Hij : 'We redden het elke maand nét'

Mark Crouch (48), werkt als productiemedewerker in een fabriek:

„Het is niet zo dat ik graag vrachtwagens laad, maar het verdient goed. Ik heb geen ambities in dit werk: er is, op mijn collega’s na, niets leuks aan. Ik ben een prostitute of the boxes. Maar ik ben blij dat ik een baan heb. Toen ik in 1993 vanuit Engeland naar Nederland kwam, was er nog werk en geld in overvloed. Ik kon het me veroorloven om steeds een seizoen te werken en dan weer te gaan reizen. Nu zoek ik een vaste baan, maar ik heb nog geen geluk gehad. Dat komt door de crisis, en door de vele Oost-Europeanen die voor minder geld werken. Elke maand is het een strijd om rond te komen, maar we redden het. We zijn geen materialistische mensen. In de toekomst zou ik graag met Marieke haar bedrijf uitbouwen. Dan doe ik het sjouw- en opbouwwerk op festivals, en zij de creatieve kant. We zijn een team, we hebben dezelfde dromen: zo vrij mogelijk blijven en zorgen dat onze kinderen een goed en gelukkig leven leiden. Onze bankrekeningen zijn gescheiden, maar we delen elke euro. Marieke heeft mijn pinpas, want zij doet de boodschappen.

„Door te wonen zoals wij dat doen, verliezen we geen geld aan een hypotheek. Als twintiger trouwde ik en kocht ik een huis. Maar dat leven beviel me niet, ik vond het oppervlakkig. Veel mensen hangen hun bestaan op aan de prijs van hun huis en aan wat voor auto ze rijden. Ik niet. Maar ik wil wel graag een eigen ruimte. Wat land, en daarop zelf iets bouwen. Al woon ik hier ook graag, ik houd van leven in een groep mensen. Dat vind ik inspirerend en dynamisch. Als je leeft zoals wij, weet je nooit wat het volgende hoofdstuk is.”

Anne Dohmen