Gij zult niet in de bus naast een vrouw zitten

Aparte zitplaatsen in de bus. Vrouwen het leger uit. Meisjes op kleuterscholen die niet meer mogen zingen. Scheiding van mannen en vrouwen rukt op in de publieke ruimte van Israël. Met dank aan de haredim, ultraorthodoxe joden.

In this Monday, Nov. 7, 2011 photo, an Ultra Orthodox Jewish man walks past a vandalized poster showing a woman, in Jerusalem. Images of women have vanished from the streets of Israel's capital. Women have been shunted onto separate sidewalks. Buses and health clinics have been gender-segregated, and the military has considered reassigning female combat soldiers because religious men don't want to serve with them. This is the new reality in 21st-century Israel, where ultra-Orthodox rabbis are trying to contain the encroachment of secular values on their cloistered society through a fierce backlash against the mixing of the sexes in public. (AP Photo/Sebastian Scheiner) AP

De vrouwen van Mea Shearim, een orthodox-joodse wijk in het hart van Jeruzalem, lachen niet op straat. Ze eten niet. Fietsen niet. Ze lopen met onvaste tred, de blik op oneindig en meestal alleen. Soms met een kinderwagen. Bijna nooit naast een man.

Sarah (30) haast zich van de bank naar de crèche. Ze is juf en moeder van vijf. Haar lichte huid heeft ze zoveel mogelijk bedekt met stemmige stof. Een vormeloze mantel tot aan haar kin dichtgeknoopt, extra linnen in de nek. Een hoofddoek tot aan haar wenkbrauwen. Haar rok tot op de schoenen.

Zo hoort het, volgens een straatbord dat vrouwen en meisjes gebiedt zich zedig te kleden. ‘Dichte blouse, met lange mouwen. Lange rok – geen broek. Geen strakke kleren.’ Ongeschreven is de regel dat mannen en vrouwen in het openbaar niet mengen. Er rijden bussen door de wijk waar alle mannen voorin en alle vrouwen achterin zitten. Op straat kruisen hun wegen amper, hun blikken niet.

De publieke scheiding der seksen is goed, zegt juf Sarah, die haar achternaam niet wil geven. „Als mijn man in aanraking komt met andere vrouwen levert dat thuis problemen op.” Daarom vindt ze dat ze zich moeten bedekken. „Als hij aantrekkelijke vrouwen ziet, is dat slecht voor mijn huwelijk.”

Hooggerechtshof

Segregatie is discriminatie en juist slecht voor de vrouw, vinden activisten. Zij kregen gelijk van de rechter. In oktober veroordeelde het Israëlische Hooggerechtshof de oprichting van een barrière op straat in Mea Shearim om de seksen te scheiden. Eerder dit jaar verbood het Hof gedwongen segregatie in bussen.

Veel effect hebben die uitspraken niet. De ultraorthodoxe neiging om vrouwen in het openbaar van mannen te scheiden, of zelfs helemaal te weren, lijkt juist sterker te worden. In november stuurden oud-generaals het ministerie van Defensie een brandbrief waarin ze waarschuwen voor discriminatie binnen het leger. Daar boycotten orthodoxe militairen laatst een bijeenkomst waar vrouwen zongen. Hun stemmen zouden te opwindend zijn. Ouders klaagden vervolgens dat kleine meisjes op openbare religieuze kleuterscholen ook niet meer mogen zingen. De segregatie zou zelfs doordringen tot openbare schoolbussen en kinderspeelplaatsen, in het hele land.

Kritiek komt zeker niet alleen van seculiere activisten. Hannah Kehat, oprichter van de vrouwenwebsite Kolech, is religieus. Ze draagt een hoofddoekje van kant en noemt zich modern, of zionistisch orthodox. Ze woont in een nederzetting in bezet Palestijns gebied. Jaren gaf ze bijbelstudie. Volgens haar gaan feminisme en jodendom prima samen.

„Natuurlijk is de bijbel geschreven in een patriarchale tijd, waarin het publieke domein de man toebehoorde”, zegt Kehat. „En de halacha, religieuze wetten, zijn door mannen opgesteld.” Maar in de Bijbel staan voor feministen genoeg aanknopingspunten, zegt ze.

Met de ultraorthodoxe joden voeren gematigder joden echter geen religieuze strijd, zegt Kehat, maar een politieke en sociale.

Ultraorthodoxe joden, ook haredim genoemd, vormen zo’n 10 procent van de bevolking van Israël. Ze hebben relatief veel invloed op politiek en bestuur. Zeker in Jeruzalem, waar een kwart van alle inwoners zich tot de haredim rekent. En die groep groeit, met zo’n zeven kinderen per gezin.

Binnen de ultraorthodoxe gemeenschap zijn veel verschillende sekten en de groep radicalen is klein, weet Kehat. „Maar het zijn missionarissen. En omdat ze zo bevlogen zijn, hebben ze succes.”

Badhanddoek

Kehat (51) werd in Mea Shearim geboren in een ultraorthodox gezin. Scheiding tussen jongens en meisjes was destijds op school heel gewoon. Maar buiten op straat liep alles door elkaar. Dat het veel strenger is geworden, is volgens Kehat een reactie op „westerse samenlevingen en de bijbehorende vrijheden”.

Die komen in Israël het best tot hun recht in Tel Aviv, waar vrouwen ongegeneerd in bikini over straat gaan. De overwegend seculiere stad aan het strand wordt wel ‘de bubbel’ genoemd, omdat men hier makkelijk de Israëlische realiteit van in- en externe conflicten vergeet. De meeste vrouwen van Tel Aviv halen hun schouders op over de ontwikkelingen in Jeruzalem. Zolang zij er geen directe hinder van ondervinden, komen ze niet van hun badhanddoek af.

Tanya Dudarenoka (20) loopt in Tel Aviv rond in een shirt van wit gaas. Ze heeft een jaar in Jeruzalem gewoond, maar vluchtte naar eigen zeggen voor de ultraorthodoxe mannen. „Dieren zijn het”, zegt ze. „Ze spuugden op me als ik in een rokje door de stad fietste. Ik werd er gek, dus ik vertrok.” Het is een verhaal dat in Tel Aviv vaker klinkt.

Seculiere vrouwen kunnen echter niet voor dit probleem blijven wegrennen, zegt Hannah Kehat. Het blijft ze achtervolgen. De scheiding van mannen en vrouwen dringt steeds verder door in de publieke ruimte.

De religieuze actiegroep IRAC krijgt dagelijks meldingen van segregatie in klinieken, postkantoren, supermarkten. Volgens IRAC telt Israël elke dag nog 500 tot 600 gescheiden, of ‘koosjere’ busritten.

Vorige week besloot de Israëlische orde van advocaten onder druk van de ultraorthodoxe gemeenschap voor het eerst in twaalf jaar geen enkele vrouw te benoemen in de commissie die rechters kiest voor de regionale rabbinale rechtbanken. Die rechtbanken waken – ook voor veel ongelovigen – over zaken als huwelijk en echtscheiding.

Stond Israël in 2007 nog 36ste op de genderindex van het Wereld Economisch Forum, dit jaar is dat plaats 55. Het is de doorberekende inflatie van de vrouwvriendelijke reputatie die Israël opbouwde door onder andere zijn leger, vermaard om de vele vrouwelijke soldaten.

Die traditie wordt nu bedreigd door een ultraorthodoxe lobbycampagne, die poogt vrouwen uit gevechtseenheden te verwijderen en ze van de mannelijke militairen te scheiden tijdens officiële evenementen en vieringen. Liefst zouden de haredim helemaal geen vrouwen in het leger zien.

Ultraorthodoxe mannen zijn zo bang voor onreine gedachten dat ze vrouwen liefst helemaal uit hun buurt bannen, legt Kehat uit. Orthodoxe vandalen blijven in Jeruzalem reclame-uitingen met vrouwen vernielen.

De radicale haredim worden wel vergeleken met radicale moslims. Kehat: „Soms denk ik dat orthodox-joodse vrouwen meer worden onderdrukt dan moslima’s. Want joodse vrouwen moeten niet alleen veel kinderen krijgen, ze zijn ook kostwinner omdat hun mannen studeren. Zij zijn dus dubbele slaven.”

Maar worden ze echt onderdrukt? Ondergaan ze die openbare scheiding niet vrijwillig? Nee, zegt Kehat. „Ik ben tussen die vrouwen opgegroeid, ik ken ze. Ik weet het zeker, 90 procent wil eigenlijk niet achterin de bus zitten. Maar ze zijn jong getrouwd. Ze zijn niet hoogopgeleid, hebben niet leren discussiëren en weten weinig van het leven. Bovendien is er grote sociale druk.”

Gewelddadig

Buitenstaanders moeten de ultra-orthodoxe vrouwen helpen, want zelf zullen ze niet in opstand komen, denkt Kehat. „Daar moeten ze heel dapper voor zijn. En zo zijn er niet veel.” Losbreken is moeilijk, zegt de feministe, die dat zelf zo ervoer. „Het is je geloof, je identiteit, alles wat je weet, iedereen die je kent.”

Bijkomend probleem is dat een deel van de haredimgemeenschap zeer gewelddadig is. Politie wordt in de wijk regelmatig met stenen bekogeld. Onlangs schreef een orthodoxe website dat drie meisjes in Mea Shearim werden aangevallen omdat ze niet kuis genoeg gekleed waren.

In een schoenenwinkel in die wijk staat een verkoopster met een beugel die zich Chani noemt. Haar echte naam wil ze niet geven, „voor de zekerheid”. Ze is 19, ongehuwd en niet verlegen. Ze draagt een ketting over haar zwarte coltrui. Ze heeft parels in haar oren en rouge op haar wangen. Waarom ze zich van kin tot teen bedekt? „Het is halacha. Wet. Zo hoort het.”

Ze zegt dat ze vrijwillig achterin de bus plaatsneemt. Want, „bah” – ze trekt een overdreven vies gezicht, wie wil nou naast een vreemde man zitten? En ze vindt dat segregatie haar leven beter maakt. „Omdat je man geen andere vrouwen ziet”, droomt ze hardop, „is je relatie veel echter.”

Denkt zij dat mannen en vrouwen in haar buurt elkaars gelijken zijn? „Nee”, zegt ze. „Maar er is wederzijds respect.”

Dan snelt ze naar buiten om te wijzen op een vrouw die gehuld gaat in een grote doek die ook haar gezicht bedekt. ‘Chani’ wijst naar haar hoofd. „Dat zijn gekken. Wij noemen ze Talibaan. Die vrouwen zijn niet gelukkig.”

Maar alle kritiek op de scheiding in bussen snapt de schoenenverkoopster niet. „Waar bemoeien ze zich mee? Wat maakt het nou uit? Het kost de samenleving toch geen geld?” Even later zegt ze: „Natuurlijk doen we het eigenlijk voor de mannen. Maar wij vrouwen willen ook zelf. Want het is fijner. Zo voel ik me zekerder.”