Eerste tactische revolutie die aan Nederland voorbijgaat

DAVID: Ik heb Moneyball ontdekt! Een revelatie.

SIMON: Dat vertel ik je al jaren, maar je luisterde nooit.

DAVID: Zondag zag ik de film, met Brad Pitt in de rol van jouw vriend Billy Beane. Fantastisch! Vervolgens kocht ik het boek Moneyball van Michael Lewis waarop de film is gebaseerd. Nog beter! Ik heb het de hele nacht liggen lezen.

SIMON: Moneyball heeft al meer dan een miljoen exemplaren verkocht, bijna evenveel als mijn eigen boeken.

DAVID: Ik ging automatisch denken: kan je het Moneyball-denken op voetbal toepassen, en daar ook statistieken vinden die revolutionaire inzichten opleveren?

SIMON: Dat gebeurt allang. Jürgen Klinsmann raakte in Californië met Beane bevriend, en exporteerde Moneyball-ideeën naar Duitsland. De grote Engelse clubs hebben nu data-afdelingen vol computers en nerds, hoewel alleen Arsenal en Liverpool er echt naar luisteren.

DAVID: Maar niemand in Nederland lijkt zelfs van Moneyball gehoord te hebben.

SIMON: Nee, dit wordt misschien de eerste tactische revolutie die aan Nederland voorbijgaat.

DAVID: Ik zag de film en dacht: het hele Nederlandse voetbal moet dit zien. Aanwezigheid verplicht.

SIMON: Of we kunnen ze allemaal in een zaal opsluiten totdat ze het boek uit hebben.

DAVID: Mijn favoriete hoofdstuk ging over Bill James, de statisticus en begenadigde schrijver die als conciërge in een spek-en-bonen-fabriek in Kansas werkt. James vist uit dat de meeste traditionele honkbalstatistieken – fielding errors en zo – volstrekt nietszeggend zijn. Vervolgens gaat hij hele nieuwe statistieken verzamelen.

SIMON: En wordt genegeerd door het honkbalestablishment. De ex-spelers die toen nog alle clubs runden, vertrouwden liever op hun mystisch instinct. Ongeveer zoals Johan Cruijff nu over voetbal denkt.

DAVID: Ja, zijn klopjacht op de ‘onderwijzers’ in de Ajax-jeugdopleiding doet me een beetje aan de Khmer Rouge denken.

SIMON: Maar dan, in de jaren negentig, krijgt Billy Beane de macht bij de Oakland A’s. Als ex-honkballer weet hij dat ex-honkballers niet veel van honkbal weten. Daarom rekruteert hij topstatistici, die de patronen vinden die iedereen miste.

DAVID: Bijvoorbeeld dat honkstelen zinloos is? Ik vond het zo leuk dat Billy de principes van de Verlichting – scepticisme, vrijdenken, wetenschappelijk onderzoek – toepaste op sport.

SIMON: Bill James en Billy Beane zijn de Copernicus en Galileo van het honkbal. Vroeger dachten honkbalclubs dat de zon om de aarde draaide.

DAVID: James en Beane bewezen het omgekeerde.

SIMON: En gingen verder. Galileo bestudeerde alleen de planeten. Billy bouwde ook nog eens een raket. Met zijn statistieken bracht hij de arme A’s aan de top. Vervolgens werd hij door alle andere clubs geïmiteerd. Nu wordt hij zelfs door alle andere balsporten, van cricket tot basketbal, geïmiteerd.

DAVID: Maar je vergeet één ding. Honkbal heeft talloze statistieken. Voetbal niet.

SIMON: Niet waar. De nieuwe nerds in het voetbal proberen alles te tellen.

DAVID: Zoals de balbezitpercentages die je op tv ziet? Speler X liep Y kilometer.

SIMON: Dat zijn domme statistieken. Met Moneyball gaat het erom slimme statistieken te vinden.

DAVID: Zoals?

SIMON: Zoals het vinden van spelers die regelmatig zeven meter per seconde rennen. Dat blijkt een nuttige gave, die nauw samenhangt met overwinningen. Als Juventus dat had geweten, had het nooit Thierry Henry naar Arsenal laten gaan. Of ken je Josip Ilicic?

DAVID: Ehhh.

SIMON: Sloveen. 23 jaar. Speelt bij Palermo. Eén van de grootste kansencreëerders in het Europese voetbal. Onthoud de naam.

DAVID: Het is doodzonde dat Billy Beane niet van voetbal houdt.

SIMON: Joh, de man is voetbalgek! Hij staat in Californië om half zes ’s ochtends op om Arsenal te kijken. Hij is trouwens bewonderaar van dat boekje van jou, Briljant Oranje, en van het Nederlandse voetbal.

DAVID: Dat is de oplossing! Na het Cruijfffiasco moet Billy technisch directeur van Ajax worden. Dan staat het Nederlandse voetbal meteen weer bij de avant garde.

Simon kuper en david winner

    • David Winner
    • Simon Kuper En