Eersteling levert soms meteen de Nobelprijs op

De eerste stap in de wetenschap, Interviews met geleerden Hans van Maanen, Uitgeverij Boom, 192 pagina’s, €19,95

Een babyalbum. Zo noemt Robbert Dijkgraaf in zijn inleiding de verzameling interviews in het nieuwe boek van Hans van Maanen. Deze vroeg dertig vooraanstaande Nederlandse hoogleraren naar hun eerste stappen in de wetenschap in de vorm van een wetenschappelijke publicatie. Een simpele vraag die een kostelijke verzameling anekdotes heeft opgeleverd over het plezier dat wetenschappelijk onderzoek kan bieden. De mooiste verhalen zijn natuurlijk die waar een eerste artikel een enorme doorbraak betekende. Zo lost Gerard ’t Hooft in 1971 een probleem op dat de knapste koppen op het gebied van de elementaire deeltjesfysica tot wanhoop had gebracht. Het levert hem in 1999 de Nobelprijs op.

En als Paul Crutzen er als werkstudent in Zweden achter komt dat er eigenlijk heel weinig bekend is over de chemische reacties die zich in de stratosfeer afspelen, ontdekt hij dat stikstofoxiden de ozon in de atmosfeer kunnen afbreken en schrijft daar een artikel over. Ook die eersteling legt een vakgebied open en levert hem vijfentwintig jaar later een telefoontje op uit Stockholm.

Maar eigenlijk doet het er niet zo veel toe waar al die eerste artikelen over gaan. Meestal worden ze helemaal niet opgemerkt of hebben ze weinig tot niets te maken met het onderwerp waarmee de betreffende hoogleraar later bekend is geworden. Belangrijker is dat het onderzoek dat er aan ten grondslag ligt een jonge, enthousiaste wetenschapper in contact brengt met een onderzoeksgebied of met een inspirerende leermeester. Zoiets ging vroeger veel informeler dan nu: “Kom maar eens langs en zoek het uit” blijkt vaak de basis voor een promotieonderzoek. Het roept een romantisch verlangen op naar een tijd waarin het allemaal minder georganiseerd en geregeld was. Waarin je een eerste artikel nog met de hand schreef op foliovellen die met een keurig rood draadje bijeengebonden waren, zoals astronome Ewine van Dishoeck deed. “Ik weet eigenlijk niet meer hoe ik het bij het tijdschrift ingeleverd heb”, voegt ze er nog aan toe. Of waarin er veel meer tijd en gelegenheid was om iets goed uit te zoeken, zonder de nadruk op het ‘vermarkten van kennis’ en de snelle ‘valorisatie’ van onderzoek. Want daar worden we in Nederland echt niet beter van, zoals de natuurkundige Joan van der Waals terecht constateert: “Echte innovatie blijkt maar zelden voort te komen uit vragen van de industrie.” Rob van den Berg

    • Rob van den Berg