Ik ben al heel vaak door het ijs gezakt

De Turks-Nederlandse cabaretière, schrijfster en, eventjes, politica Nilgün Yerli probeert de wereld bij elkaar te houden en dat valt niet mee. „Omdat ik niet geloof in trouw, geloof ik ook niet in vreemdgaan.”

Nederland, Bentveld, 04-11-2011 Nilgun Yerli is een Nederlandse schrijfster en cabaretière. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Roger Cremers - 2011

Ik kwam gisteravond thuis na een voorstelling en begon een column te schrijven over het onderwerp migratie. Ineens drong het tot me door: Rita Verdonk! Die is minister van Integratie geweest. Rita Verdonk! Dezelfde vrouw die later zieltjes ging winnen met het zwartmaken van buitenlanders. Misschien een late reactie, maar ik werd er fysiek onpasselijk van. Letterlijk. Vannacht moest ik overgeven.”

De volgende ochtend zit Nilgün Yerli (1969, Kirsehir) aan tafel, in haar huis in Bentveld. Ze bindt haar haren samen met een elastiekje, maakt het los, en weer vast. „Als ik het niet eens ben met de denkbeelden van een vriendin, ga ik er niet tegenin. Dan neem ik afstand van haar. Bij politieke figuren is het anders. Je kunt niet om ze heen, ze spelen een rol in je leven. Dat geeft me een gevoel van onmacht. Het enige wat ik kan doen is er op het podium iets over zeggen, of een stukje schrijven. Dat zijn míjn wapens.”

In haar cabaretvoorstellingen, haar boeken, tv-programma’s en columns wil Yerli laten zien dat verschillen te overbruggen zijn en conflicten te verzachten – door liefde. Sinds vorige week speelt ze haar goed ontvangen, soloprogramma Weer met Henk. Nooit boos of grimmig, maar met milde blik en koninklijke dictie bespreekt ze hangijzers als integratie, uitsluiting en discriminatie, en hamert op de noodzaak van begrip en vergeving.

En wie niet horen wil, krijgt bloemen. Zoals Geert Wilders, twee jaar geleden. Yerli vroeg 355 moslimstudenten uit Rotterdam om een ‘verklaring van liefde’ te schrijven aan Geert Wilders. Ze bond de brieven aan boeketten en liet de bloemen bezorgen bij Wilders – die ze niet accepteerde.

De actie leidde tot honende reacties in de media: Yerli heette ‘naïef’, ‘dom’, ‘tuttig’. Ze haalt haar schouders op. „Ik doe wat de meeste andere mensen niet doen”, zegt ze. „Het is alsof je een ijsvlakte ziet, met een aantal paden erop van voetstappen. Je kunt de paden volgen of een eigen route zoeken, op het gevaar af dat het ijs daar zwak is. Dat risico neem ik. Ik ben al heel vaak door het ijs gezakt.”

Ze is idealistisch „tegen de klippen op”. Dat leidt tot bemoeienis met uiteenlopende onderwerpen. Zo is ze bezig met de voorbereiding van een tv-serie over de positie van homoseksuelen in verschillende landen. En toen ze vorig jaar voor werk verbleef in de Turkse stad Izmir, meldde ze zich bij de onder liberale intellectuelen omstreden islamitische AK-partij van premier Erdogan. „Ik was geschokt door de woede onder mijn liberaal-democratische vrienden over vrouwen met hoofddoekjes. En de afkeer is wederzijds. Mijn vrienden zitten vol achterdocht, ze denken dat de AK-partij elk moment de sharia zal invoeren.

„Ik had zelf ook achterdocht tegen de islamitische partij. Die argwaan jegens de islam had ik van huis uit meegekregen; wij waren immers de ‘kinderen van Atatürk’. De eerste jaren dat ik in Izmir woonde heb ik zelfs meegelopen in een enorme demonstratie tegen Erdogan en zijn AK-partij. Maar toen ik de woede van mijn liberale vrienden voelde, ging ik me afvragen wat die partij eigenlijk fout deed; of ze wel fout was. Dus werd ik lid van de partij. Ik heb bijeenkomsten en vergaderingen bijgewoond. Daar hoefde ik geen hoofddoek om en ik werd met respect behandeld. Ook als ik een minirok aanhad. De AKP wilde mij er als westerse moderne vrouw graag bij hebben, vooral met het oog op de verkiezingen van afgelopen zomer.” Ze lacht berustend: „Dat kostte me zeker de helft van mijn democratische vrienden. Maar belangrijker was dat ik zag dat hun argwaan een vooroordeel is. Het is niet waar dat de AKP het land wil islamiseren, van sharia is geen sprake. Het doel van de AKP is een economisch sterk Turkije, als brug tussen Europa en Azië. Het vooroordeel van mijn vrienden bleek gebaseerd op angst.”

Ze is zelf niet islamitisch. „Ik hang geen enkel geloof aan. Maar ik vind dat mensen vrij moeten zijn om hun religie naar eigen inzicht te beleven. Ook als daar een hoofddoek bij hoort.” Dit jaar organiseerde ze op 8 maart, internationale vrouwendag, in Izmir een diner voor 500 hoogopgeleide vrouwen, met en zonder hoofddoek. „Er was taart, en de vrouwen werden door elkaar aan tafel geplaatst, waarna ik ze aanspoorde om onderling ‘iets’ uit te wisselen, al was het maar een recept. ‘Heb elkaar lief in je verschil’, was de boodschap.”

Haar idealisme en de behoefte om goed te doen, hebben te maken met ‘de drie camera’s’. „Het is alsof op mijn daden altijd drie camera’s zijn gericht: een vanuit mezelf, een van buiten, en een van bovenaf. Ik probeer die drie standpunten te laten samenvallen; dat wat in míjn ogen goed is, ook goed is voor de buitenwereld, en voor de blik van boven.”

Die ‘blik van boven’ is die van haar moeder, zegt ze. Haar moeder is degene over wie Yerli het boek De garnalenpelster (De Arbeiderspers, 2001) schreef. Zij overleed toen Nilgün Yerli vijftien was.

„We waren op mijn tiende uit Turkije naar Heerenveen, Friesland, gekomen. In Nederland werd toen niet al te goed over Turken gedacht, in het Prisma-woordenboek stond ‘Turken pesten’ nog als gewone uitdrukking. Mijn moeder was mijn steun en toeverlaat, mijn baken van liefde en wijsheid. Op mijn vijftiende kregen m’n ouders een auto-ongeluk in Turkije, waarbij mijn moeder overleed. Mijn vader bleef daarna in Turkije, ik kwam in m’n eentje terug naar Nederland, om hier te leven. Of beter gezegd ‘overleven’.”

Yerli ging eerst naar kostschool in Steenwijkerwold (Overijssel), onder leiding van een non. Later volgde ze de heao in Haarlem en woonde ze op kamers in Heemstede. „Terugkijkend beschouw ik de dood van mijn moeder als mijn werkelijke geboorte. Dankzij haar overlijden kon ik worden wie ik moest zijn. Tot m’n vijftiende was ik een verlegen kind, daarna werd ik een extraverte, zelfstandige vrouw. Ik dacht: ik zal eens laten zien wat een Turk kan.

„Ik werkte om in mijn levensonderhoud te voorzien. Ik stond om vijf uur op om schoon te maken. Na school werkte ik tot ’s avonds laat in een restaurant. ’s Zaterdags stond ik in een winkel, zondagmiddag maakte ik voor de hele week huiswerk. Maar ik werkte ook om een fles parfum van Chanel te kunnen kopen, of een broek van Donna Karan. En ik was altijd verliefd. Ik was op zoek naar de liefde van mijn moeder. Die zocht ik in alles wat leeft, van bomen tot mannen.

„Want ik merkte: die aai over je bol, de erkenning en aandacht die ik van mijn moeder kreeg, kan ik ook elders vinden. Hoevéél liefde en aandacht je nodig hebt, hangt af van de mate van je gekte. Ik ben nogal gek, ik wil meer en meer en meer. Van mensen die ik ken en die ik niet ken. Van mijn publiek als ik op het podium sta, en de glimlach van de buschauffeur heb ik ook nodig.

„Ik heb lang gedacht dat die behoefte het gevolg was van de dood van mijn moeder. Maar in mijn kind zie ik bepaalde dingen terug. Terwijl hij een andere geschiedenis heeft dan ik.”

Haar zoon Leon, nu zes, kreeg ze met de Turks-Britse zakenman Noyan Gürel. Gürel woont in Londen en reist voor zijn zaak de wereld rond – als ondernemer in tabak en de kruiden voor McDonald’s-mayonaise. Ze trouwden in 2003, maar leven niet langer samen. „Trouw is onmogelijk, en monogamie bestaat niet”, zegt Yerli. „We proberen het, en sommigen lukt het; voor tien jaar, misschien twintig. Toen ik met Noyan trouwde was ik drieëndertig, ik was niet meer naïef. Bij ons huwelijk hebben we elkaar eerlijkheid beloofd, omdat we elkaar geen trouw konden toezeggen.

„En omdat ik niet geloof in trouw, geloof ik ook niet in vreemdgaan. Mijn man kan in Singapore een nacht met een andere vrouw doorbrengen. Dat beschouw ik als een bezoekje aan een nieuw Singaporees restaurant. Mannen doen het vooral uit lust. Het is zoiets als midden in de nacht shoarma eten – je weet dat het slecht is voor je, maar je doet het toch.

„Als bij de lust ook liefde komt, gun ik het mijn man dat hij die liefde beleeft. Dat geldt ook voor mezelf: als ik op iemand anders verliefd word, wil ik met diegene zijn. Op dat moment verandert de relatie met je partner. Noyan is nog altijd mijn beste vriend, geliefde en de vader van mijn zoon.” In het weekend is hij bij hen in Bentveld. „Dat is leuk en gezellig, maar het moet niet te lang duren.”

Toen Leon geboren werd, in 2006, wilde Yerli in Turkije wonen. Ze vestigde zich met man en kind in miljoenenstad Izmir, om zich volledig aan het moederschap te wijden en een enkele theaterproductie op te zetten. „Maar het viel tegen. Het gemoedelijke Turkije uit mijn jeugd is verdwenen. Ook daar draait het om consumentisme en geld.

„En erger, ik miste Nederland. Ik miste de punctualiteit en vooral de vrije levenshouding. Vrienden daar vonden mij te westers. Tijdens etentjes ontstond er een ongemakkelijke sfeer als ik zei dat wij onze zoon niet wilden laten besnijden, omdat ik m’n kind niet mijn overtuigingen wil opleggen. Of ik vertelde dat ik mijn man voor zijn reizen ’n condoom meegaf met een briefje: ‘If you do it, do it safe.’ Mijn vrienden begonnen dan te zuchten, ‘Heb je haar weer, met haar Hollands gekkigheid’.

„Na een tijdje werd ik niet meer uitgenodigd. Ik was diep ongelukkig en kwam kilo’s aan. Ik werd ‘omhelsd door mijn eigen vet en eenzaamheid’, zoals ik het in mijn nieuwe voorstelling noem.”

Na drie jaar verhuisde Yerli terug naar Nederland, en maakte ze in 2009 de voorstelling De Adem van Eva, over het verloren Paradijs – van zowel haar jeugddroom Turkije, als van het steeds harder wordende Nederland.

Vorig jaar verbleef ze opnieuw in Izmir, waar zij en haar man om de beurt voor zoon Leon zorgden. Behalve aan de AK-partij besteedde ze dat jaar aan research in landen als Brazilië, Korea, China voor de tv-serie over de positie van homoseksuelen, gebaseerd op het boek Elke Liefde Telt van Boris Dittrich. „Ik doe in de verschillende landen onderzoek naar het punt waarop liefde omslaat in haat.”

Zelf voelt ze een grote, alomvattende liefde, zowel voor ‘mensen die ik ken als die ik niet ken’. „Mijn vrienden zeggen ‘Al die liefde, die past nauwelijks in jouw lichaam’. Maar ik kan ook afschuw voelen. Soms, als ik mensen zie eten, alles naar binnen proppen en weer uitscheiden, en weer meer eten, voel ik walging. Ik heb ook grote weerzin tegen mensen die opportunistisch zijn. Die bijvoorbeeld de dood van Theo van Gogh gebruikten voor eigen doeleinden. Of mensen die een hele bevolkingsgroep als vijand wegzetten. Ik verafschuwde het gedrag van Ayaan Hirsi Ali om de manier waarop zij de hele islam verdacht maakte, om zelf populair te worden.

„Ik kan mijn gevoelens van afschuw relativeren, doordat ik me bedenk dat de meeste mensen niet zomaar slecht zijn. Ze zijn slecht uit onmacht. Mensen die hun macht misbruiken. Dictators. Zo’n Verdonk. Ik denk dan aan mijn vader. Mijn vader sloeg mijn moeder, maar op zijn goede momenten gaf hij toe: ‘Jij bent sterker dan ik, daarom sla ik’.”

Haar vader had zich na haar moeders dood in Antalya, Turkije gevestigd en was opnieuw getrouwd. Hij sprak Nilgün een paar keer per jaar, over de telefoon. Hij overleed toen ze achtentwintig was.

Een paar maanden voor zijn dood kreeg Yerli een e-mail van iemand die haar boek De garnalenpelster zat te lezen op een terrasje in Antalya en was aangesproken door een man die zei dat hij ook Yerli heette. Het bleek haar vader. „De lezer had net over zijn tirannengedrag gelezen, dus voelde zich ongemakkelijk. Terwijl hij opstond om weg te gaan, zei hij tegen mijn vader „U kunt trots zijn op uw dochter.” Een half jaar later was hij dood.

„Ik weet niet of hij ooit mijn boek heeft gelezen, of wat hij ervan vond.” Ze veegt de tranen uit haar ogen. „Dat ontroert me, ja. Het is weer die onmacht, van mijn vader, van mij. Die onmacht stond in de weg dat we elkaar werkelijk leerden kennen.”

Weer met Henk is nu te zien. Voor data zie nilgunyerli.nl