Joint Strike Fighter kampt met nieuwe technische problemen

De eerste productiemodellen van de Amerikaanse Joint Strike Fighter (JSF) kampen met veel meer technische problemen dan gedacht. Volgens het Pentagon moet de productie van het gevechtsvliegtuig daarom worden vertraagd.

Bij testen is vastgesteld dat de constructie van de JSF lijdt aan metaalmoeheid. Volgens de leider van het JSF-programma, vice-admiraal David Venlet, gaat het om een hele serie aan „hot spots”. Volgens Venlet is geen van de geconstateerde problemen onoverkomelijk. Het oplossen ervan is echter zo kostbaar dat Venlet ervoor pleit de productie van de JSF „enigszins te temperen”.

Welke gevolgen de nieuwe problemen met de JSF hebben voor Nederland, is nog onbekend. Nederland neemt sinds 2002 deel aan het JSF-project, en heeft ruim 1,5 miljard euro geïnvesteerd in de ontwikkeling van het toestel. Vanwege aanhoudende problemen en kostenoverschrijdingen heeft het kabinet echter besloten pas in 2014 een definitieve beslissing te nemen over aankoop. Premier Rutte wilde gisteren niet inhoudelijk reageren.

De F-35 Joint Strike Fighter, met een geschat budget van 380 miljard dollar het grootste defensieproject ooit, kampt met grote vertragingen en kostenoverschrijdingen. Nog geen 18 procent van het testprogramma is afgerond. Toch is producent Lockheed Martin al begonnen met de productie van de eerste tientallen vliegtuigen – waaronder twee testtoestellen voor Nederland.

De samenval van ontwikkeling en productie is een uitgangspunt van het JSF-programma om kosten te sparen. In een interview met de Amerikaanse defensiesite AOL noemde programmadirecteur Venlet dat een „misrekening”. „De vraag is niet of we de JSF willen of niet” zei Venlet. „De vraag is hoeveel, en hoe snel (...) en of we het kunnen betalen.”