Huisartsen moeten gaan strijden om elkaars patiënten

Huisartsen moeten gaan concurreren met elkaar. Bedoeling is dat ze klantvriendelijker worden en dat patiënten makkelijker van huisarts kunnen veranderen.
Dit blijkt uit een brief die minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) begin deze week schreef aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA). Ze vraagt de NZA voor juni 2012 te onderzoeken hoe die concurrentie georganiseerd kan worden, schrijft NRC Handelsblad vandaag.

Huisartsen ontvangen nu van de zorgverzekeraar een vaste vergoeding voor gemiddeld 2.300 patiënten (inschrijfgeld), van wie zij de meerderheid zelden of nooit zien. Dat is een grote, stabiele bron van inkomsten. Schippers wil dat de NZA onderzoekt wat er gebeurt als het inschrijfgeld wordt afgeschaft en de huisarts alleen nog maar per verrichting wordt betaald. Hij zal, zo hoopt zij, ook buiten kantooruren gaan werken als patiënten dat vragen.

Het zou de markt, die Schippers te gesloten vindt, kunnen openbreken. SOS-huisarts, een initiatief dat in september begon, helpt zonder inschrijftarief dag en nacht iedereen die belt. Maar de patiënt moet dat nu nog zelf betalen.

Huisartsen vinden het een onzalig plan. Bart Mijman, voorzitter van de Amsterdamse huisartsen, zegt:

“Als we aan klantenbinding moeten doen, zullen we in de verleiding komen om méér behandelingen te bieden dan nodig is want dát is wat patiënten vragen. Nu stelt de huisarts de patiënt vaak gerust en stuurt hem zonder behandeling naar huis.”

Huisartsen vinden de langdurige binding met patiënten waardevol omdat die een vertrouwensrelatie creëert. Maar volgens Schippers is 14 procent van de patiënten ontevreden. Toch stapt een patiënt niet snel naar een andere huisarts. Hij is daar niet welkom, omdat hij er niet ingeschreven staat. Bedoeling is dat men straks niet gebonden is aan één huisarts, maar per klacht naar de beste huisarts gaat. Om onnodige zorg te voorkomen, wil Schippers dat huisartsen voor elke verrichting hard gaan maken dat die echt nodig was.

Lees hier de brief: