Shell staakt activiteiten in Syrië

Energieconcern Shell staakt zijn activiteiten in Syrië. Het bedrijf geeft hiermee gevolg aan de verscherpte sancties die de Europese Unie afgelopen donderdag afkondigde, zo laat een woordvoerder van het bedrijf weten.

Volgens een van de nieuwe sancties mogen Europese bedrijven geen apparatuur en technologie meer leveren aan de Syrische olie- en gasindustrie. Verder geldt een verbod om deel te nemen aan de bouw van elektriciteitscentrales in het land. Europese bedrijven mogen hiervoor ook geen technische assistentie verlenen, of financiering verstrekken.

Met het totale pakket aan nieuwe sancties wil Europa het regime-Assad, dat de bevolking met geweld onderdrukt, verder de duimschroeven aandraaien. Naast de energiesector worden de financiële sector en de handel extra beperkingen opgelegd.

Wat precies de plannen zijn van Shell in Syrië, wil de woordvoerder niet toelichten. Het is niet duidelijk of Shell zijn werknemers terugtrekt, of dat het zijn belangen in het land afbouwt. Volgens de woordvoerder van het concern werken er op het moment „enkele tientallen” mensen van het bedrijf in Syrië.

De belangen van Shell in Syrië zijn relatief klein. Zijn olie- en gasproductie in het land maakt ongeveer 1 procent uit van de totale productie. Shell heeft een minderheidsbelang van 31,25 procent in het Syrische energiebedrijf Al Furat Petroleum Company.

In september deden Nederlandse oppositiepartijen al een oproep aan Shell om Syrië te verlaten. Het bedrijf gaf daar toen geen gehoor aan. Shell zei het geweld en schendingen van de mensenrechten weliswaar te veroordelen, maar was als bedrijf niet in de positie om de wisseling van regimes te bepalen. Het wilde pas stoppen als de politiek daartoe zou oproepen.

De Raad voor Mensenrechten van de VN heeft gisteren een resolutie aangenomen die Syrië krachtig veroordeelt wegens zijn „grove en systematische schendingen” van de burgerrechten. De raad stelde ook een speciale onderzoeker voor Syrië aan.