De sfinx van het Binnenhof vertrekt

Hij stond jarenlang in de coulissen. Onder de premiers Den Uyl en Van Agt was hij raadadviseur en onder Lubbers de hoogste ambtenaar. Al jaren is hij lid van de Raad van State. Met welk gemoed verlaat Rein Jan Hoekstra het Haags theater?

Nederland, Den Haag, 30-11-11 Rein Jan Hoekstra Raad van Commissarissen. © Foto Merlin Daleman

Vooraf had hij één ding heel duidelijk gezegd: over personen zullen we van hem niks onaardigs horen. Daar is Rein Jan Hoekstra niet van. Hij is de man van de analyse, zegt hij zelf. Discreet en bedachtzaam. Die eigenschappen leverden hem een imposante carrière in Den Haag op. Hij was als secretaris-generaal Algemene Zaken de hoogste ambtenaar van het land en hij was lang lid van Raad van State.

Maar in de loop van het gesprek komen er toch een paar subtiele opmerkingen over personen. Ruud Lubbers, die hij lang op Algemene Zaken diende, is te lang premier gebleven. „Er wordt dan te veel naar je geluisterd.” Teleurgesteld is hij in zijn partijgenoten Ab Klink en Ernst Hirsch Ballin omdat die zich sinds het CDA-congres van vorig jaar, over samenwerking met de PVV, afzijdig houden van het CDA. „Ik ben meer een man van de verbinding.”

Hoekstra, net 70 geworden, nam deze week afscheid als lid van de Raad van State. Ruim veertig jaar in het centrum van de macht; voor Hoekstra had er nog geen einde aan hoeven komen. Maar hij blijft vast en zeker werkzaam voor onderzoeks- en adviescommissies, waarvan hij er talloze heeft geleid. Hij is ideaal voor zo’n klus: nooit uit op het aftreden van een minister of het slachtofferen van een ambtenaar. „Ik wil geen scherprechter spelen, maar een stap vooruit zetten.”

Of treedt hij toch nog eens op de voorgrond, misschien als opvolger van minister Donner op Binnenlandse Zaken? Met een glimlach, en toch ook serieus: „Daar ben ik natuurlijk voor beschikbaar. Sommigen zeggen dat ik te oud ben. Dan zeg ik: Adenauer werd pas bondskanselier toen hij 72 was.”

Hoekstra werkte lang naast Raad van State-vicepresident Herman Tjeenk Willink. Die maakte zich sinds zijn aantreden in 1997 zorgen over het politieke bestel, over het doorgeschoten marktdenken bij de overheid, waarbij instituties als de Raad van State alleen maar als obstakel worden gezien die de besluitvorming vertragen, en over het gebrek aan visie van politieke partijen. Hoekstra deelt die zorgen.

Instituties als de Raad van State, het koningshuis en de rechterlijke macht liggen steeds vaker onder vuur. Gaat u wel met een gerust hart weg?

„Ik ben natuurlijk onmisbaar. Maar zonder gekheid, het koningshuis staat van tijd tot tijd onder kritiek. Dat hoort bij de traditie. Via de ministeriële verantwoordelijk moet die kritiek gekanaliseerd worden, door de minister-president. De koning is het symbool van de eenheid van dit land, daar moet je niet te lichtvaardig mee omgaan. Ik vind het daarom jammer dat de fractievoorzitters steeds minder vaak de debatten over koningshuis doen.

„De Raad van State levert een belangrijke bijdrage aan het waarborgen van onze constitutie; de grondwet en de spelregels van de parlementaire democratie. De instituties zijn geen rustig bezit. Ze verdienen een zorgvuldige bewaking. ”

De VVD pleitte onlangs opnieuw voor splitsing van de Raad van State, voor het uit elkaar halen van advisering over wetten en de afdeling bestuursrechtspraak.

„Daar begreep ik geen bal van. Een paar jaar geleden is net een nieuwe wet op de Raad van State aangenomen. Het aantal dubbelfuncties van staatsraden is beperkt tot tien. Dat is prima. Ik ben zelf zo’n dubbelman. Advisering over wetgeving vergroot de kennis over die wetgeving. Dat is zeer behulpzaam bij de rechtspraak. En de rechterlijke macht moet je rust gunnen. Ik zeg het maar wat ondeugend: er zijn andere krachten in de rechterlijke wereld die de afdeling bestuursrecht graag erbij wil hebben.”

U bedoelt de Hoge Raad?

„Ik heb er geen bewijs voor. Maar de vraag ‘wie is de hoogste rechter van het land’ zit hier wel achter. De Hoge Raad is de hoogste instantie voor het strafrecht en voor het civiel recht, de Raad van State voor het bestuursrecht. De ene wil de ander graag opslokken. Niets menselijks is rechters vreemd.”

Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft ook als taak de Grondwet te beschermen, maar heeft in de afgelopen decennia aan belang ingeboet.

„Dat klopt. Niet alleen de Raad van State, ook Binnenlandse Zaken zou de hoeder van de Grondwet moeten zijn. Veel meer dan nu. Het ministerie stuurde vroeger de hele ambtenarij aan. Dat is verwaterd. Nu ligt er een wetsvoorstel van CDA en D66 om de rechtspositie van ambtenaren gelijk te trekken aan die van gewone werknemers. Ik ben daar mordicus tegen. Een overheidsdienaar treedt op namens zijn minister, maar hij moet hem ook kunnen tegenspreken. Hij heeft een autonome verantwoordelijkheid, daar past een betere rechtspositie bij. Binnenlandse Zaken zou zich daar sterker voor moeten maken en zich niet te veel laten ontfutselen. Daar ligt een schone taak voor de minister.”

Die taak is dan voor de opvolger van minister Donner, de voornaamste kandidaat om Tjeenk Willink bij de Raad van State op te volgen.

Binnen de Raad was verzet tegen de kandidatuur van Donner.

„Daar hoorde ik niet bij. Donner is een uitgebalanceerde man, een prima jurist. Hirsch Ballin en hij zijn prima juristen. Allebei goede kandidaten dus.”

Donner wilde tijdens de formatie de dissidente CDA-Kamerleden een verklaring laten tekenen dat ze zich zouden conformeren aan het congres. Ongrondwettelijk, zeiden critici, omdat een Kamerlid ‘zonder last’ moet opereren.

„Ik heb het er nooit met hem over gehad. Dus ik weet niet wat hij toen heeft uitgespookt. Als het waar is, ben ik heel verbaasd. Dat is niet overeenkomstig mijn staatsrechtelijk orthodoxe opvattingen.”

Kan deze man dan wel het staatsrechtelijk geweten van Nederland zijn?

„In het spel der politieke krachten kunnen soms rare dingen gebeuren. Het is volstrekt overdreven om aan dat incident, als het al waar is, zulke consequenties te verbinden. Dat Donner nu minister is, is ook geen probleem. De Raad van State is onderdeel van de krachtsverhoudingen op het Binnenhof. Daar horen ex-politici bij, met een goede politieke antenne. De Raad van State moet niet tegen windmolens vechten.”

Ook over de macht van het parlement wordt vaak gesproken. U heeft in het verleden talloze voorstellen tot versterking ervan gedaan. Is er iets mee gebeurd?

„Er is wel wat geprobeerd, maar het gaat moeilijk. Ik wil geen kritiek leveren op parlementariërs. We zijn allemaal kinderen van onze tijd. Politieke partijen zouden wel meer volksvertegenwoordigers moeten kiezen die daarmee aan de slag durven te gaan. Met vernieuwen. Er wordt gezegd: er is een kloof tussen burger en politiek. Ik zeg: wás die kloof er maar wat meer. Dan hadden we een parlement dat met meer zelfvertrouwen opereert, dat niet telkens achterom kijkt naar de burger en het kabinet.”

Wat zou de Tweede Kamer anders moeten doen?

„Ze richt zich helemaal op de departementen. Als daar een onderverdeling is tussen ruimtelijke ordening en milieu, is er in de Kamer ook zo’n onderverdeling. Defensie en Buitenlandse Zaken. Organiseer je anders, naar maatschappelijke vraagstukken. En mocht dit kabinet de rit niet uitzitten, dan moet je geen nieuwe verkiezingen uitschrijven. De Grondwet zegt niet voor niets dat een parlement voor vier jaar wordt verkozen. Dat komt de stabiliteit ten goede, je moet niet na twee jaar allerlei Kamerleden vervangen. Ons parlementair stelsel is zo creatief als maar kan. Ook als het nu misgaat is een reshuffle best mogelijk, misschien met een coalitie met VVD, CDA en PvdA, of je houdt een minderheidsvariant.”

U was in de tijd van Ruud Lubbers betrokken bij het beruchte Torentjesoverleg, met fractievoorzitters van de coalitie. Achteraf verfoeide u dat. Waarom?

„Ik ben een dualist in hart en nieren. Het parlement vormt het hart van de democratie . Die moet je niet buitenspel zetten. Een regeerakkoord moet beperkt zijn. Het huidige minderheidskabinet pakt tot dusver niet slecht uit. Er worden zaken gedaan met de oppositie en op het scherpst van de snede gedebatteerd. Helaas is niet elk debat nuttig. Die over Mauro, bijvoorbeeld, vond ik minder. [GroenLinks-Kamerlid] Tofik Dibi heeft ten koste van die jongen een bikkelhard politiek spel gespeeld.”

Hoekstra speelde ook in het CDA in de afgelopen decennia een belangrijke rol. Na het tijdvak-Lubbers begon voor zijn partij een periode van acht jaar oppositie. Toen Hoekstra voorzitter was van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA benoemde hij Ab Klink als directeur. „Het was een vruchtbare tocht door de woestijn, mede dank zij Klink. Het was heel goed voor het ordenen van ons gedachtegoed.” Hoekstra had zich in 2010 al verzoend met een nieuwe woestijntocht, tot zich ineens de kans voordeed om in een bijzonder kabinet toch in de Trêveszaal aan te schuiven.

Waarom stemde u tijdens het formatiecongres van het CDA voor samenwerking met de PVV?

„Omdat er tijdens de formatie allerlei andere combinaties waren afgetikt. En ik behoor niet tot de groep die vindt dat de PVV in de buitenste duisternis thuishoort. Ik heb het programma van de PVV goed gelezen en met de meeste onderdelen ben ik het roerend oneens. Het is mijn partij niet. Maar ze hadden een gigantische winst behaald. En Wilders was zo behendig om via een bepaalde variant aan te schuiven. Dat Klink en Hirsch Ballin er zo tegen waren, telde wel zwaar voor mij. Ik heb ze tijdens het congres opgezocht, achterin de zaal. Ook sprak ik met hun vrouwen. Toen merkte ik dat het diep zat. Te diep. We moeten de PVV gewoon bestrijden in de Tweede Kamer, met het floret van argumenten.”

En dat gebeurt nu voldoende?

„Dat zou nog wel wat beter kunnen. Fractievoorzitter Sybrand van Haersma Buma is een heel rustige, afgewogen man. Ik moet terugdenken aan 1982, Bert de Vries was toen fractievoorzitter. Hij had het ook moeilijk toen Lubbers I bikkelhard beleid uitvoerde.”

De problemen met de euro raken de kern van het kabinetsbeleid. Wilders is tegen alles wat uit Europa komt. Blijft dit goed gaan?

„Wat nu gebeurt met de euro is zorgelijk, heel zorgelijk. Ik ben erg voor meer Europese samenwerking. Nog steeds. Door de verrassende verwerping van de Europese grondwet, na het referendum van 2005, bleek dat er te veel een ‘Europa van de elite’ was ontstaan. Er werd heel populistisch over Europa gedebatteerd, dat het te duur is, dat Europa niet deugt. Zo’n referendum moet er dus niet weer komen. Dan gaat het populisme de boventoon weer voeren.”

Dan creëer je toch opnieuw een Europa van de elite?

„Dan kan de kiezer de partijen daar tijdens gewone verkiezingen op afrekenen. Ik geloof niet dat Wilders principieel anti-Europees is, maar uit populistische redenen. Nederland is als handelsland met alle vezels met Europa verbonden. Dat ziet hij ook wel. Die man is niet dom.”

Vanuit de Raad van State bracht u prinses Máxima de beginselen van het staatsrecht bij. Adviseert u haar nog steeds?

„Nee. Dat is niet meer nodig.”

En de koningin?

„Nou, ik ben ook voorzitter van de Hoofdcommissie van Overleg voor de Koninklijke Hofhouding. Die ziet toe op de rechtpositie van het personeel. Zo blijf ik goed op de hoogte.”

Moeten we rekening houden met een snelle abdicatie?

„Ik verwacht geen abdicatie.”

Dat gaat toch een keer gebeuren?

„Een keer. Dat kan. Maar het kan ook zijn dat het natuurlijk gebeurt. Al die gedachtengangen die ik hier altijd over lees. Nee hoor, dat zou best nog eens heel lang kunnen duren. Nederland is vrij uniek. Denemarken, Noorwegen, Groot-Brittannië zijn echte monarchieën. Daar ga je dood in het harnas. Trouwens, bij ons stierf Willem III ook in het harnas, Wilhelmina heeft 50 jaar gezeten, Juliana 32 jaar. Beatrix nu 31 jaar. Nee hoor, zolang die kindjes op de Eikenhorst nog zo klein zijn, zou ik zeggen: doe nog maar niet.”

En die mevrouw heeft er nog steeds plezier in?

„Zeker.”

    • Herman Staal