Sparen of spreiden - dat is de kwestie

ABN Amro, zo meldde deze krant vorige week, maant haar klanten ‘liquide te gaan’ door beleggingen te verkopen en de opbrengst op een spaarrekening te zetten. Een opmerkelijk advies. De marktleider onder beleggers snijdt in eigen vlees. Banken verdienen graag en veel aan actieve beleggers: aan beheer, aankoop en verkoop van effecten. Daarnaast moedigt ABN de klant aan zichzelf te snijden. Natuurlijk wordt behoud van vermogen belangrijker dan rendement, gezien de meltdown van de eurozone. Maar sparen leidt niet echt tot behoud. De spaarrente is niet of nauwelijks hoger dan de inflatie, en de spaarder betaalt ook nog eens jaarlijks 1,2 procent Box 3-belasting over zijn tegoed.

ABN Amro staat dan ook alleen met haar advies. „Sparen in plaats van beleggen brengt verreweg de meeste klanten verder van hun beleggingsdoel”, zegt Rob van Oostveen, directeur Private Investments bij Van Lanschot. „Een koersval meemaken is net zo nadelig als het rendement mislopen tijdens een beursrally.” Beter is een andere mix van beleggingen. „Een portefeuille met 20 procent risicodragende beleggingen zoals aandelen en 80 procent risicomijdende beleggingen zoals obligaties, goed gespreid over verschillende debiteuren en looptijden, brengt op de lange termijn bijna altijd meer op dan sparen. Spreiding is de enige free lunch. Het kost geen cent extra, maar je vermindert wel je risico.” Voor zo’n mix ziet Van Lanschot nog genoeg effecten met potentie: aandelen van bedrijven in opkomende markten, en bedrijfsobligaties van solide debiteuren als Unilever en Schiphol. „Die brengen nu tot 2,5 procentpunt meer op dan de beste staatsleningen. Op de totale portefeuille is een rendement haalbaar van 4,5 tot 5 procent per jaar.” En dat hogere rendement wordt niet langer gedrukt door de onnodig hoge kosten waar de banken eens berucht om waren. „Wij geloven in actief beheer van de beleggingen van onze klanten. Maar waar dat onvoldoende meerwaarde biedt, kiezen we voor trackers. Die maken ongeveer een kwart van de portefeuille uit.”

Trackers of ETF’s volgen volautomatisch indices of mandjes effecten. Dat drukt de kosten. Of ETF’s echt zo goedkoop zijn, trok de vorige aflevering van deze column in twijfel. Adviseur en beurscommentator Marcel Tak had uitgerekend dat zes ETF’s op de AEX 0,5 tot 1,5 procentpunt achterblijven bij de Amsterdamse beursindex. Hij zag maar één verklaring: de kosten zijn twee tot drie keer hoger dan de aanbieders claimen. Een van hen, ThinkCapital, bestrijdt dat. „Het verschil komt door de belasting op dividenden van de onderliggende waarden.” Het Nederlandse ThinkCapital kan die belasting terugvorderen en het volle dividend doorgeven aan de belegger. Dat kan niet bij de vele Ierse en Luxemburgse ETF’s die in Nederland worden aangeboden.

Joost Ramaer

    • Joost Ramaer