'Londen' komt in zicht voor Nederlandse topzwemsters

De Nederlandse zwemploeg voor de Olympische Spelen, volgend jaar in Londen, begint gestalte te krijgen. Op de eerste dag van de Open Nederlandse kampioenschappen in Eindhoven voldeden Marleen Veldhuis, Ranomi Kromowidjojo, Moniek Nijhuis en Sharon van Rouwendaal aan de eis ‘vormbehoud’ te tonen.

De jonge rugslagspecialiste Van Rouwendaal (18) zwom gisteren in het Pieter van den Hoogenband Zwemstadion opnieuw de olympische limiet op de 200 meter rugslag (2.10,52) en toonde daarmee aan dat zij thuishoort op de Spelen.

Eerder dit jaar behaalde Van Rouwendaal, die werd opgeleid in Frankrijk, al verrassend brons op dit nummer tijdens de wereldkampioenschappen langebaan in Shanghai.

De sprintsters Marleen Veldhuis en Ranomi Kromowidjojo lieten in hun ‘thuisbad’ nog eens zien dat zij tot de absolute wereldtop behoren op de 50 meter vrije slag, het kortste nummer op het olympische programma. Kromowidjojo (24,30 seconden) bleef haar trainingsmaatje Veldhuis (24,39) gisteravond in de finale een fractie voor. De Zweedse Sarah Sjöström eindigde als derde (24,75). Met haar tijd van gisteren was de 21-jarige Kromowidjojo nagenoeg even snel als tijdens de WK-finale in Shanghai, eind juli. Toen behaalde de Groningse met 24,27 zilver achter de Zweedse topsprintster Therese Alshammar.

Veldhuis, bezig aan een indrukwekkende comeback nadat ze vorig jaar moeder werd, was gisteren zelfs eentiende van een seconde sneller dan in Shanghai, waar ze brons veroverde.

Met hun tijden toonden de twee weliswaar vormbehoud, maar de concurrentie op de sprintnummers is groot in Nederland. Theoretisch kunnen komend voorjaar, tijdens de Swimcup-wedstrijden in Amsterdam (maart) en Eindhoven (april), nog meer Nederlandse zwemsters zich op de 50 meter vrij kwalificeren voor de Spelen. Elk land mag echter slechts twee zwemmers inschrijven op een nummer. Op de 100 meter vrije slag is de concurrentie tussen de Nederlandse vrouwen nog groter.

Ook schoolslagzwemster Nijhuis kan de Spelen in haar agenda zetten. Op de 100 meter won zij met een knappe tijd (1.07,75) de titel. Ook zij had in Shanghai al de olympische limiet gezwommen. Op haar specialiteit is de concurrentie in Nederland veel minder groot.

De Nederlandse mannen kregen nog geen uitzicht op de Spelen. Nick Driebergen hoopte de limiet te zwemmen op de 200 meter rugslag, maar kwam met zijn 1.58,70 bijna een seconde tekort voor ‘Londen’. Lennart Stekelenburg kwam op de 100 meter schoolslag net tekort.