Laatste wens: mijn zoon terugzien

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over hun laatste levensfase.

Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

„Bij mijn oudste zoon, van 54 jaar, is afgelopen voorjaar asbestkanker geconstateerd. Dat heeft hij gekregen door werken met isolatiemateriaal voor verwarmingsbuizen. Hij had een installatiebedrijf.

„In diezelfde weken kreeg ik opeens geen hap meer door m’n keel. Kilo’s viel ik af. De huisarts zei eerst: stress, depressie. Hij schreef antidepressiva voor. Het duurt een paar weken voordat je daarvan iets merkt, maar bij mij veranderde er niks. Toen ging ik de molen van het ziekenhuis in: maagonderzoek, wachten, nog een onderzoek, weer wachten.

„Intussen waren we in de familie volop met onze oudste jongen bezig. Over mezelf dacht ik: ze vinden vast wel een oorzaak, en dan medicijnen, of een operatie, en dan zal ’t wel weer goed komen.

„Tegen asbestkanker valt in Nederland weinig te doen. Via een bevriende longarts kwam een zwager van mijn zoon erachter dat er in de Verenigde Staten wel een behandelmethode is die goed resultaat geeft. Toevallig was er afgelopen juni een symposium in Washington over asbestkanker, met deskundigen uit de hele wereld. Die longarts heeft er toen voor gezorgd dat mijn zoon daar werd uitgenodigd om mee te doen aan een trial.

„In juni is hij voor onderzoek een week in Washington geweest. Op het symposium was iemand die elf jaar na een borstvliesoperatie nog steeds leefde. Dat geeft hoop. Terug in Nederland moest hij vier chemokuren ondergaan. Als de kanker daarna stabiel was gebleven, zou hij in aanmerking komen voor een operatie, ook in Washington.

„Eind september kreeg ik een derde maagonderzoek. Die uitslag was een enorme dreun, ik kreeg m’n doodvonnis: kanker – en niks meer aan te doen. In diezelfde weken kreeg mijn zoon te horen: de chemo’s zijn goed aangeslagen, je kunt je voorbereiden op een operatie.

„In oktober heb ik thuis nog ziek op bed gelegen, in het huis waar we in 1960 zijn gaan wonen en waar we met elkaar een prachtig leven hebben gehad. De kinderen en iedereen zorgden goed voor me, maar ik lag niet rustig in m’n eigen huis. Als je gewend bent alles zelf te doen, is het moeilijk je dagelijkse dingen los te laten. Intussen moest er voor mijn zoon ook een hoop geregeld worden. Hij moet een appartement huren, waar hij kan herstellen na de operatie. Wie gaat er met hem mee om hem te verzorgen? Mijn schoondochter kan dat niet in haar eentje al die weken. Het is een eindeloos geregel, terwijl ik in diezelfde tijd steeds zwakker werd.

„Ik ben blij dat ik nu in dit huis ben. Toen ik hier binnenkwam, voelde ik me meteen tot rust komen. ‘Zo, hier is het goed, hier kan ik rustig naar het einde toeleven.’ Ik kan er nu in berusten dat het leven binnenkort voorbij is. Ja, vreselijk jammer is het wel, vooral omdat ik zo’n goed leven heb gehad, met m’n familie en zoveel goeie vrienden en buren. Juist als je zo positief in het leven staat als ik wil je natuurlijk dat het nog een tijdje mag doorgaan. Maar het is niet anders.

„Toen ik in het ziekenhuis die slechte uitslag had gekregen, ben ik meteen naar de huisarts gegaan om over euthanasie te praten. De huisarts vroeg: ben je gelovig, ben je bang van de dood? Ik zei: nee, allebei niet. Hij heeft toen verteld hoe dat met euthanasie in z’n werk gaat en ik heb er nog eens over nagedacht. In dit huis hebben ze me verteld dat je ook met pijnbestrijding heel rustig, in een slaaptoestand, naar je einde gebracht kan worden. Dat lijkt me het allermooist: dat je kunt inslapen met al je fijne herinneringen.

„Ik heb het gezellig hier. Veel bezoek. Op dinsdagmiddag komt m’n bridgeclub. Dan spelen we een uurtje, daarna ga ik even rusten en dan spelen we nog een rondje. Maandagmiddag kwamen drie vriendinnen en een vriend van de zeilclub van mijn man. Als de mannen vroeger een week de zee op gingen, bij Griekenland of Turkije of zo, gingen wij vrouwen ook op pad: lekker in de zon zitten op de Canarische eilanden, of een paar dagen naar Maastricht. Zo hebben we op allerlei manieren groepjes en contacten gehad: altijd mensen om ons heen.

„Mijn zoon kan nu ieder moment een oproep krijgen voor de operatie in Washington. Binnen vier, vijf dagen ligt hij daar dan op de operatietafel. Pas na vier tot zes weken is hij weer terug in Nederland. De kans is groot dat ik er dan niet meer ben. Ik hoop toch zo dat ik ‘t nog even kan volhouden, zodat ik hem na de operatie kan terugzien. Ja, dat is m’n laatste wens.”

Tekst & foto’s Gijsbert van Es

Wie wil meewerken aan deze rubriek kan een e-mail sturen naar laatstewoord@nrc.nl.Twitter: #hetlaatstewoord

    • Gijsbert van Es