'Je moet goed voorbereid zijn op het onvoorspelbare'

Er is geen bedrijf in Nederland dat zich geen diepe zorgen maakt over de eurocrisis en de mogelijkheid, hoe klein ook, dat de gezamenlijke munt het niet gaat houden. Gisteren schreven de topmannen van Philips, Unilever, DSM, Shell en AkzoNobel een openbare brandbrief: Stel het gaat mis met Europa, en onze kinderen vragen later of wij genoeg hebben gedaan. Kunnen wij dan ja zeggen? De vijf captains of industry Frans van Houten (Philips), Paul Polman (Unilever), Feike Sijbesma (DSM), Peter Voser (Shell) en Hans Wijers (AkzoNobel), riepen op om te vechten voor het behoud van de euro, én van werkgelegenheid in Europa.

In de grote en kleine bestuurskamers van Nederland worden de ontwikkelingen op de voet gevolgd. Maar een rondgang langs bedrijven, laat zien dat het antwoord op de vraag wat het Nederlandse bedrijfsleven te wachten staat, heel divers is.

Sommige bedrijven bereiden zich voor op het mogelijke einde van de euro door concrete draaiboeken op te stellen. Zo heeft Akzo-Nobel de afgelopen tijd „verschillende scenario’s uitgewerkt” en „wat vingeroefeningen” gedaan, aldus een woordvoerder van de grootste verfproducent ter wereld.

Verzekeraar Aegon maakt op het moment overuren, vertelt bestuursvoorzitter Alex Wynaendts. „Want we moeten reageren op de omstandigheden. Dat betekent plannen aanpassen. Je moet goed voorbereid zijn op het onvoorspelbare. Natuurlijk kijken we naar alle scenario’s, ook die van het uiteenvallen van de euro.”

Maar niet iedereen gelooft in draaiboeken. Vleesbedrijf Vion in Eindhoven, de grootste vleesverwerker van Europa, denkt dat er geen standaardplan te bedenken is om op het soort schok te reageren dat het wegvallen van de euro zou veroorzaken. Ook Tata Steel in IJmuiden stelt geen scenario’s op „omdat de situatie eenvoudigweg te onvoorspelbaar is”. Supermarkt gigant Ahold wil ook niet „speculeren over speculaties”. „Er zijn zoveel scenario’s denkbaar”, meent een woordvoerder.

Concreter is wat de bedrijfswereld zegt over het mogelijk opnieuw invoeren van wisselkoersen, mocht de euro verdwijnen. Ook hier is het beeld divers. Zo heeft de industriële groep VDL, die onder andere bussen bouwt en machines voor de computerindustrie, berekend dat de invoering van een goedkopere munt in Spanje, een ramp zou zijn. Bestuursvoorzitter Wim van der Leegte: „Als de euro wordt opgeblazen is de ramp niet te overzien. Als de zuidelijke landen met een eigen munt komen, zal de waarde van die munt veel lager zijn, en dan droogt mijn omzet op.”

Uitzendconcern Randstad werkt met business units in de verschillende landen. De invloed van het invoeren van de drachme en de lire in Griekenland en Italië is voor de afzonderlijke business units beperkt.

Voor Aegon maakt het niets uit. Topman Wynaendts: „Wij hebben als strategie dat we lokaal in dezelfde valuta beleggingen en verplichtingen aanhouden. Daardoor lopen we geen valutarisico’s. Dus als bijvoorbeeld Spanje overstapt op een eigen munt zou dat voor ons in principe niet tot extra kosten leiden. We beleggen nu meer in obligaties uitgegeven door nutsbedrijven en niet meer in aandelen van bedrijven uit de financiële sector. Dat vinden we te risicovol.”

Woordvoerder Marc van der Lee van Vion maakt een onderscheid tussen de monetaire politiek en de commercie. „Wij verkopen in verschillende valuta aan verschillende klanten in verschillende landen. Je leest nu regelmatig dat Griekenland misschien de drachme weer zou gaan gebruiken. Dat staat los van het commercieel contract. Het feit dat zij zelf de euro niet meer zouden hebben, wil niet zeggen dat ze contractueel ook niet meer zouden hoeven betalen in euro’s. Dat staat los van elkaar.” Ook Ahold wijst erop dat het bedrijf gewend is aan verschillende valuta: „Zestig procent van de totale omzet wordt al in dollars verdiend. Dat zal de impact van het mogelijke uiteenvallen van de euro in zijn algemeenheid wat verzachten”.

Nadenken over het mogelijke einde van de gezamenlijke Europese munt vereiste het nodige abstractievermogen. Concreter zijn de gevolgen die de eurocrisis nu al heeft voor het bedrijfsleven. In de wereld van de voedingsmiddelen zijn de gevolgen nog niet echt voelbaar. Vion exporteert nog even veel vlees naar klanten in Griekenland en Italië als het bedrijf voor de crisis deed. Ook de betalingen verlopen, volgens van der Lee, nog altijd normaal.

Producten die afhankelijk zijn van complexere logistieke ketens, zoals de computerindustrie en de bussen en vrachtwagen die VDL levert, hebben het moeilijker. Van der Leegte ziet de orderportefeuille sinds de zomer langzaam afnemen. Energiebedrijf Essent stelt vast dat de energieconsumptie door bedrijven terugloopt. Ook meldt Essent dat het betaalgedrag van klanten verslechtert: er moet meer moeite worden gedaan om de rekeningen te innen.

Kredietverzekeraar en incassobedrijf Atradius meldt dat bedrijven al een tijdje extra alert zijn op het betaalgedrag van hun klanten. „Dit gaat geleidelijk. Niet zoals in 2008, toen de crisis als donderslag bij heldere hemel kwam. Bedrijven zijn nu beter voorbereid. „ Er zijn ook meer aanvragen om de risico’s van wanbetalende klanten uit de Mediterrane landen te verzekeren. Maar het loopt niet storm.”