De euro afschaffen? Veel te pijnlijk

Het is onduidelijk hoeveel Nederland is gegroeid door de euro. EU-leden buiten de muntunie deden het beter de laatste jaren. Maar stoppen met de euro lijkt te duur. Toch maken bedrijven in Nederland zich zorgen over het zwarte gat.

A one euro coin is melted with a welding torch in this photo illustration taken in Bern November 8, 2011. REUTERS/Michael Buholzer (SWITZERLAND - Tags: BUSINESS) REUTERS

Wee degene die de baten van de euro in twijfel durft te trekken. De euro bracht ons de welvaart die we nu hebben, zo klinkt het met de regelmaat van de klok op het Binnenhof. Of het nu premier Rutte (VVD) is, minister De Jager van Financiën (CDA), werkgeversvoorzitter Bernard Wientjes of ‘eurovriendelijke’ politici als Job Cohen (PvdA) en Alexander Pechtold (D66). Terugkerende boodschap: zonder de euro had ons land er veel slechter voor gestaan.

De munt is van „ongelooflijk groot belang voor Nederland”, zei premier Rutte onlangs. Van onze welvaart wordt 70 procent verdiend in het buitenland, zei hij. Van onze export gaat 70 procent naar landen uit de eurozone.

Toch zijn de voordelen van de euro niet zo evident als sommige politici graag schetsen. Wat is de waarde van je export als je klanten dat met leningen van jou betalen? En hoe bereken je de meerwaarde van een muntunie als je het niet kunt vergelijken met een Europa zonder muntunie? De stelligheid en grote getallen die genoemd worden om de zegeningen van de euro te bezingen worden niet door cijfers geschraagd.

In een recente studie kwam het Centraal Planbureau tot de slotsom dat vooral de interne markt Nederland welvaart heeft gebracht. Het afbreken van handelsbarrières en het vrije verkeer van kapitaal, goederen en diensten heeft de gemiddelde Nederlander ongeveer één maandsalaris opgeleverd. De winst van invoering van de euro is minder duidelijk dan die van de interne markt; „hoogstens een weeksalaris”, aldus het CPB.

Hoeveel economische groei bracht de euro ons? Volgens Ivo Arnold is dat een lastige vraag. Na de introductie kwam een enorme kapitaalstroom van Noord- naar Zuid-Europa op gang. „Maar dat werd niet goed geïnvesteerd.” Het geld ging niet naar fabrieken, maar naar een speculatieve huizenmarkt (Spanje) of een verkwistende overheid (Griekenland).

„Veel bewijs voor een productiviteitsverhogend effect van de euro is er niet”, zegt Arnold. En dat de Britse economie bovengemiddeld groeide, kwam door de bovenmatig grote financiële sector. „De grotere balansen van banken tellen mee in de groeicijfers. Het lijkt of de economie sterk groeide, maar het zijn vooral de groeiende risico’s in het bankwezen die daar achter schuil gaan.”

Een blik op de groeicijfers binnen en buiten de eurozone levert een gemengd beeld op (zie grafiek). De laatste tien jaar groeiden Zweden, Noorwegen, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk allemaal sneller dan de Nederlandse economie. Dat deden zij zonder euro. Nederland doet het beter dan het gemiddelde Europese land, maar weer slechter dan het gemiddelde van de 34 rijkste OESO-landen. Hoezo welvaart?

Dat er twijfels zijn over het groei bevorderende vermogen van de euro betekent nog niet dat het opgeven van de munt iets oplost. „De relatie is asymmetrisch”, zegt econoom Arnold. „Het afschaffen van de euro kan welvaartsverlies opleveren, want het zal gepaard gaan met het verlies van de interne markt. Alleen als je de euro kon afschaffen zonder het verlies van de interne markt, was het het overwegen waard. Maar dat is geen reële aanname.”

De Britse topeconoom Mark Cliffe van ING schreef in juli vorig jaar een rapport over de kosten van het uiteenvallen van de eurozone. Voor zover het kan bereikte het rapport in de financiële wereld bestsellerstatus. Cliffe beschreef wat de gevolgen van wat hij toen het ondenkbare noemde. Gisteren verscheen een actualisering van het rapport. Inmiddels acht de Britse econoom van ING het uiteenvallen van de eurozone niet langer ondenkbaar. „De kosten om de monetaire unie intact te houden zijn gestegen, maar de kosten om dat niet te doen ook”, schrijft Cliffe.

Mocht de muntunie uiteen vallen dan zouden investeerders in rap tempo kapitaal wegtrekken, wisselkoersen zouden stuiteren. De bedrijvigheid valt stil en de druk op overheden om nog ingrijpender te bezuinigen neemt toe. De economische groei zou volgens Cliffe met 7 tot 13 procentpunten afnemen, de werkloosheid zou snel en hard stijgen.

Eurosceptische economen, als de voormalig hoofdeconoom van HSBC Roger Bootle, menen dat de pijnlijke transitieperiode nodig is om na het uiteenvallen een gezonde Europese economie op te bouwen. Onzin, zegt Cliffe. De effecten zijn langdurig, in 2016 zal de totale productie in de eurozone circa 10 procent lager liggen dan nu. Met andere woorden: de winst van de euro is niet duidelijk, maar ermee stoppen lijkt geen optie.