machthebbers op een voetstuk plaatsten, zo straalt nu deze cultuurhistorische en wetenschappelijke zoektocht positief af op Renzi. Die maakte er de afgelopen maanden geen geheim van de volgende premier van Italië te willen worden.

Desgevraagd bagatelliseert hij alle internationale aandacht. Renzi for president? „Nee nee. We zoeken Leonardo da Vinci. Die is veel belangrijker.”

In de National Gallery, Londen is t/m 5 febr. ‘Leonardo da Vinci’ te zien

    • Bas Mesters