Roemloos einde van wat ooit Heerlens trots was

In Heerlen staat het oudste winkelcentrum van Nederland op instorten. Bij de opening in 1966 werd nog goed verdiend in de mijnen. Wie eens lekker wilde shoppen ging naar Heerlen, niet naar Maastricht.

Gecontroleerd slopen of in laten storten? Voor die keuze stond het Heerlense gemeentebestuur gisteravond tijdens een spoedoverleg over winkelcentrum ’t Loon. Het wordt slopen. Een spontaan einde zorgt voor een stofwolk, legde burgemeester Paul Depla uit. Bovendien zou asbest vrij kunnen komen. Maandag wordt beslist wanneer de sloop begint. Het gaat om het verzakkende deel van het complex, dat ruimte biedt aan tien zaken en parkeergelegenheid.

De vijftig winkeliers in ’t Loon werden deze week overvallen door de sluiting van een deel van het gebouw. Door toenemende druk op vitale pilaren was er instortingsgevaar.

De geschiedenis van ’t Loon gaat bijna een halve eeuw terug. Minister van Economische Zaken Joop den Uyl had in 1965 aan de overkant van de straat, in de Heerlense schouwburg, al het einde van de steenkolenwinning aangekondigd. Maar de sluiting van de laatste mijn zou nog ruim tien jaar op zich laten wachten. Toen in 1966 winkelcentrum ’t Loon openging, blaakte de Limburgse Mijnstreek nog van de welvaart. In de mijnen werd goed verdiend. Wie eens lekker wilde shoppen, zijn ogen wilde uitkijken bij etalages, ging naar Heerlen. En niet, zoals nu, naar het 25 kilometer verderop gelegen Maastricht. Het ontbreken van geschiedenis werd gecompenseerd door moderne gemakken.

’t Loon sloot aan bij dat gevoel. Bijna een decennium voor Hoog Catharijne openging kon hier al overdekt gewinkeld worden, terwijl de auto tot voor de deur kon komen. ‘Amerikaans gevoel krijgt in Heerlen gestalte’, luidde een van de krantenkoppen. Als baken van het nieuwe consumentisme diende een vijftien etages hoge woontoren, waarvan de appartementen panorama’s tot diep in het Heuvelland boden.

De bouw was niet zonder problemen verlopen. De aannemer ging failliet. Het publiek moest wennen aan de wat kil aandoende nieuwbouw. In de gangen kon het lelijk waaien. Na wat aanpassingen en toegevoegde gezelligheid kwamen uiteindelijk de klanten.

In de jaren tachtig woedde er tot twee keer toe brand. Vooral in 1985 was de schade groot. Niet veel later werd ’t Loon herbouwd. Ook daarna werd het winkelcentrum nog diverse malen aangepast aan nieuwe eisen. Dat neemt niet weg dat zeker de buitenkant ietwat gedateerd aandoet.

Tegenwoordig zou een winkelcentrum als ’t Loon niet op deze plek zijn gebouwd. Het sluit net niet aan bij de rest van de binnenstad. ’t Loon is wel nog steeds medebepalend voor het stadssilhouet van Heerlen. De woontoren met bovenop het vignet van C&A kan geen passant op de aanpalende autoweg ontgaan. De woningen zijn vooralsnog veilig.

Dezelfde mijnen die het complex ooit mogelijk maakten, luiden nu wellicht het einde in. Dat de grond diep onder ’t Loon zo instabiel is, heeft mogelijk te maken met de gangenstelsels die voor de steenkolenwinning werden gegraven en die onder de hele streek lopen. Maar er kunnen ook andere oorzaken zijn, zoals een lekkende riolering of de ligging van het complex tegen een heuvel.

De problemen komen voor de middenstand op het slechtst denkbare moment, in de topmaand december. Geluk bij een ongeluk is dat in Heerlen en de overige gemeenten van de voormalige Oostelijke Mijnstreek volop vervangende winkelruimte beschikbaar is. De welvaart van midden jaren zestig is voorgoed verleden tijd en ook de demografische krimp zorgt voor leegstand.

    • Paul van der Steen