Ik heb niets met het woord barmhartigheid

Sjaak Sies (69), oprichter van de Stichting Voedselbanken Nederland, nam afgelopen maand afscheid. De gemeente Rotterdam eerde hem met de Erasmusspeld. „Wij zijn de enige bank die groeit.”

Aneurysma

„Vorig jaar december ben ik geopereerd. Een aneurysma, een uitzetting van de aorta, die bij toeval werd ontdekt. Dat was wel even schrikken. Ik kwam bij de huisarts en zei: ik ken u niet. Hij zei hetzelfde. Nooit wat gehad, en dan zoiets. Ik was drie maanden uit de running. Maar onze organisatie staat, ik kan gemist worden. Mijn vrouw Clara is tien jaar jonger. Zij heeft de energie, zij weet hoe deze vrijwilligersorganisatie moet worden aangestuurd. Ik blijf op de achtergrond betrokken bij de voedselbank.”

Kledingzaak

„We hadden jarenlang een kledingzaak op de Dordtselaan in Rotterdam-Zuid. Die liep op een gegeven moment niet meer. De buurt veranderde, en daarmee ook de vraag. We moesten stoppen en vroegen een tijdelijke uitkering aan. ‘Ik wil zo snel mogelijk weer aan de slag’, zei ik bij het loket. Vergeet het maar, kreeg ik te horen. Maar ik was eind vijftig, ik bruiste nog van de energie! Om me heen zag ik armoede, hoewel die voor de meeste mensen aan het zicht onttrokken was. Het paste niet in het tijdsbeeld. Het waren de jaren van het tweede kabinet-Kok, de jaren dat de bomen tot in de hemel groeiden. Wij wisten wel beter. We wilden als christenen ook wat terug doen voor de samenleving die ons van een inkomen voorzag. Voor bedrijven was het ook een uitkomst. Voedsel vernietigen kost ook geld. Ons initiatief betekende voor de voedselindustrie dus een kostenbesparing. Het was een win-win-situatie.”

Grote klap

„We zijn succesvol, maar succes heeft in ons geval een wrange bijsmaak. Maar het is waar: wij zijn de enige bank die groeit. Dat klinkt een beetje cynisch, en toch is het zo. Nederland telt op dit moment 136 voedselbanken, verdeeld over acht regio’s, die in totaal 25.000 huishoudens voorzien van pakketten. Toen we begonnen, dacht ik: op een dag zijn we niet meer nodig. Niets blijkt minder waar. Alleen afgelopen maand al hebben zich 67 gezinnen gemeld hier in Rotterdam. Wie bij ons in aanmerking wil komen voor een pakket moet na aftrek van de vaste lasten minder dan 175 euro per maand overhouden. Die groep groeit. Helaas. En ik vrees dat de grote klap nog gaat komen. Komend jaar gaan mensen de gevolgen van de bezuinigingen echt merken. En het zijn niet alleen de lage inkomens die een beroep op ons doen. Hier komen ook mensen die na een scheiding en een gedwongen verkoop van hun woning met een enorme restschuld blijven zitten. Die zitten tijdelijk klem en kunnen vaak geen kant uit.”

Barmhartigheid

„Ik heb niets met het woord barmhartigheid. Het klinkt zo plechtstatig, een beetje overdreven ook. Begrip en medeleven zijn voor mij de normaalste zaak van de wereld. Ik wil het verleden niet verheerlijken, maar toen ik opgroeide, keek niemand vreemd op als je weekloon op donderdag op was en je bij de buren aanklopte voor een beetje suiker. En dat kreeg je, zonder morren. Zo is het niet meer. Nu is het, zeker aan de top, graaien graaien graaien. Zelfs een socialist als Wim Kok doet daaraan mee. Ik vind dat triest.”

Kerk

„Ik ben gelovig, maar ga op zondag niet meer naar de kerk. Waar ik moeite mee heb, is het feit dat de kerk maar geen invulling weet te geven aan het begrip naastenliefde. Het wordt met de mond beleden, meer niet. Ik zou wat meer concrete actie willen zien. Maar de kerk lijkt machteloos. Niet zo vreemd misschien na al die schandalen van de laatste jaren. Daardoor is de geloofwaardigheid van de kerk ernstig aangetast. Maar goed, ik houd hoop. Laatst zag en hoorde ik zo’n jonge predikant uit Barneveld, die wel de juiste snaar weet te raken. Het kan dus wel.”

Houdbaarheidsdatum

„We zijn in Nederland een beetje doorgeslagen. Zout halen we uit de grond, waar het al eeuwen ligt opgeslagen, maar op een potje zout plakken we een stickertje met de tekst ‘ten minste houdbaar tot’. Dat is toch gekkigheid? Jaarlijks gooien we voor vijf miljard euro weg aan voedsel. Vijf miljard! Twee miljard wordt door de voedselindustrie zelf vernietigd, drie miljard verdwijnt in de vuilnisbak omdat we de restjes niet opeten. Het zal aan mij liggen, maar ik begrijp dat niet. Maar goed, ik kom uit een andere tijd, ik ben opgegroeid in het Rotterdam van de wederopbouw. Mijn ouders gingen al vroeg scheiden. Ik was thuis de oudste zoon, dus dan heb je een extra verantwoordelijkheid. We hadden het niet breed, maar we waren niet de enigen. We klaagden niet. Het was nu eenmaal zo. Thuis gooiden wij een blik bonen niet weg als die over de houdbaarheidsdatum was. Pas als zo’n blik begon te bollen, ja, dan ging-ie de vuilnisbak in. Soldaten eten uit blik. Dacht je dat daar tht op staat? Natuurlijk niet.”

Bla-bla-bla

„Ach ja, politici. Wouter Bos riep vijf jaar geleden [als lijsttrekker van de PvdA] dat de voedselbanken binnen twee jaar verleden tijd zouden zijn. Wat ik toen dacht? Laat ik daar maar geen antwoord op geven. Lijkt me verstandiger. Ik heb heel veel gezagsdragers over de vloer gehad. Eén voor één roemen ze ons initiatief. Maar niemand die me kan uitleggen waarom Nederland weigert mee te doen aan het Europese samenwerkingsverband voor voedselbanken. Het is allemaal bla-bla-bla.”

René Froger

„Wij hebben als voedselbank het thema armoede bespreekbaar gemaakt, al duurde het even. De actualiteitenrubriek Netwerk heeft hier in de beginjaren ooit een hele dag zitten wachten, totdat ’s avonds eindelijk iemand bereid bleek te zijn om voor de camera te vertellen wat het is om in armoede te leven. De gêne overheerste toen.

„René Froger en zijn vrouw hebben het thema met hun tv-programma (Effe geen cent te makken, 2008) onder de aandacht van het grote publiek gebracht. Daar ben ik hen dankbaar voor. René was vorige week op mijn afscheidsreceptie toen ik van de gemeente Rotterdam de Erasmusspeld kreeg. Daar maakt hij tijd voor, ondanks zijn drukke agenda. Ik beschouw hem als een vriend. René heeft bij wat mensen geld ingezameld zodat mijn droom – een eigen camper – werkelijkheid werd. Tot vorige week deed ik het met een bestelbusje dat ik zelf wat had vertimmerd. Nu ik wat meer vrije tijd heb, kan ik ’s ochtends wat langer blijven liggen. Dat is lekker, hoor, na bijna tien jaar elke ochtend om half acht te zijn begonnen. Met die camper wil ik gaan reizen. Daar kijk ik enorm naar uit.”

Halfbroer

„Mijn vader is drie keer getrouwd geweest. Uit elk huwelijk heeft hij kinderen, met wie wij als gezin – een moeder en twee zoons – nooit contact hebben onderhouden. Een journalist heeft enkele jaren geleden wat touwtjes aan elkaar weten te knopen. Stonden er in onze loods ineens twee vrouwen voor mijn neus. Ik zag het meteen: dezelfde gelaatstrekken, dat is familie. Het toeval wil dat mijn halfbroer Rob als traiteur werkzaam is in een bekende levensmiddelenzaak in Rotterdam. Best ironisch: hij de bovenkant van de markt, ik de onderkant. Hij heeft ons nog geholpen met wat dozen met overtollig voedsel. Heel goed bedoeld, en we hebben het ook in dank aanvaard. Maar wij denken vooral in pallets, niet in dozen.”

    • Ringel Goslinga
    • Mark Hoogstad