Vertel waarop het staat

Angela Merkel deed het. Nicolas Sarkozy deed het ook. Maar Mark Rutte doet het tot nu toe niet.

De Duitse bondskanselier sprak gisteren de Bondsdag in Berlijn toe. Ze zei er dat de eurocrisis niet met op stel en sprong is op te lossen. Deze crisis – „misschien wel de zwaarste in de geschiedenis van de Europese eenwording” – gaat jaren duren, aldus Merkel.

De Franse president hield donderdag een rede in Toulon, niet toevallig een bolwerk van het anti-Europese Front National. Hij waarschuwde dat Europa kan worden „weggevaagd” als het nu niets doet. „De angst is terug dat Frankrijk niet langer zijn lot in eigen hand zal hebben”, voorzag Sarkozy.

Alarmerende toespraken met dito toonzetting. Zeker in die van Sarkozy klonk iets als oorlog door. Dat hyperbolische is eigen aan de Franse politieke retoriek. Maar het is wel tijd om de verloven in te trekken en te mobiliseren. Er is minder dan een week te gaan.

Europa is meer dan een afspraak tussen deze twee landen. Ook Nederland zit midden in de draaikolk die de eurocrisis is. Toch deinst premier Rutte er voor terug om de burgers te informeren en te betrekken. Tot nu toe heeft hij geen zendtijd „gevorderd” en ook de Staten-Generaal niet gevraagd hem een podium te geven voor een toespraak over de toestand en de toekomst van Europa.

Er is niettemin alle reden voor. Omdat de crisis daartoe noopt. En omdat in Nederland, net als Frankrijk, na het ‘nee’ tegen de Europese ‘grondwet’ in het referendum van 2005 een eurosceptische, en soms zelfs ronduit anti-Europese, wind waait.

Geen misverstand. Het zou voor Rutte een grote stap zijn om Merkel en Sarkozy te kopiëren. Nederland is geen natie waarin grote politiek of pathetiek wordt gewaardeerd. Het kleine gebaar wordt hier hoger aangeslagen. Maar soms is de tijd er wel naar.

In de aanloop naar de eurotop volgende week is er geen reden om à la premier Hendrik Colijn in 1936 de luisteraar welterusten te wensen. De televisietoespraak ‘het zal nooit meer worden zoals het was’ van premier Den Uyl in december 1973, toen Nederland in de ban was van de oliecrisis, is anno 2011 een beter voorbeeld.

Ook nu wordt veel anders in Nederland. Het idee dat ‘wij’ alles op orde hebben en dat alleen de mediterrane landen ‘uitvreters’ zijn – een beeld dat ministers en andere politici graag gebruiken – heeft geen politieke betekenis meer nu de eurocrisis oprukt naar ‘onze’ zuidgrens. Federale budgetbewaking, waarvoor premier Rutte terecht heeft geijverd, is onvermijdelijk geworden.

Die supranationale controle zal ook Nederland niet ongemoeid laten. Verschillende vaderlandse tradities en arrangementen, die vanzelfsprekend lijken, zullen onder druk komen te staan. Het idee dat de pensioengerechtigde leeftijd pas in 2020 één jaar omhoog kan gaan, is een illusie. De gedachte dat we de vergrijzing kunnen opvangen door de grenzen te sluiten, is niet veel meer dan politieke propaganda. De veronderstelling dat de woningmarkt ongemoeid kan blijven is bedrog. De hypotheekrenteaftrek kan onze schuldencrisis worden als de huizenprijzen dalen.

Die consequenties zijn vele malen groter dan een maximumsnelheid van 130 kilometer, om maar eens politieke eis te noemen die deze week door de VVD is binnengesleept. Maar Rutte is niet alleen leider van die partij. Hij is premier van Nederland en moet, zeker gelet op zijn minderheidspositie in de Staten-Generaal, een brede politieke basis leggen voor zijn Europapolitiek. Zonder de oppositie kan dat niet. En dus moet Rutte ook proberen de burgers in die hoek te engageren: niet zozeer voor een partijpolitiek beleid maar juist voor een oriëntatie die zijn regeerperiode overstijgt.

Eenvoudig is het niet. Rutte zal zijn eigen partij, die in eurosceptisch vaarwater terecht is gekomen, moeten uitdagen. Maar het kan wel als de premier zijn intellectuele potentieel aanspreekt.

Het is nu buigen of barsten. Vijf ‘captains of industry’ vroegen zich gisteren af wat we konden antwoorden als de kinderen later vragen wat we nu hebben eigenlijk hadden gedaan. Pathetisch? Ja. Maar daarmee niet onwaar. Dus premier: vertel waarop het staat.