Verbijsterd? Een CDA'er moet juist moraliseren

De woede jegens minister Van Bijsterveldt ging ook over de scheiding tussen privé en publiek. Is het goed dat politici de burger vermanen? Het past in elk geval erg bij het CDA.

Waar bemoeit ze zich eigenlijk mee? Minister Marja van Bijsterveldt (CDA, Onderwijs) probeerde donderdag tijdens de behandeling van haar begroting in de Tweede Kamer verontwaardigde Kamerleden gerust te stellen. Er is niet zozeer een probleem, zei ze. Met haar oproep aan ouders meer betrokkenheid bij de scholen van hun kroost te tonen, had ze hen slechts willen aanspreken op hun verantwoordelijkheid. Met andere woorden: ze zei gewoon wat goed is.

Maar zo makkelijk blijkt ze bij ethicus Theo Boer van de Protestantse Theologische Universiteit Utrecht er niet van af te komen. De minister ging volgens hem over de grens die een liberale samenleving trekt tussen privé en publiek. „Als Van Bijsterveldt nu had gesproken over asbest in scholen, of de veiligheid van kinderen, duidelijke taken van de overheid, dan was deze verontwaardiging er niet geweest.”

Ze deed iets anders: ze vertelde burgers wat ze behoren te doen. Ze moraliseerde. In het dominante liberale wereldbeeld past dat niet. Zoals oud-VVD-leider Frits Bolkestein ooit zei: „De overheid is er niet om te moraliseren, maar om de in strafrechtelijke regels gegoten waarden en normen te handhaven.”

CDA’ers verzetten zich tegen die gedachte. Niet voor niets krijgt Van Bijsterveldt lof van Doekle Terpstra, bestuursvoorzitter van Hogeschool InHolland en prominent CDA’er. Haar opmerkingen, zegt hij, passen „feilloos” in de protestantse politieke doctrine „zoals die is ontwikkeld door Abraham Kuyper”. De grondlegger van de Anti-Revolutionaire Partij, een voorloper van het CDA, werkte de gedachte uit dat God de ‘ordeningen’ had geschapen. Zoals gezin, kerk en onderwijs. Deze ordeningen, of ‘levenskringen’ hebben hun eigen onafhankelijke gezag. Terpstra: „Van Bijsterveldt komt niet met nieuwe regels, ze sprak ook niet over geld, maar deed louter een beroep op de mentaliteit van burgers: neem je verantwoordelijkheid in eigen kring. De school is zo’n kring.”

Jan Schinkelshoek, lange tijd de ideologische rechterhand van Balkenende: „Het liberale wereldbeeld gaat uit van autonome, verstandig handelende individuen. Ik zal niet direct de Heidelbergse Catechismus erbij halen, die stelt dat de mens gedoemd is tot alle kwaad, maar je kunt wel zeggen dat de calvinistische traditie niet erg opgewekt is over de mogelijkheid van individuen om autonoom en verstandig beslissingen te nemen.” Daarom zijn aansporingen als die van de minister te prijzen. „Of je het nu over het ethisch reveil van Van Agt hebt, of over de normen en waarden waar Balkenende van sprak, de gedachte is dezelfde: samenleven doe je niet alleen. Moraliserende politici horen daarbij. Niet voor niets heet de partij Christen-Democratisch Appèl.”

En niet voor niets noemde Jan Peter Balkenende de Amerikaanse gemeenschapsdenker Amitai Etzioni zijn ‘leermeester’. Etzioni meent niet alleen dat mensen weer moeten leren om openlijk te moraliseren, maar vraagt ook van politici niet te schromen hun opvattingen van het goede leven te geven.

Een geestverwant van Etzioni is Michael Sandel, een Harvard-hoogleraar die met zijn lezingen over moraal een miljoenenpubliek bereikt. In zijn boek Justice schrijft hij dat de overheid per definitie moraliseert. Politici kunnen volgens hem burgers helpen actief te discussiëren over hun morele opvattingen. Sandels boeken hebben het dominante liberale paradigma nog niet aan het wankelen gebracht. Schinkelshoek: „De ophef van deze week laat dat wel zien.”

„Toch zou deze regeringscoalitie juist hierover ernstig kunnen botsen”, zegt Paul Nieuwenburg, docent politieke filosofie in Leiden. „Want er is sprake van een fundamentele tegenstelling. Voor liberalen is het hele staatsgezag gebaseerd op een afspraak tussen burgers over het afstaan van hun rechten. Voor christen-democraten is er geen sprake van een afspraak. Het individu bestaat daar dankzij de gemeenschap. Ze kennen die strikte scheiding privé en publiek niet.”

Een fundamentele tegenstelling. Goed. Maar wel in theorie. Nieuwenburg is zelf de eerste om zijn eigen woorden te relativeren: „Ik zeg ‘in potentie’, want het is maar de vraag hoe liberaal VVD’ers eigenlijk zijn. En hoe ideologisch zuiver de politici van het CDA.”

    • Pieter van Os