Geslaagde proef met aidsvaccin bij muizen

De zoektocht naar een vaccin tegen hiv, het virus dat aids veroorzaakt, verloopt moeizaam. Onderzoekers van het California Institute of Technology onder leiding van Nobelprijswinnaar David Baltimore hebben nu een nieuwe strategie. Zij spuiten muizen in met een onschadelijk virus waaraan de genen voor enkele breed werkende antilichamen tegen hiv zijn toegevoegd.

De genen nestelen zich in het DNA van de lichaamscellen van de muis. Als de diertjes vervolgens met grote hoeveelheden virus worden besmet, blijven ziekteverschijnselen uit. Een heel muizenleven lang.

Vectored ImmunoProfylaxis (VIP), zoals de methode heet, werkt directer dan vaccinatie doordat de beschermende antilichamen permanent geproduceerd worden, ook als er geen hiv-infectie is. De vraag is nu of VIP ook bij mensen werkt (Nature, 30 november online).

De meeste vaccins bestaan uit een verzwakte of gedode ziekteverwekker of een kenmerkend eiwit daarvan. Als die bij iemand worden ingespoten maakt het immuunsysteem er antilichamen tegen, en er ontstaat een ‘geheugen’ van welke antilichamen nodig zijn voor de bestrijding van de echte ziekteverwekker. Bij hiv werkt dit niet goed omdat dit virus in hoog tempo muteert. Daardoor veranderen zijn eiwitten voortdurend en herkent het immuunsysteem ze niet meer.

De laatste twee jaar zijn enkele zogeheten ‘breed neutraliserende’ antilichamen gevonden die elke bekende hiv-variant aankunnen. Ze zijn aangetroffen bij de kleine groep mensen die ondanks een hiv-besmetting geen ziekteverschijnselen vertoont. Deze antilichamen vallen het virus aan op stukjes van zijn eiwitomhulsel die ondanks alle mutaties onveranderd bleven.

VIP zorgt ervoor dat deze antilichamen permanent aanwezig zijn. Om de methode te testen was wel een kunstgreep nodig, want muizen zijn van nature ongevoelig voor hiv. Daarom moest het immuunsysteem van de gebruikte proefdieren zodanig worden gemanipuleerd dat het menselijke trekjes kreeg.

De muizen kregen daarna in de kuitspier een injectie met een onschuldig adenovirus, waarin de genen voor breed werkende antilichamen waren ingebouwd. Na deze gentherapie, gingen de spiercellen deze antilichamen produceren. Als de behandelde dieren met hiv werden besmet, gebeurde er niets, zelfs niet bij zeer hoge virusdoses.

De onderzoekers bereiden nu een klinisch onderzoek bij mensen voor. Allereerst willen ze vaststellen of menselijke spieren op die manier voldoende antilichamen produceren om bescherming te bieden.

Huup Dassen

    • Huup Dassen