Luchtige ode aan het maakbare Nederland

In Nederland van boven laat de VPRO met video- en computerbeelden zien hoe onze delta logistiek leeft en werkt: „De manier waarop wij samenleven maakt ons land een precisie-uurwerk waarop de Zwitsers jaloers zijn.”

Door onze redacteurJan Benjamin

Vogels vormen een gevaar voor de luchtvaart rond Schiphol, concludeerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid woensdag naar aanleiding van een incident met een vliegtuig van Royal Air Maroc. Dat maakte in juni 2010 een gevaarlijke noodlanding na een botsing met een zwerm vogels. Maar hoe vliegen die ganzen en Boeings eigenlijk boven Schiphol?

De makers van de nieuwe VPRO-serie Nederland van boven hadden het graag in beeld gebracht. Zij wilden vluchtgegevens van vliegtuigen koppelen aan die van vogels. Daarvan zouden zij een animatie maken. En die zou inzicht geven in de inrichting van Nederland, het doel van de tiendelige serie die dinsdag begint.

Dat plan ging niet door. Schiphol weigerde gegevens ter beschikking te stellen. De luchthaven wil geen extra aandacht voor het gevaar van vogels. „Schiphol was bang dat wij heel veel botsingen in beeld zouden brengen”, zegt eindredacteur Jasper Koning.

Nederland van boven wil patronen blootleggen door het land te bekijken vanuit de lucht en die beelden te koppelen aan grote hoeveelheden statistische gegevens. Het helikopterwerk, gedaan door een gespecialiseerd Belgisch bedrijf, heeft het voyeurisme van Bert Haanstra. Hoewel: in diens werk waanden veel mensen zich onbespied, maar dat lukte hier slecht met een lawaaiige helikopter. Nederland van boven is het eerste grootschalige datajournalistieke project van de publieke omroep. En het eerste informatieve programma van de VPRO ’s avonds op Nederland 1.

De tiendelige serie vliegt in video- en computerbeeld over stad, natuur, treinen, haven. Een animatie op basis van belgegevens van Vodafone laat bijvoorbeeld zien wie in Nederland het eerst wakker is – en het eerste belt. En een animatie met 11 miljoen locatiegegevens toont hoe schepen op de Noordzee wachten totdat ze de Rotterdamse haven in kunnen varen.

„Anders dan onze BBC-collega’s in Britain from above willen wij niet vooral mooie plaatjes laten zien”, zegt Geert Rozinga, de tweede eindredacteur. „De BBC waaierde te veel uit, omdat ze afleveringen van zestig minuten maakten. Wij willen beknopte, meer afgebakende verhalen vertellen van dertig minuten. En we willen bij iedere aflevering graag een tweede laag erin brengen. De serie van tien vertelt echt iets over ons, over onze voorspelbaarheid, onze drang naar knutselen aan ons land.”

Hoe maak je van luchtbeelden en bewegende graphics spannende tv? Rozinga: „In de aflevering over de haven zoomen we bijvoorbeeld in op een containerschip dat 35 meter boven het water uitsteekt. Dat moest door de smalle Calandbrug, waar scheeps-, trein- en autoverkeer samenkomen. Daar mag niks misgaan. Dat is spannende televisie.” Pas tijdens het maken van de serie ontdekte Rozinga wat hij precies wilde vertellen. „Eigenlijk gaat die havenaflevering over de hongerige muil van Europa. Wij hebben Nederland zo ingericht dat we een achterland van 500 miljoen consumenten kunnen bedienen. Dat willen we vertellen. De manier waarop wij samenleven maakt ons land een precisie-uurwerk waarop de Zwitsers jaloers zijn.”

Een ode aan de maakbaarheid van Nederland, noemt hij het ook. Dat klinkt weinig kritisch. Is Nederland dan zo perfect ingericht? Rozinga: „Wij wilden kritisch kijken naar Nederland. Want iedereen zegt dat ons land vol is. Maar uiteindelijk is het een heel positief programma geworden.” Zijn collega Koning: „Nederland is verbazingwekkend mooi. Of het nu herten op de Veluwe zijn of bergen erts in de haven.”

Wie grote bergen data wil visualiseren of – meer in het algemeen – datajournalistiek wil bedrijven, is afhankelijk van de beschikbaarheid van bruikbaar bronmateriaal. De bewegingen van de intercitytreinen in Nederland kwamen simpelweg van ProRail (zie inzet). Om de mensenmassa’s tijdens Koninginnedag in Amsterdam van dit jaar in beeld te brengen, moest de redactie meer moeite doen. Twintig feestgangers kregen een gps-zender en Vodafone stelde gegevens beschikbaar.

Een aflevering over Nederland onder de grond kwam moeizamer tot stand. „De Eemshaven leek ons een mooi voorbeeld”, vertelt Jasper Koning. „Een mooi contrast tussen de rust boven de grond en de drukte aan kabels onder de grond. Maar we konden alleen info krijgen over plekken waar je niet mag graven. Op velletjes papier.” Nu gaat die aflevering over Rotterdam. Voor de aflevering over het water en veiligheid bleken niet alle gegevens even actueel; de laatste landelijke inventarisatie van pompgemalen dateert uit 1995.

Volgens de VPRO-redacteuren ligt de Nederlandse overheid achter op onder meer de Amerikaanse en Britse met het openbaar maken van (geanonimiseerde) overheidsgegevens. „Het principe van ‘open data’ is nog niet goed geregeld”, zegt Koning. „Er is hier veel opgeslagen, meer nog dan in de VS, maar het is lang niet altijd beschikbaar. Overheden zijn bang voor wat er mee gebeurt.” Koning hoopt dat dit project kan inspireren om meer data vrij te geven.

In één visualisatie zit drie, vier weken werk, vertellen Rozinga en Koning. Bij de VPRO, de toeleverancier en het bedrijf in Bristol dat de animaties bewerkte voor tv. Dat, plus het helikopterwerk maken de serie duur. Eén aflevering kost 120.000 euro, waarvan 20 procent komt van sponsors als Kadaster en ingenieursbedrijf Arcadis. Dat is drie tot vier keer zo duur als een gemiddeld programma van een half uur. Desondanks vinden ze de investeringen de moeite waard. „We hebben veel kennis vergaard over datajournalistiek”, zegt Koning. VPRO-wetenschapsprogramma Labyrint gaat een zelfde animatie maken. En de omroep beschikt nu over een schat aan luchtbeelden. Koning: „Die zul je nog vaak terugzien in allerlei programma’s.”

Nederland van boven, presentatie Roel Bentz van den Berg, dinsdag 6 december, Ned. 1, 22.20-22.55 uur

    • Jan Benjamin