Wellink direct in aanval tegen verwijt passiviteit

Tijdens de steunoperatie van ING vlogen Financiën en DNB elkaar vaak in de haren. Maar Nout Wellink ontkent dat hij de premier belde om te interveniëren. „Dat staat haaks op mijn aanpak.”

Nederland, Den Haag, 2-12-2011. Foto Maarten Hartman. Enquete commissie . Verhoor van Nout Wellink, voormalig topman van De Nederlandsche Bank . DNB. Commissie de Wit. Vlnr. : Nepperus, Haverkamp, voorzitter De Wit, Koser-Kaya , Grashoff, Vermeij. Parlementaire Enqutecommissie Financieel Stelsel. Parlementaire Enquetecommissie Financieel Stelsel. De enqutecommissie onderzoekt de crisismaatregelen die de Nederlandse overheid nam tussen september 2008 en januari 2009 om de acute problemen in het Nederlandse financi‘le stelsel te bestrijden.

De verwijten waren hem bekend, dus wist oud-president Nout Wellink van De Nederlandsche Bank wat hem gisteren te doen stond. Benadrukken dat de toezichthouder de bankencrisis in 2008 echt niet had kunnen voorzien. Dat deed hij vanaf het begin van zijn verhoor voor de parlementaire enquêtecommissie. Het gaat niet om de vraag waarom we niets gedaan hebben, leerde hij de commissie-De Wit, „het gaat om de vraag waarom we de systeemcrisis niet gezien hebben. Als we die hadden gezien, hadden we iets gedaan. Niemand zag de crisis. In september 2008 ging de overheid nog uit van een economische groei tot 1,25 procent. Het werd in 2009 een krimp van 4 procent.”

Dat Wellink al inging op de verwijten voordat die daadwerkelijk waren geuit, had een reden. De afgelopen weken was de indruk ontstaan dat de commissie DNB van passiviteit verdacht in de aanloop naar de crisis die de Nederlandse staat bijna 50 miljard euro kostte. „Als je terugkijkt ben ik eigenlijk stomverbaasd dat onze kleine organisatie zoveel heeft kunnen doen”, zei Wellink. „We hadden wel honderd pannetjes op het vuur staan.”

De commissie erkende dat in die tijd veel gebeurde. Fortis en ABN Amro werden genationaliseerd, tal van instellingen kregen overheidssteun en ING moest door Den Haag zelfs tweemaal met miljardengaranties gesteund worden. De bankverzekeraar kampte onder meer met een Amerikaanse hypotheekportefeuille die fors in waarde daalde. Hoe beoordeelde Wellink eigenlijk het handelen van ING – zo wilde Fatma Koser Kaya (D66) weten – dat niet alleen over rommelhypotheken beschikte, maar ook nog eens voor 5 miljard aan aandelen terugkocht en dividend aan de aandeelhouders uitkeerde? Was het handelen van ING juist? „Als ik me verplaats naar het moment: ja”, zei Wellink. Als hij de crisis niet zag aankomen, kon hij dat ook niet van de banken verwachten.

De enquêtecommissie leek soms geïrriteerd door de docerende toon en omzichtige woorden van de voormalige bankpresident. „U mag straks uw lessen geven”, voegde Koser Kaya hem toe. „Ik probeer uw vragen te beantwoorden”, reageerde Wellink, die volgende week nog een keer langskomt. Over de rolverdeling met het ministerie van Financiën was hij niet omzichtig. De „aanvliegroutes” van beide instanties waren verschillend en dus waren er wel eens spanningen. DNB ging voor maximale veiligheid van het financiële systeem, maar dat moet worden betaald door de belastingbetaler. „En daar gaat Financiën over.” Den Haag wilde ING zo ‘zuinig’ mogelijk bijstaan. Topambtenaar Ronald Gerritse vertelde woensdag dat ING wat hem betreft op de blaren moest zitten voor het riskante gedrag.

De discussies waren verhit, Gerritse was door DNB zelfs „onverantwoord gedrag” verweten. Wellink en zijn mannen wilden het liefst dat de overheid de hypotheekportefeuille uit de bank haalde en zelf de risico’s overnam. „Heeft u ook niet met premier Balkenende gebeld met de mededeling dat Financiën te hard is?”, wilde commissielid Rik Grashoff (GroenLinks) weten. „Geen flauw idee. Ik kan me dat niet voorstellen”, zei Wellink die zich zo’n telefoontje niet kon herinneren. „Dat staat haaks op mijn normale aanpak.” Wel kon hij zich voorstellen dat hij Balkenende een keer had aangeschoten met de mededeling „nou, Financiën trekt er stevig aan” of woorden van gelijke strekking.

Los van de strijd tussen overheid en toezichthouder had de commissie nog een reden om haar wenkbrauwen op te trekken. Wellink gaf zonder omwegen toe weinig zicht te hebben gehad op de waarde van de hypotheekbeleggingen die voor tientallen miljarden in de boeken stonden. En hetzelfde geldt volgens hem voor ING. Beide partijen leunden grotendeels op kredietbeoordelaars. „Er zijn maar een paar bedrijven in de wereld die de waarde van zo’n portefeuille kunnen bepalen.” Dat bracht de slotopmerking van Gerritse in herinnering. „Belangrijkste les van dit alles is dat banken de belangen van klanten voorop moeten stellen. Geen avonturen, geen risico’s naar de balans halen die ze niet begrijpen.”