Rebels China

Economische bloei en snelle modernisering wakkeren in China het politieke verzet aan. Schimpen op lokale machthebbers mag, de Partij ter discussie stellen niet. Verslag uit onrustig Wukan.

Met een schalkse lach graait Zhang Chenhao twee dozen condooms en een fles Martell-cognac uit een plastic zak. „Kijk, dit hebben we gevonden in de bureaus van het dorpshoofd en de partijsecretaris, de corrupte klootzakken. Mogen zij vervloekt worden”, zegt de stoere, geheel in het zwart geklede jongen als hij het kantoor van de verjaagde overheidsfunctionarissen laat zien.

De ruiten van het gebouw zijn ingeslagen, documenten met stempels dwarrelen rond in de zwoele wind en aan de muren hangen rode spandoeken: „Wij eisen de waarheid”, „Geef ons land terug” en „Nieuwe verkiezingen, nieuwe verkiezingen”.

Buiten beginnen de inwoners van het Zuid-Chinese Wukan aan hun dagelijkse protestmars. Bijna de helft van de 20.000 inwoners van dit dorp in Guangdong aan de Zuid-Chinese Zee doet mee aan „de campagne tegen corruptie, tegen illegale landverkopen en illegale verkiezingen”. Vinnige, schelle vrouwenstemmen kondigen aan dat de mars door het uitgestrekte dorp gaat beginnen.

In het jargon van de Communistische Partij van China (CPC) gaat het hier om een „massa-incident”, een eufemisme voor rellen, stakingen, demonstraties. Het aantal „massa-incidenten” stijgt snel en is in vijf jaar verdubbeld tot 180.000 per jaar (493 per dag), volgens uitgelekt onderzoek van de Chinese Academie voor Sociale Wetenschappen.

Niet verwonderlijk dat de Chinese autoriteiten zich grote zorgen maken over deze „ongekende vertrouwenscrisis” (Volksdagblad) en „golven van sociale onrust” (Global Times) of „steeds ontevredener China” (South China Morning Post). China lijkt inderdaad steeds rebelser en onrustiger te worden. Onrust die ook verklaard kan worden uit de ontwrichtend snelle economische groei, die geen uitweg vindt in een efficiënt en betrouwbaar justitieel systeem.

Demonstraties tegen lokale bestuurders worden omvangrijker, harder en voltrekken zich op alle plekken waar China zichzelf moderniseert. Van het altijd onrustige Guangdong („de werkplaats van de wereld”) tot de graslanden van Binnen-Mongolië waren er de afgelopen weken en maanden talrijke botsingen tussen burgers en autoriteiten, soms ontaardend in veldslagen met de mobiele eenheid. Er deed zich zelfs een Chinese variant op een zelfmoordaanslag voor toen een 52-jarige man drie zelfgemaakte bommen liet exploderen bij een overheidsgebouw. Via het uitdijende internet en het microblogsysteem Weibo bereikt net nieuws van deze confrontaties sneller dan ooit een steeds breder publiek.

De microblogs vertellen de verhalen achter de protesten tegen lokale overheidsbesluiten, tegen chemiecomplexen in woonwijken, tegen belastingverhogingen of tegen plannen om overheidsfuncties alleen voor partijleden open te stellen. Het gaat in Wukan niet anders.

Video’s en foto’s van de demonstrerende Wukanners worden onmiddellijk door Zhang en zijn vrienden doorgestuurd naar de media in Hongkong, Shanghai en Peking. Dat zij optreden voor de buitenwereld lijken de Wukanners te beseffen. Mannen demonstreren gewassen en geschoren in smetteloze overhemden, opa’s en oma’s hebben hun netste pyjama’s aan en de haren van de vrouwen en meisjes glimmen als zwarte spiegels. Iedereen draagt een spandoek of een stuk karton met teksten als „Geef mijn land terug”, „Nieuwe verkiezingen” of „De Waarheid”.

De mars voert door de dorpsstraat met groentestallen en rekken waarop garnalen en vis drogen, langs de straattandartsen, de tempels en zelfs het politiebureau. En dan pas dringt door hoe ongebruikelijk dit tafereel eigenlijk is in China.

Vanaf een balkon kijken jonge agenten toe, maar op straat is geen diender te vinden, het politiebureau maakt een verlaten indruk. De paramilitaire politie, doorgaans snel en overmachtig aanwezig, lijkt te zijn weggesmolten in de felle winterzon.

Er worden foto’s meegedragen van ‘9/21’, het Wukanse 9/11. Op die dag gingen de inwoners voor het eerst de straat op en leverden ze veldslagen met de politie en de ME. Jongeren liepen hoofdwonden op, enkele bejaarde demonstranten werden zwaar mishandeld, maar sindsdien houdt de politie afstand uit vrees dat Wukan explodeert en er doden vallen. Het lijkt alsof de autoriteiten ervoor gekozen hebben het vuur te laten uitbranden.

„Als ze denken dat we vanzelf zullen stoppen, vergissen zij zich. We gaan door tot we onze doelen hebben bereikt. Dit is niet alleen de grootste en langst durende protestcampagne in China, het is ook de meest gedisciplineerde”, zegt Zhang. Hij is fier op de rebellie van Wukan, een dorp dat in 2008 nog werd uitgeroepen tot officieel model van harmonie, stabiliteit en welvaart.

De protesterende boeren, de vissers, de families van migrantenarbeiders in de Parelrivierdelta, de textielhandelaren en de rijke pensionados hebben al opmerkelijke successen geboekt. Zij hebben het gehate dorpshoofd, Xue Chang, en de „corrupte” partijsecretaris, Chen Chunyi, gedwongen het dorp te verlaten.

„Zij hadden ons land verkocht aan Hongkongse en Taiwanese projectontwikkelaars en zij hadden de dorpsverkiezingen vervalst. We hebben hun dictatuur omvergeworpen”, legt Zhang vol vuur en minachting uit.

De grieven van Wukan zijn de grieven van het Chinese platteland, dat wordt opgegeten door de snelle verstedelijking. Zonder de dorpelingen te raadplegen en zonder de opbrengst met hen te delen, hadden de verjaagde leiders meer dan 200 hectare land verkocht aan een Hongkongs/Taiwanees bouwbedrijf dat hier voor meer dan 6 miljoen vierkante meter aan villa’s, appartementen en hotels met zwembaden wil gaan bouwen. De locatie, met jadegroene rijstvelden, palmen, stranden en viskwekerijen, moet een toeristisch Shangri-La worden.

Illegale landonteigeningen door lokale bestuurders vormen in snel urbaniserend en moderniserend China een permanente bron van sociale onrust en ontwrichting. Land in dorpen als Wukan is in collectieve eigendom en kan alleen geconfisqueerd worden ten behoeve van een publiek doel en na consultatie van de dorpelingen die volgens marktprijzen gecompenseerd moeten worden.

Volgens onderzoek van de Renmin Universiteit in Peking en de Universiteit van Michigan wordt in 70 procent van de landonteigeningen geen yuan uitgekeerd of is de compensatie te laag. In Wukan lijkt er sprake van te zijn dat de bewoners door het dorpshoofd en de partijsecretaris zijn opgelicht, zoals dat in duizenden vergelijkbare dorpen gebeurt.

Als de dagelijkse demonstratie verwaaiert, gaan de patriottische jongeren naar het huis van meneer Ling, die geïntroduceerd wordt als de leider van de campagne. Meneer Ling is een bedachtzaam pratende, uiterst hoffelijke zakenman die zijn huis heeft opengesteld voor Zhang en zijn vrienden. Het ruime huis is hun tijdelijk hoofdkwartier, in een van de slaapkamers hebben ze een multimediaal communicatiecentrum met pc’s, laptops en montageapparatuur ingericht. Ook dat is opmerkelijk in China, waar iedere vorm van organisatie buiten de overheid om riskant is.

Meneer Ling (1946) is zich van de risico’s bewust en gebruikt daarom een eeuwenoude formule om zich in te dekken. „In Peking schijnt het heldere licht van de centrale machthebbers, maar hier in Wukan is het donker, we hebben geen zon en geen maan. Hier heerst duisternis door de samenwerking van de lokale bestuurders en de maffia”, zegt hij op gedragen toon.

Het is een variant op een oud gezegd uit de keizertijd: „De keizer is goed, maar hij wordt gediend door slechte Mandarijnen.” Hij laat een artikel zien uit een regionaal partijblad, waarin premier Wen Jiabao zegt dat er harder opgetreden moet worden tegen corrupte partijbazen die zich met dergelijke transacties verrijkt hebben.

Meneer Ling: „Wij begonnen hier al in 2009 argwaan te krijgen toen er opeens boeren van hun land werden gezet omdat er een vijfsterrenhotel moest komen. Opeens reed ons dorpshoofd, die ik al 40 jaar ken, in een Mercedes-Benz. Toen we in september ontdekten dat hij ook de laatste tien hectare had verkocht, barstte de bom.”

Dan klinkt opeens de deurbel. Op een monitor ziet meneer Ling dat er een politieman op zijn stoep staat. De buitenlandse bezoeker wordt verzocht even naar boven te gaan. Na een half uurtje is de politieman weg. „Zij zijn op zoek naar je. Ze willen je foto’s en video’s en notitieblokjes”, zegt hij op laconieke toon. „En ze willen ook dat ik die patriottische jongeren mijn huis uit zet. Maar dat doe ik niet, ik ga door. We gaan door tot we gecompenseerd worden voor het verlies van ons land.”

Terwijl hij de televisie afstemt op een Hongkongse zender voor het nieuws en zijn aandacht een beetje wordt afgeleid door een reclame voor borstvergroting, stroomt zijn zitkamer vol. De onderwijzers van het dorp, de eigenaar van het heerlijke visrestaurant de Gouden Toekomst, een gepensioneerde partijfunctionaris en een groepje studenten willen hun verhalen kwijt, want de Chinese media vertrouwen zij niet.

Bang zijn zij allerminst. „Wij doen niets verkeerds, we overtreden geen enkele wet en wij zijn beslist geen relschoppers zoals het Dagblad van Lufeng beweert”, zegt hoofdonderwijzer Wang Yang. Hij geeft geschiedenis- en standaard-Chinees aan de lagere- en middenschool van Wukan, waar iedereen een Kantonees klinkend dialect spreekt.

„De corruptie is erger dan ooit, de kloof tussen arm en rijk wordt groter, de politieke hervormingen zijn gestopt. Je bereikt tegenwoordig helemaal niets meer als je geen hele goede politieke connecties hebt. Dat zijn allemaal zaken waar de leiders in Peking zich ook zorgen om maken, lees ik in de krant”, zegt de docent.

Op de constatering dat wie luistert naar een dergelijke opsomming van grieven wel moet concluderen dat een herhaling van de Tiananmen-opstanden van 1989 nabij is, fluistert hij: „Dat denk ik soms ook wel eens.”

En hij niet alleen, blijkt uit de klaagzangen van bloggers op Weibo over milieuverontreiniging en de schandalen met vervuilde melk, kookolie en noedels. Volgens een peiling van de Tsinghua Universiteit en het commercieel uitgegeven magazine Xiaokang is 40 procent van de Chinezen zeer ontevreden over de overheid, een getal dat onder de rijken stijgt naar 60 procent en onder de plattelanders naar 70 procent. Bij die laatste categorie horen ook de migrantenarbeiders die in de grote steden als tweederangsburgers worden behandeld.

Onderwijzer Wang ziet echter een belangrijk verschil met 1989 en ook met de Arabische „Jasmijnrevoluties”. „De economie in China groeit heel hard. Dat is het grote verschil met de Arabische wereld. Iedereen, ook wij in Wukan, hoopt in dit leven een keer rijk te worden. Wij eisen ons aandeel op”, zegt leraar Wang.

Meneer Ling voegt daar met een kwinkslag aan toe: „We willen het rijkste en meest democratische dorp van China worden.” Dat brengt het gezelschap op de tweede grote grief, de illegale verkiezingen. Net als elders werden in Wukan voor het eerst dorpsverkiezingen gehouden. Dorpshoofd Xue won de verkiezingen door de verkiezingen, de datum en de lijst geheim te houden. Hij ging in de nacht voor de verkiezingsdag met de lijsten rond en vroeg simpelweg aan iedereen alleen zijn naam aan te kruisen.

Meneer Ling: „Hij kon veel mensen bedriegen omdat zij voor het eerst in hun leven een stembiljet zagen, maar wij accepteren dat resultaat niet. We eisen dat er nieuwe verkiezingen worden gehouden. We willen zelf een transparante, eerlijke dorpsraad kiezen die door iedereen wordt vertrouwd.” Hij laat de petities zien die in alle geledingen van de CPC, tot in Peking toe, zijn ingediend om de landverkopen terug te draaien en opnieuw verkiezingen te houden. Duizenden handtekeningen die voorzien zijn van stempels in de vorm van vingerafdrukken staan onder de verzoekschriften.

Waarom hij zelf of onderwijzer Wang geen kandidaat was, is een vraag die met hoongelach wordt aangehoord. Onderwijzer Wang: „We hoorden pas op de dag erna dat er verkiezingen waren gehouden.” Meneer Ling beaamt dat: „Ik vind dat de mensen recht hebben om hun eigen dorpsbestuur te kiezen, ik vind dat wij democratischer moeten worden. Zonder democratie geen nieuwe ontwikkeling.”

De constatering dat zij klinken als Liu Xiaobo, de opgesloten schrijver van het democratiseringspamflet Charter 08, en soms zelfs als de activistische kunstenaar Ai Weiwei, doet het gezelschap stil vallen.

„Wie zijn dat?” vraagt meneer Ling.

Liu Xiaobo, de Nobelprijswinnaar voor de Vrede, en Ai Weiwei, de kunstenaar.

„Nooit van gehoord”, reageert meneer Wang.

„Die ken ik ook niet”, zegt zelfs Zhang Chenhao, die eerder vertelde videokunstenaar te willen worden.

Meneer Ling: „Liu Xiaobo? Ai Weiwei? Mmmmm. Zijn dat Chinezen, Taiwanezen of Hongkongers misschien?”

Nee, vastelanders in Peking, zij willen van China een democratie maken zoals op Taiwan, Zuid-Korea en Japan, een politiek systeem met meer partijen dan alleen de CPC.

Meneer Lings gezicht betrekt en hij slurpt luidruchtig zijn hete thee. Hij is al partijlid sinds 1965. „Nee, dat willen wij niet. We willen betere, eerlijke leiders, we willen af van de corrupte gangsters in de partij, maar we willen geen meerpartijensysteem. We willen alleen maar rijkdom en rechtvaardigheid.”

Leraar Wang, aarzelend: „Nou, wij willen hervormingen, wij willen beslist meer democratie, maar we willen geen revolutie.”

De Wukanse rebellen in de huiskamer knikken allemaal instemmend als hij herhaalt dat zij „geen revolutiemakers zijn.” Maar deze bezwering moet voor de CPC-leiders in ver Peking nauwelijks een geruststelling zijn, zeker niet nu de economische groei inzakt.

    • Oscar Garschagen