Weg kapot? Ik maak hem zelf wel

Rijk en arm leven in de wereld steeds meer apart. In Zuid-Afrika vertrouwen de rijken niet meer op de staat.

Wie het in Zuid-Afrika betalen kan, heeft zijn leven geprivatiseerd. Voor basisdiensten als veiligheid, onderwijs en gezondheidszorg vertrouwden de rijken al langer niet meer op de staat. Nu omzeilen ze ook voor reparatie van publieke wegen de openbare dienstverlening.

„Iemand moet het doen”, glimlacht Kobus Bothma. Tevreden kijkt de ondernemer toe als zijn werkmannen met een futuristisch ogend apparaat een oneffenheid in de weg gladstrijken. Bothma en de mannen zijn van de ‘Pothole Brigade’, een initiatief van een grote verzekeringsmaatschappij. Wie rond Johannesburg per sms of online een kapotte weg rapporteert, krijgt de garantie dat Bothma’s ‘Jetpatcher’ het gat in zeven werkdagen komt dichtmaken. Op kosten van de verzekeraar.

„Niks ergert Zuid-Afrikanen zoveel als gaten in de weg die je auto kunnen beschadigen”, weet Bothma. „Als de gemeente geen middelen heeft, kan de private sector bijspringen”, vindt hij. Op de hoek van de straat heeft hij een paar vlaggen neergezet met het logo van de verzekeringsmaatschappij. De buurt, het sjieke Alphen Park in het wat minder sjieke Benoni, zal weten wie de gemeentetaken heeft overgenomen.

Iedere bezoeker die Alphen Park binnenrijdt, moet zich melden bij het wachthuisje van de particuliere beveiligingsdienst. De slagboom zwaait omhoog als de geüniformeerde beveiligers het kenteken genoteerd hebben. Rond de hele wijk, ongeveer vijftien straten met namen van wijnhuizen als Nederburg en Van der Stel, staan hoge hekken.

Eenmaal binnen hebben de duurste villa’s ook nog een tweede verdedigingslinie: hoge muren, meest met schrikdraad erop.

„Als de gemeente geen veiligheid kan bieden, dan zorgen we daar zelf wel voor”, zegt Gary Furno van de bewonersvereniging. De handelaar in graafmachines, tevens voorzitter van de Christelijke Motorrijders Vereniging van Zuid-Afrika, legt uit dat de buurt tien jaar terug na enkele geweldsmisdrijven de gemeente verzocht heeft om op eigen kosten de straten hermetisch af te sluiten. „Ze hadden geen keus”, zegt hij. „Ze weten dat ze tekort schieten.”

Sinds het eind van de apartheid in 1994 is in Zuid-Afrika een nieuw soort tweedeling ontstaan: zij die voor hun basisvoorzieningen volledig afhankelijk zijn van vaak falende maar goedkope overheidsdiensten en zij die graag wat extra betalen om hoge standaarden die vroeger alleen voor witte Zuid-Afrikanen waren weggelegd te behouden.

Slagingspercentages op particuliere scholen zijn nu eenmaal hoger dan in het openbaar onderwijs en overlevingskansen in private klinieken zijn groter dan in staatsziekenhuizen. En daar blijft het niet bij. De kans dat de post aankomt is groter met het commerciële PostNet dan met de nationale PTT. Met inbrekers in de tuin bel je niet de politie, maar druk je op de ‘panic button’ van het particuliere beveiligingsbedrijf dat, ook hier in Alphen Park, op dreigende borden ‘armed response’ belooft.

Maar juist de mensen die grif betalen voor particuliere bedrijven die overheidstaken hebben overgenomen, hoesten ook het leeuwendeel van de belastingen op. „Wij betalen altijd dubbel”, mokt voorzitter Jaap Kelder van de Nasionale Belasting Betalers Unie.

„De ene helft van het land ontwikkelt via belastingen de andere helft”, zegt politiek analist en radiopresentator Eusebius McKaiser. „Dat kan de kloof tussen de burger en de politie nog verder vergroten.”

Slechts 5,9 miljoen van de vijftig miljoen Zuid-Afrikanen betaalt inkomstenbelasting. Dat is dankzij economische groei en een zeer efficiënte belastingdienst drie keer zoveel als in 1994, maar met zo’n veertien miljoen mensen die uitkeringen ontvangen is deze verdeling „niet vol te houden”, zegt de in Nederland geboren Kelder in zijn fabriek in Germiston, niet ver van Benoni. Kelder was ooit raadslid van het zeer conservatieve Vryheidsfront. Volgens hem zijn het vooral blanken die belasting betalen en zwarte politici die geld verkwisten. „Het ANC-bestuur is incompetent en corrupt”, zegt hij in accentloos Nederlands. „Sinds 1994 is er nauwelijks onderhoud geweest aan riolen en waterleidingen.”

Onder Kelders organisatie ressorteren 335 lokale comités van belastingbetalers, die in veel gemeenten hun maandelijkse gemeentebelastingen in een trustfonds storten totdat de dienstenlevering verbeterd is. In het stadje Sannieshof in de Noord-Westprovincie hebben leden van het lokale belastingbetalerscomité al eens een beroep op het fonds gedaan om uit eigen zak de watervoorziening te laten repareren. In sommige plaatsen verzorgen particulieren de vuilnisophaal. Minister van Financiën Pravin Gordhan zei onlangs het „totaal onacceptabel” te vinden dat Kelders achterban de gemeenteheffingen niet meer aan de gemeentes betaalt. Hij kondigde strenger optreden aan. Maar Gordhan erkende dat door wanbeleid vooral op lokaal niveau inderdaad veel geld verspild is.

Sinds het eind van de apartheid eisen 45 miljoen nog altijd in meerderheid arme zwarte Zuid-Afrikanen dezelfde dienstverlening als vijf miljoen vaak meer bemiddelde witten. „In die context”, zegt politicoloog Steven Friedman van de Universiteit van Johannesburg, „kun je moeilijk volhouden dat de levering van diensten aan rijkere belastingbetalers zo slecht is. In arme woonwijken wachten mensen vaak geduldig enkele dagen tot het afval weer wordt opgehaald of de waterleiding gerepareerd is. In rijke wijken heeft men een ander verwachtingspatroon en belt men eerder de klachtenlijn van de gemeente.” En ook armen betalen mee aan de staat, zegt hij. „Via de BTW.”

De private oplossingen zijn bovendien niet voor de eeuwigheid, erkent Bradley Du Chenne van verzekeringsmaatschappij Dial Direct, verantwoordelijk voor de ‘Pothole Brigade’. „Wij wilden iets terugdoen voor de gemeenschap. En als je autoverzekeringen verkoopt, dan is het mooi meegenomen als auto’s niet meer beschadigd raken door slechte wegen. Maar we zouden er natuurlijk zo weer mee kunnen stoppen.”