Oostpool zet hoog in tijdens deze onzekere tijden

Oostpool staat een week in de Amsterdamse schouwburg, met een festival en een nieuwe voorstelling. Hoe staat het gezelschap ervoor?

Jeugdig elan, dat is kenmerkend voor de voorstellingen van Toneelgroep Oostpool. Met energiek spel en een frisse regie kregen repertoirestukken als Shakespeares Hamlet, De Misantroop van Molière, Orlando naar de roman van Virginia Woolf en Zomergasten van Gorki een nieuw leven. Ook maakt Oostpool eigen, nieuwe voorstellingen. Dat elan is niet verrassend: het Arnhemse gezelschap bestaat uit twintigers en dertigers. Het maakt Oostpool een relatief jong gezelschap in het Nederlandse theaterbestel.

Ook de manier van werken is fris. Oostpool wordt artistiek geleid door dramaturg Rob Klinkenberg, en heeft twee huisregisseurs: Erik Whien en Marcus Azzini. Dat is uitzonderlijk. „ Het kan risicovol zijn, twee vaste regisseurs binnen een gezelschap, maar bij ons is het verrijkend,” zegt Klinkenberg. „Whien is een tekstregisseur, Azzini is de regisseur van fysieke voorstellingen.” Donderdag ging van Azzini LIstEn&See in première. Met deze voorstelling presenteert de groep zich een week lang in de Amsterdamse Stadsschouwburg.

Voor een regionaal gezelschap is toneelgroep Oostpool relatief experimenteel, en heeft daarmee eerder een randstedelijke uitstraling. De groep heeft maar een paar vaste acteurs in dienst en werkt vaak met freelancers. Dat vaste ensembles slinken is onontkoombaar, denkt Klinkenberg. „Het wordt steeds minder haalbaar om een grote spelersgroep in vaste dienst te houden.” En die werkwijze sluit aan bij de wensen van jonge acteurs, denkt zakelijk leider Ruud van Meijel. „De generatie van nu werkt graag met wisselende regisseurs. Ze nemen alles tot zich. Een vaste verbintenis staat dat in de weg.” Acteur Sanne den Hartogh heeft het gezelschap bijvoorbeeld onlangs verlaten, maar blijft als freelancer aan Oostpool verbonden. Hij wordt niet vervangen.

Het gezelschap trekt jaarlijks 45.000 bezoekers en krijgt 2,3 miljoen euro subsidie van het rijk. In de nieuwe subsidieperiode, waarin de acht stadsgezelschappen in groot(2,5 miljoen) en klein (1,5 miljoen) worden onderverdeeld, zet Oostpool in op groot. Klinkenberg acht dat realistisch. „Dit is wat we willen en waar we voor gaan. Er is geen plan B.”

Oostpool voldoet volgens Van Meijel aan de voorwaarden. Zo moet een gezelschap voldoende eigen inkomsten genereren, aan talentontwikkeling en educatie doen en aanbod van jeugdtheater garanderen. „We genereren 30 procent eigen inkomsten, werken samen met de ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten en spelen honderden educatievoorstellingen voor scholen in Overijssel en Gelderland.”

Maar echt aanbod voor de jeugd, dat biedt Oostpool niet, wel voor 13+. Daarom voert het gezelschap gesprekken over samenwerking met jeugdtheatergezelschappen Kwatta uit Nijmegen en Sonnevanck uit Enschede. Een definitief plan is er nog niet. Van Meijel: „Het zijn onzekere tijden. Maar wij zetten hoog in.”

Toneelgroep Oostpool 1 week in de Stadsschouwburg. T/m 4/12. Inl: toneelgroepoostpool.nl; ssba.nl