Spaanse bank dilemma's

Het lijkt erop dat de gouverneur van de Spaanse centrale bank gelijk had toen hij zei dat Caja del Mediterraneo (CAM) het „ergste van het ergste” was. De veiling van de failliete Spaanse spaarbank, die in juli vorig jaar werd gered, heeft slechts één bindend bod opgeleverd. Het Spaanse noodfonds voor de bankensector, de FROB, moet besluiten of het de CAM met allerlei dure garanties wil verkopen aan de middelgrote Banco Sabadell. Alternatief is alleen de goede onderdelen te verkopen. Het laatste lijkt de minst slechte optie.

Er zijn verschillende redenen waarom de grootste banken van Spanje – BBVA, Santander en Caixabank – het hebben laten afweten. Deze banken kregen onlangs van de Europese Autoriteit voor de Bankensector te horen dat ze hun kapitaalpositie moeten versterken. In deze omstandigheden is het uitgeven van geld aan een binnenlandse kredietverstrekker met flinterdunne marges en een hoop problematische leningen moeilijk te verkopen aan beleggers.

Waarom heeft Sabadell dan een bod uitgebracht? Omdat de transactie deze bank schaalgrootte zal opleveren in een consoliderende markt. Het probleem is dat de overname van een bank met de omvang van CAM riskant is voor Sabadell, zelfs als rekening wordt gehouden met een genereus beschermingsprogramma voor de bezittingen, ter dekking van een verzameling riskante leningen.

Om de risico’s te verminderen zal de FROB wellicht de schulden moeten waarborgen en de bieder moeten betalen om die schulden over te nemen. Dat zou bovenop de 2,8 miljard euro aan kapitaal komen die de FROB al eerder in de bank heeft gestoken, als onderdeel van de reddingsoperatie. CAM zou nog eens een injectie van 1 miljard euro nodig hebben om op een kernkapitaal van 10 procent uit te komen. Voeg daar extra voorzieningen aan toe om potentiële verliezen te compenseren en de financiële verplichtingen zouden wel eens een hogere waarde kunnen vertegenwoordigen dan de bezittingen.

Een verkoop van de goede bezittingen van CAM in één blok zou wellicht meer belangstellenden kunnen trekken. Dat zou betekenen dat de FROB aan de riskante leningen zou moeten vasthouden, die dan in een soort ‘mini-slechte bank’ zouden moeten worden ondergebracht. Geen ideale oplossing, maar misschien beter dan het alternatief.

Fiona Maharg-Bravo

Vertaling Menno Grootveld