Dekentjes van hondenwol

Een dekentje van hondenwol. Dat klinkt als een broodje aap. Wat? Een broodje aap? Ja, zo’n verhaal dat iedereen rond vertelt, maar dat eigenlijk niet waar is. Het wordt doorverteld, omdat het waar had kunnen zijn. Zoals dat snackbars in sommige steden hotdogs met apenvlees verkopen, terwijl ze mensen wijsmaken dat er gewoon runderworstjes in die hotdogs zitten.

Maar het dekentje van hondenwol is géén broodje aap, ook al dachten wetenschappers tot nu toe van wel. De Coast Salish, mensen uit het noordwesten van de Verenigde Staten en familie van de Inuit, weefden vroeger echt hondenharen door hun dekens.

Dat hebben onderzoekers uit Engeland ontdekt (en het staat in het blad Antiquity). Zij bestudeerden een oud Salish-dekentje met een super precieze meetmethode (massaspectroscopie). Daarmee konden ze zien uit welke stofjes de wollen draden bestonden. En zo zagen ze ook dat dezelfde stofjes in een oude hondenvacht zaten die een onderzoeker van vreemde volken ooit, 200 jaar geleden, van de Salish had meegenomen.

Ze zaten niet in alle haren. Het dekentje bestond voor een deel uit geitenhaar, zoals wetenschappers altijd al zeiden. Maar: daar waren lange tot wol gesponnen hondenharen doorheen geweven. Precies zoals Salish-moeders aan hun dochters hadden verteld. En precies zoals een ontdekkingreiziger uit de 18de eeuw had beschreven.

Waarschijnlijk gebruikten de Salish hondenwol als hun geitenwol opraakte in de winter. En als het te koud was om naar de markt te gaan voor nieuwe geitenwol. Of als ze daarvoor te arm waren.

Het hondenhaar kwam van een spits, schrijven de onderzoekers. Die hondensoort uit koude noordelijke streken heeft een warme vacht, met korte wol en lange zachte haren. De keeshond, in Nederland, is een spits. Net als de chowchow, met die blauwe tong. Maar de spits van de Salish is uitgestorven. En dekentjes van hondenwol worden ook niet meer gemaakt. Jammer hé.

Margriet van der heijden