Perverse prikkels in de wetenschap

Net als grootverdienende bonusbankiers staan wetenschappers bloot aan perverse prikkels – om te publiceren. De wetenschap is net zo toe aan een schoonmaak als de financiële wereld, stellen Paul Frentrop en Gerard Mertens.

Nogal wat mensen wijten de financiële crisis aan de hoge bonussen die worden betaald in het bankwezen. Variabele beloning stimuleert tot het nemen van extra risico’s. Deze perverse prikkel moet worden ingetoomd door de bonuscultuur uit te roeien.

Inmiddels is ook de wetenschappelijke wereld opgeschikt door enkele schandalen. Wetenschappers bleken onderzoeksresultaten te publiceren, zonder daadwerkelijk of op de juiste wijze de gegevens te hebben verzameld.

Zou de oorzaak dezelfde kunnen zijn? Staan ook wetenschappers bloot aan perverse prikkels? Zetten ook hun beloningen aan tot onwenselijk gedrag? Onderzoek is nodig om deze vraag te beantwoorden, maar indicaties zijn er te over.

De financiële beloning van wetenschappers was altijd bescheiden in vergelijking met bankiers. Hun salaris was vast. Bonussen waren ongebruikelijk. Hiertegenover stond dat aanstellingen onbeperkt waren. Samengevat: de wetenschapper leefde vroeger op een niet al te hoog vast salaris, maar hoefde zich geen zorgen te maken over de toekomst. Ook toen was er fraude, blijkt onder meer uit Betrayers of the Truth: Fraud and Deceit in the Halls of Science van William Broad en Nicholas Wade, uit 1982.

Inmiddels zijn de prikkels waaraan wetenschappers blootstaan sterk toegenomen. Hun financiële beloning is nog steeds niet hoog, maar wetenschappers met een sterrenstatus ontvangen substantiële toelagen. Ook hebben bonussen hun intrede gedaan. Deze worden gebruikt om ‘onderzoeksoutput’ te belonen.

De prikkels zijn gericht op de korte termijn. Aanstellingen van wetenschappers zijn van korte duur. Een gepromoveerde onderzoeker moet in vijf tot zes jaar bewijzen dat hij een succesvolle onderzoeker is. Zo niet, dan is zijn carrière voorbij voordat ze is begonnen. Daarna blijft de onzekerheid bestaan. Onderzoek toont dat de productiviteit van een wetenschapper – net als die van een voetballer – daalt naarmate hij ouder wordt. De wetenschapper moet dus snel scoren. Hoe doet hij dat?

Waar de grootverdienende bankier wordt afgerekend op de transacties die hij sluit, en de voetballer op zijn goals, wordt de wetenschapper afgerekend op zijn publicaties. Hoe meer hij publiceert, des te hoger is zijn aanzien en des te groter de kans dat hij zijn aanstelling houdt. Des te groter ook de kans dat hij zijn inkomen kan vergroten door zijn reputatie te exploiteren buiten de universiteitsmuren.

Zoals de bankier steeds weer nieuwe transacties moet afsluiten om te tonen dat hij beter is dan zijn collega’s, en de voetballer moet blijven scoren, moet de wetenschapper steeds weer publiceren in gezaghebbende tijdschriften. Deze publicatiedwang maakt het verleidelijk fraude te plegen. Het is een perverse prikkel.

De sterkte van deze prikkel is te meten. Dat wetenschappelijke tijdschriften de wetenschapper niets betalen voor zijn publicaties, maakt duidelijk hoe zwaar de publicatiedwang is die wordt uitgeoefend. Toptijdschriften eisen zelfs betaling vooraf, voor het voorrecht om hun inzending te mogen voorleggen aan een commissie die beoordeelt of het stuk wordt opgenomen. Zelfs al weet de wetenschapper dat de kans op een positief oordeel kleiner is dan 5 procent, toch betaalt hij. Hij moet alles doen voor een publicatie, wil hij zijn reputatie vestigen of behouden.

Zo extreem competitief is het werkveld van de wetenschapper. Constant moet hij presteren (lees: publiceren) om zijn tijdelijke contract te houden. Onder de gecombineerde druk van werkgevers, extreme concurrentie van andere, even wanhopige wetenschappers en blootgesteld aan de grillen van uitgevers is het niet verwonderlijk dat wetenschappers in de verleiding komen om hun aandacht meer te richten op publiceren dan op onderzoek. Meer nog dan bankiers of accountants staan zij bloot aan perverse prikkels.

Dit is geen excuus om onderzoeksgegevens te vervalsen, maar het lijkt aanleiding om de vraag te stellen of het wetenschappelijke stelsel niet net zo nodig toe is aan een fundamentele schoonmaak als het financiële bestel. Dat doen wij bij dezen – gezamenlijk. In The Money Value of Citations Top Single-Authored and Multiple-Authored Articles (Scientometrics, Vol. 8. Nos 5-6 (1985) 315 -320) toonde A. M. Diamond Jr. al aan dat gezamenlijk publiceren meer oplevert dan dat alleen te doen.

Paul Frentrop is professor corporate governance and capital markets aan Nyenrode Business Universiteit. Gerard Mertens is decaan van de faculteit managementwetenschappen van de Open Universiteit en professor financial management.