Laat maar, alles is toch al een keer gerijmd

Elsbeth Etty neemt wekelijks de stapel binnengekomen boeken door, signaleert en geeft een eerste oordeel. Deze week rijmelarij, Max Kohnstamm en geheime-dienstchefsprookjes.

‘Het is een sjouw, zo viermaal ’t zelfde rijm!/ en dat nog wel op dat ellendige ijm’, dichtte J.J.L. ten Kate. Wie dat ook alweer was? „Ten Kate! Ten Kate!/ O koning der cantate!” Dat is van Frederik van Eeden, die de rijmelarij belachelijk wilde maken, al bijna een eeuw geleden. Volgens Hugo Brandt Corstius moet het nu maar eens afgelopen zijn. Hij heeft in Rijmlijn (De Harmonie, 165 blz. €14,90) in alfabetische volgorde van hun rijm (van aa tot uze) alle rijmparen achter elkaar gezet uit alle Nederlandse poëzie die hij bezit. Met deze verzameling wil hij aantonen dat elk rijm al eens is gebruikt – ophouden dus met die onnozelheid. Zelfs Gorter en Lucebert moeten eraan geloven. Alleen bij Sinterklaas en kinderen mag het rijm nog worden gebruikt: de verschijningsdatum van dit grappige boekje zal geen toeval zijn. En in de reclame blijft het een effectief taalmiddel. Dus: „’t is geen leugen maar een feit/ HBC levert kwaliteit.”

In de twintigste eeuw liep de communistische droom uit op jammerlijke catastrofes, maar de problemen die aanleiding gaven tot die droom bestaan nog altijd. Het ‘denkbeest uit Ljubljana’ Slavoj Zizek wil het communisme op een nieuwe grondslag opnieuw uitvinden. Eerst als tragedie, dan als klucht (Boom, 238 blz. vert. Ineke van der Burg, € 24,95), waarvan de titel naar Hegel en Marx verwijst, heeft alle kenmerken van een pamflet. Het presenteert in grote lijnen Zizeks analyse van het eerste decennium van deze eeuw. In het speciaal voor deze vertaling geschreven voorwoord betoogt de filosoof dat politieke beslissingen worden gepresenteerd als kwesties van zuiver economische noodzaak met het axioma dat we allemaal de lasten moeten delen van de (volgens hem structurele) financiële crisis – wij allemaal, met uitzondering van de superrijken. Tegenover de anti-immigratiesentimenten en het zich vastklampen aan etnische identiteit stelt hij de bestrijding van het werkelijk „vreemde lichaam” dat niet geassimileerd kan worden: de helse, zichzelf voortstuwende machine van het Kapitaal zelf. Dit boek is zeker niet minder provocerend, maar wel veel toegankelijker dan eerdere werken van de Sloveense denker.

Europa-deskundige Mathieu Segers is de bezorger van de Europese dagboeken van Max Kohnstamm (1914-2010), die als medewerker van de Franse diplomaat-politicus Jean Monnet behoort tot de grondleggers van de Europese integratie. Als bronnenpublicatie zijn de aantekeningen van Kohnstamm primair van belang voor historici en andere deskundigen. Het nu verschenen tweede deel bestrijkt de periode september 1957-februari 1963: Diep Spel (Boom, 326 blz. €19,90). Centraal staan de gevolgen van de machtsovername van generaal De Gaulle in 1958. „Geen fascist, want hij preekt geen haat en verachting. Wel een nationalist”, schreef Kohnstamm. De nationale belangenpolitiek stond op gespannen voet met de Europese integratiegedachten. Maar aan de hand van Segers kan men uit de dagboeken afleiden dat Monnet en De Gaulle een ‘diep spel’ speelden dat tot op heden vrijwel verborgen is gebleven. Voer voor onderzoekers, maar dankzij de uitvoerige inleiding is dit boek voor een belangstellende niet-specialist zoals ik niettemin boeiende lectuur.

Volkskrant-columniste Sylvia Witteman klaagt dat niemand naar haar luistert, maar daar vergist ze zich in. Al jaren volg ik trouw haar ‘kopieerlust des dagelijksen levens’ om met Potgieter te spreken: trefzekere zelfrelativerende stukjes, nu gebundeld in Veel gezelliger dan bij u thuis. Breikous, bordspel en ander kosteloos vermaak (De Arbeiderspers, 213 blz. €14,95). „Ik heb voortdurend briljante ideeën, die ik meestal wijselijk voor me houd, omdat er toch nooit iemand naar me wil luisteren. Maar in dit geval wil ik een uitzondering maken. Als ik het voor het zeggen krijg worden alle kantoren opgeheven en gaat iedereen thuis werken.” Volgt een ‘waterdicht plan’ voor een kantoorloos bestaan. Nu maar hopen dat Witteman ’t snel voor het zeggen krijgt.

Arthur Docters van Leeuwen, voormalig hoofd van de BVD, ‘super PG’ en voorzitter van de Autoriteit Financiële Markten heeft nooit hoeven vrezen dat niet naar hem wordt geluisterd. Toch denk ik dat hij met zijn beeldschone Late sprookjes (Prometheus, 111 blz. € 19,95), fraai geïllustreerd door Kirsten Quast, meer mensen bereikt dan met de in kantoren geproduceerde rapporten waarvoor hij voorheen verantwoordelijk was. Met het kraken van de codes die je in sprookjes van een voormalige geheime dienstchef mag verwachten, ben ik nog niet helemaal klaar.

Elsbeth Etty

    • Elsbeth Etty