Logo's, geen drama's

Modehuis Gucci heeft in Florence een museum voor zichzelf opgericht.

Gucci Museum, Florence, Italy. Richard Bryant/arcaidimages.com

p het eerste gezicht is er niets veranderd op het Piazza della Signoria in Florence. Stedelijke wetgeving verbiedt grote naamsvermeldingen en daarom kan het de reiziger zomaar ontgaan dat het Italiaanse modehuis Gucci afgelopen september aan dit plein een museum over zichzelf opende.

Ooit fungeerde het uit 1337 daterende Palazzo della Mercanzia met zijn karakteristieke gebogen raamstijlen als kantoorpand van de invloedrijke familie Medici. Nu verhalen drie verdiepingen van het Museo Gucci over het verleden van een mode-imperium dat negentig jaar geleden werd gesticht door Guccio Gucci. Inmiddels is het een miljardenbedrijf; in de eerste negen maanden van dit jaar zette het 2,2 miljard euro om, een stijging van 10 procent ten opzichte van 2010.

In de sober ontworpen zalen die worden gedomineerd door staal, steen en glas staan flink wat pronkstukken uit het archief. Daarnaast zijn er wisselende hedendaagse kunsttentoonstellingen. Zo zijn er tot eind januari twee video-installaties van de Amerikaanse kunstenaar Bill Viola te zien. Veel getoonde kunst heeft een link met de Fondation Pinault, de kunststichting van Gucci-eigenaar François Pinault, een van de grootste verzamelaars van moderne kunst ter wereld. Verder worden er oude Italiaanse films zoals La Dolce Vita vertoond, die met dank aan het Gucci Tribeca Documentary Fund zijn gerestaureerd.

Bellboy

Oprichter Guccio Gucci had als gelukzoekende tiener in Londen niet kunnen bevroeden dat hij negentig jaar later zou voortleven op zo’n tweeduizend vierkante meter museumvloer. Hij vond een baan als bellboy bij het Londense Savoy Hotel, waar hij een passie ontwikkelde voor de grandeur van de reizende upper class. Teruggekomen in Florence stortte hij zich op tassen; toen al was er in Toscane een rijke traditie op het terrein van leerbewerking.

In 1921 opende Gucci een in reisartikelen gespecialiseerd atelier en een winkel. Net als Louis Vuitton, Christian Dior en Coco Chanel tooide ook hij zijn ontwerpen met de eigen initialen. De twee samengeklonken G’s zijn nog altijd te vinden op de reisartikelen, kleding en accessoires van het huis.

De eerste zaal van het museum staat vol oude, goed geconserveerde koffers, reistassen en beautycases. Sommige koffers en tassen in kastanjebruin leer zouden dankzij hun sobere stijl in de etalages van nu kunnen staan. Andere objecten, zoals beautycases met opvallende gouden slotjes zouden zonder het Gucci-logo ideale waar zijn voor Koninginnedag.

Maar bezoekers worden vooral overladen met handtassen en hun beroemde draagsters. Prinses Diana, Elizabeth Taylor en Jackie Kennedy hadden allemaal Gucci-tassen, naar Kenndy is een creatie vernoemd: de Jackie, een slappe schoudertas.

De gebogen bamboe handvaten van een andere klassieker, de Bamboo, blijken uit nood te zijn geboren. In het naoorlogse Italië moest er zuinig aan worden gedaan en bamboe was een licht, goedkoop en slijtvast alternatief voor leer. Tassen met een bamboe handvat zitten nog altijd in de collecties van Gucci.

Veel aandacht gaat ook uit naar Gucci’s bloemdessin Flora. Aldo Gucci, zoon en opvolger van Guccio, liet speciaal voor prinses Gracia van Monaco de Flora-shawl ontwerpen nadat zij in 1966 het Milanese filiaal had bezocht. Tot op heden wordt dit patroon, dat is opgebouwd uit 37 kleuren, gebruikt voor shawls, maar ook voor schoenen en tassen. Twee jaar geleden lanceerde Gucci een parfum met dezelfde naam.

Op de afdeling met avondkleding zijn creaties te zien die werden gedragen door Audrey Hepburn, Faye Dunaway, Jennifer Lopez, Cate Blanchett en Carla Bruni. Er worden maar weinig aansprekende jurken getoond, maar Gucci’s ontwikkeling is er niet minder zichtbaar om. De zwarte sexy ontwerpen van voormalig sterdesigner Tom Ford zijn een tegenpool van de meer sensuele, kleurrijke creaties van de huidige creatieve directeur Frida Giannini.

In het Museo Gucci is ook veel aandacht voor Gucci’s liaison met de golf-, tennis en paardensport. De oudste dochter van prinses Carolina van Monaco, Charlotte Casiraghi, en haar paard worden bijvoorbeeld gekleed door Frida Giannini. Net als de bamboe handgreep, het Flora thema, het groen-rode streeppatroon zijn met name de stijgbeugel en het paardenbit dankbaar om mee te variëren. Gucci’s playboy-klassieker, de mocassins met het metalen paardenbit, omsloten ooit de voeten van Dirk Bogarde en Alain Delon. Matt Damon droeg ze in de film The Talented Mister Ripley.

Stilistische uitglijders

Gucci schroomt niet om enkele stilistische uitglijders te laten zien. Zo staat in het museum de Gucci Cadillac Seville uit 1971 te glimmen, een limousine die is bezaaid met het logo. Op de deurgrepen, de wieldoppen, de stoelbekleding, de hoofdsteunen en een deel van het dak: overal prijken de dubbele G’s.

Maar voor de problemen van de afgelopen decennia is in het glamour-universum geen plaats. Geen woord over de verhitte ‘tasjesoorlog’ die in 2003 woedde toen aartsrivalen Bernard Arnault en François Pinault streden om de hegemonie van het merk. Ook de vetes binnen de familie Gucci blijven buiten beeld. Maurizio Gucci, de zoon van Guccio’s zoon Rodolfo verlinkte zijn oom Aldo in de jaren tachtig bij de fiscus, waardoor die in de gevangenis belandde. Met Maurizio, die de leiding kreeg liep het evenmin goed af: hij verkocht het steeds slechter lopende familiebedrijf uiteindelijk aan een investeringsmaatschappij uit Bahrein. In 1995 werd hij vermoord, zijn vrouw werd ervoor veroordeeld.

Met het merk Gucci ging het op dat moment overigens beter; de nieuwe directeur, Domenico de Sole, had een veelbelovende ontwerper in huis gehaald, de Amerikaan Tom Ford, die van Gucci een van de bepalende merken van de jaren negentig zou maken.

Een bezoek aan het museum is als een korte reis door de tijd, waarbij je als bezoeker wat logomoe naar buiten stapt. In de museumboetiek prijkt het Gucci-embleem op T-shirts van bijna 100 euro, zijn er koffiemokken en is er zelfs een doosje Gucci suikerklontjes (30 euro)

Wie na afloop binnenloopt bij de nabij gelegen Gucci-winkel in de via Tornabuoni, kan zelfs worden bekropen door aversie. Waarom moet een hond bijten in een rubber bot van Gucci en wat moet de kat met een Gucci-mand?

Volgens Gucci-archivaris Grazia Venneri was Guccio een man van tradities en vond hij dat een bedrijf zich bij de leest moest houden. Bij het aanschouwen van een etalage vol logorijke peuterkleding met meer dan volwassen prijskaartjes, zou hij vast een wenkbrauw hebben opgetrokken.

Gucci Museo, piazza della Signoria 10, Florence. guccimuseo.com.