Gebruiksaanwijzing

Module 1: de aanhef

Kies de meest toepasselijke uit de drie geboden mogelijkheden.

1. Voor een geliefde

De Sint las onlangs in zijn grote boek

dat iemand, die ontzettend van je houdt,

je lief vindt en gelukkig ook erg stout

en dat je zoets verdient en billenkoek.

2. Voor een familielid

Met elke Sinterklaas trek ik je weer

en geef ik je maar weer zes HEMA-sokken.

Al jarenlang vind ik het niet leuk meer.

Nu heb ik je dit jaar alweer getrokken.

3. Voor een vage kennis

De chocoladeletters van jouw naam

zijn op. Het grote boek van Sint is kwijt.

De Pieten zijn gestresst en onbekwaam.

De Sint is overwerkt en heeft geen tijd.

Module 2: de steek onder water

Vul bij A een eigenschap in van drie lettergrepen, met de klemtoon op de eerste, zoals ‘wildebras’, ‘uitvreter’, ‘bazig typ’. Je kunt ook een eigenschap van twee lettergrepen kiezen, met de klemtoon op de eerste, en er ‘man’, ‘vrouw’ of ‘mens’ achter zetten, bijvoorbeeld: ‘nare man’, ‘domme vrouw’, ‘ijdel mens.’

Vul bij B de gewenste verdienste of straf in van twee lettergrepen, met de klemtoon op de tweede, bijvoorbeeld: ‘ontslag’, ‘de roe’, ‘een zoen’, ‘een schop’, ‘de zak’.

Je bent een [A ... ], zegt Zwarte Piet

en jij verdient [B ... ], dat zie je zo.

Maar Sinterklaas is toch de kwaadste niet.

Daarom voor jou een origineel cadeau.

Module 3: het cadeau

Kies een van de tien voorgestelde cadeaus en gebruik het bijbehorende kwatrijn.

Module 4: de afsluiting

Zo rijdt de Sint je huisje niet voorbij,

al had hij geen idee wat hij moest schenken.

Maar hopelijk ben jij toch best wel blij

dat hij nog aan jou heeft willen denken.