Orka Morgan

In this photo taken Wednesday Nov. 9 2011, Orca Morgan swims in her tank at the Dolfinarium in Harderwijk, Netherlands. Animal rights activists lost a last ditch appeal to an Amsterdam court to release a killer whale back into the wild, the court ruling on Monday Nov. 21 2011 allows the transfer of the animal to Spanish marine park Loro Parque on Tenerife island. (AP Photo/Peter Dejong) AP

Wat zou Morgan doen terwijl u dit leest? Hij is nog een beetje aan het uitrusten van alle emoties en die grote reis, maar toch zwemt hij ook al nieuwsgierig rond in het zeepark van Tenerife, hij heeft een paar andere orka’s ontmoet, aardige beesten. Je weet niet wat er nog gaat komen maar voorlopig is hij gelukkig. Degenen die hem het vorig jaar uit de Waddenzee hebben gered en de anderen die hem zo succesvol hebben opgelapt en zijn vrienden die deze emigratie hebben bewerkstelligd, kunnen trots zijn.

Al sinds mijn kindertijd beschouw ik mezelf als een vriend van de walvissen. Ik ben een verklaard tegenstander van de walvisvaart zoals die slachtpartij op volle zee wordt genoemd. Nooit heb ik de Japanners begrepen, die zogenaamd voor wetenschappelijke doeleinden deze prachtige dieren vangen om ze dan gewoon op te eten. Maar ik moet erbij zeggen dat ik op deze manier ook een vriend van de schorpioenen, ratten en muizen ben, en van al die andere wezens die de beschaafde mens als ‘ongedierte’ beschouwt.

Het enige wat ik mezelf kwalijk neem, is dat ik geen vegetariër ben geworden, zei Harry Mulisch. Dat ben ik met hem eens. Ik denk weleens aan hem als ik kip eet. De dagelijkse massamoord die we ons op de kippen veroorloven, die miljoenenslachting, de bloedbaden. Soms denk ik dat het een vorm van terloops, achteloos racisme is. Maar zo moet je het natuurlijk niet bekijken. Kip is lekker, en daarmee uit.

Het nationaal tumult om Morgan was me ontgaan, tot ik begin deze week op de televisie beelden zag van een omvangrijk wegtransport. Een container op een zware vrachtwagen, begeleid door een paar politiebusjes en motoragenten. Langs het huis waar ik woon kwam vroeger weleens een goudtransport voor De Nederlandsche Bank; daar deed het aan denken. Maar het was Morgan, op weg naar Tenerife.

Gelukkig hebben we internet. Orka Morgan ingetikt, en daar las ik wat ik gemist had. De jongste versie van de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Arminius en Gomarus. Patriotten en Prinsgezinden. Mijn vaderland.

En toen moest ik plotseling aan Bokito denken. De beroemde gorilla, geboren in Berlijn op 14 maart 1996 en op negenjarige leeftijd verhuisd naar diergaarde Blijdorp in Rotterdam. Daar raakte een vrouw van hem gecharmeerd, of ze vatte sympathie op voor deze grote aap. Ten slotte ging ze vier keer per week bij hem op bezoek en zocht ze oogcontact, waarvoor Bokito niet onontvankelijk bleek. Het werd hem te machtig. Op 18 mei 2007 forceerde hij de tralies en benaderde zijn vriendin zodanig dat die licht gewond raakte. Het was wereldnieuws. Ik was toen in New York en las een uitvoerig verslag in The New York Times. Bokito kreeg steviger tralies en hij leeft voort in onze taal. Het woord van dat jaar is bokitoproof. In het Amerikaanse football kunnen na dit incident de verdedigers van een team de bokitohouding aannemen. Zo word je onsterfelijk.

Rotterdamse apen hebben meer geschiedenis geschreven. Voor de oorlog was de dierentuin daar gevestigd aan de Kruiskade. Op 14 mei werd het centrum door de Duitsers verwoest, waarbij ook de Diergaarde zwaar werd getroffen. Voorzover ik weet is daar later niet veel over geschreven, maar het moet verschrikkelijk zijn geweest, al deze dieren achter hun tralies, leeuwen, tijgers, springbokken, apen. Wat moesten die oppassers doen? Loslaten was niet mogelijk. Of ze zouden zelf verbrand zijn (wat ten slotte toch is gebeurd), of ze zouden een gevaar voor de vluchtende bevolking zijn geworden. Het verhaal gaat dat één oppasser een geniaal idee kreeg. Hij haalde een chimpansee waarvoor hij verantwoordelijk was, uit zijn hok en bracht hem naar een telefooncel in een veiliger omgeving. Het is een van de meest absurde voorstelligen die ik ken. Je stad staat in brand, je vlucht, en onderweg zie je een aap in een telefooncel.

Over de avonturen van Morgan heeft de Volkskrant René ten Bos, een dierenrechtenfilosoof, geïnterviewd. „Al die ophef over een dier past naadloos in ons straatje”, zei hij. We hebben een drang „tot vermenselijking van het dier”. Daar slaat hij de spijker op de kop. We hadden thuis een herdershond die Noro heette. Een van de goeiigste dieren die ik ooit ben tegengekomen. Voelde ik, toen vijf jaar, mij miskend of gewoon ongelukkig, dan ging ik bij Noro mijn nood klagen. Zelden ben ik nog zo’n begrijpend wezen tegengekomen.

Ben je opgevoed met huisdieren, honden, katten, vogels, konijnen, vissen, hagedissen, dan strekt dat volgens mij tot je voordeel. Je leert je identificeren met het lot van een ander wezen. Het is veel gezegd, maar misschien is dit wel het begin van beschaving. Met weerzin herinner ik me een buurjongetje dat bij de aanblik van een spin in de tuin krijste: Doodslaan! Doodslaan!