We love you, yeah yeah yeah

Aflevering 14: over The Beatles, die met hun albums alle Europese popgroepen die na hen kwamen beïnvloedde.

The Beatles in 1964 Foto Bloomberg

Het is niet het beste liedje van de Beatles, want dat is ‘Eleanor Rigby’ of ‘I Am The Walrus’ (of ‘For You Blue’ of ‘In My Life’; of gewoon ‘Yesterday’ of ‘All You Need Is Love’). Maar ‘Back In The U.S.S.R.’ is in veel opzichten exemplarisch voor de carrière van The Fab Four. Het openingsnummer van het Witte Dubbelalbum (1968) is een ode aan de Amerikaanse rechttoe-rechtaan rock-’n-roll van Chuck Berry en de Beach Boys, maar heeft een tekst die knipoogt naar de Europese geschiedenis en politiek. Het werd geschreven en gezongen door Paul McCartney, maar kon rekenen op groot enthousiasme van de Berry-bewonderaars John Lennon en George Harrison. Het werd opgenomen toen The Beatles op hun muzikale hoogtepunt waren, maar moest het doen zonder drumwerk van Ringo Starr, die na een ruzie met de andere drie de Apple-studio had verlaten – om later weer terug te komen. Dat patroon zou zich tot het definitieve einde van de Beatles in april 1970 in verschillende constellaties herhalen.

Muzikaal is ‘Back In The U.S.S.R.’ een parodie op ‘California Girls’ van de Beach Boys, met wie de vier Britten sinds het midden van de jaren zestig in een soort muzikale wapenwedloop waren verwikkeld. In de tekst verwees het vooral naar ‘Back In The U.S.A.’ van Chuck Berry: de hamburgers en de wolkenkrabbers uit het origineel zijn vervangen door Oekraïense meisjes en galmende balalaika’s. Want McCartney wilde naar eigen zeggen de Beatles-fans in het Oostblok een hart onder de riem steken: ‘Cause they like us out there, even though the bosses in the Kremlin may not’.

Geen wonder dat ‘Back In The U.S.S.R.’ een soort samizdatsong in het Oostblok werd. Beatles-platen waren in veel landen achter het IJzeren Gordijn verboden, als decadente invloeden uit het kapitalistische Westen; lp’s werden binnengesmokkeld en illegaal verspreid, in sommige gevallen geperst op oude röntgenfoto’s. Pas tijdens de glasnost van de jaren tachtig kon McCartney zijn eerste officiële plaat in de Sovjet-Unie uitbrengen (Choba b CCCP, ‘Terug in de USSR’); in 2003 sloot hij met het titelnummer zijn legendarische concert op het Rode Plein af.

Dat de Russische autoriteiten in de jaren zestig en zeventig zo tegen The Beatles ageerden, kwam niet in de eerste plaats doordat ze een hekel hadden aan popmuziek – ABBA en zelfs de Stones waren wel acceptabel. Ze waren bang voor de culturele revolutie die The Beatles mede hadden veroorzaakt, met hun oorbedekkende haarstijl (moptops), hun eigenaardige kleding (reversloze jasjes), hun gebruik van geestverruimende middelen (‘Lucy In The Sky With Diamonds’), hun anti-autoritaire instelling en hun opzwepende muziek, die gefundeerd was op verderfelijke Amerikaanse muziekstijlen. En inderdaad: The Beatles, vier oorlogskindjes uit Liverpool die het vak van popmuzikant leerden in de nachtclubs aan de Hamburgse Reeperbahn, namen de favoriete muziek uit hun jeugd – jaren-vijftig-rock-’n-roll en rhythm & blues – en versmolten die met Europese elementen, variërend van klassieke kamermuziek (‘Piggies’) en music-hall-idioom (‘When I’m Sixty-Four’) tot Franse chansons (‘Michelle’) en de nonsensrijmen van Lewis Carroll (‘I Am The Walrus’). Het resultaat beïnvloedde niet alleen alle Europese popgroepen die na hen kwamen, maar werd ook teruggeëxporteerd naar Amerika, waar behalve de Beach Boys ook Bob Dylan, Frank Zappa, Michael Jackson en een paar honderd anderen schatplichtig werden aan de experimenteerzucht van John Paul George & Ringo.

i-am-the-walrus-cover

The Beatles onderscheidden zich in het begin van de jaren zestig van vergelijkbare bas-gitaar-drumgroepjes doordat ze bijna al hun singles (en het merendeel van hun lptracks) zelf schreven. Ze componeerden albums, geen singleverzamelingen met een paar ‘fillers’. Ze maakten voor de promotie van ‘Rain’ in 1966 de eerste videoclips uit de geschiedenis (geregisseerd door Michael Lindsay-Hogg) en waren ook de eerste rockgroep van wie de carrière werd geparodieerd in een fakedocumentaire (The Rutles: All You Need Is Cash, 1978). Ze verzonnen het ‘conceptalbum’ en de dubbele klaphoes (Sgt Pepper’s); ze waren pioniers in popopera (kant B van Abbey Road), heavy metal (‘Helter Skelter’), progressive rock (‘I Want You’) en avantgardepop (‘Revolution 9’); en ze verkochten naar schatting een miljard platen. Zelfs de weinige artiesten die een hekel hadden aan ‘het vierkoppige monster’ (zoals Mick Jagger hen ooit noemde) konden en kunnen zich niet aan hun invloed onttrekken.

Luister het maar na, op de dertien studioalbums die de groep tussen 1962 en 1969 maakte. Of, in de vorm van een crash course, op de Rode en Blauwe Dubbelalbums uit 1973, die een overzicht geven van de carrière van The Beatles in 54 liedjes: 24 singles (die bijna allemaal ergens in de wereld de top van de hitparade haalden) en dertig beroemde albumtracks en B-kantjes die getuigen van de rock-’n-roll-anarchie van Lennon, het musichallsentiment van McCartney, de serieuze lieflijkheid van Harrison en de onbekommerde humor van Starr. Honderdvijftig minuten muziek die in de jaren zestig het fundament vormden van de Beatles-mania, en dertig jaar later nog steeds gezien worden als het aap-noot-mies van rock en pop. Een waardige opvolger van het werk van die twee eerdere Grote B’s uit de Europese muziekgeschiedenis, Bach en Beethoven.