Buma/Stemratjes

Grappig dat zo’n Jochem Gerrits, het deze week teruggetreden bestuurslid van Buma/Stemra, afgelopen woensdagavond zo glorieus door de mand lazerde. Prettig stukje journalistiek van Pownieuws. Voor wie het niet gezien heeft: een meneer componeerde een melodietje voor een spotje. Later ontdekte hij dat het muziekje zonder zijn toestemming op miljoenen dvd’s stond. Dit meldde hij aan de organisatie die zijn belangen op dit gebied behartigt. De Buma/Stemra dus. Deze deed er niks mee. De meneer klaagde een aantal jaren steen en been en vroeg aan de Buma/Stemra waarom er met zijn klacht niks gebeurde. Dat wisten ze daar ook niet. Tot het bestuurslid Gerrits meldde dat hij wel iets wilde doen mits hijzelf een derde van het geld kreeg. We hebben het over meer dan een miljoen euro. Meer dan drie ton voor de donderdag teruggetreden Jochem dus. Inmiddels is het Buma/Stemra-bestuur zo verdeeld als Ajax omdat een deel van deze heren de handelwijze van Gerrits volkomen normaal vindt. Zo doen ze dat in de muziekwereld, die vergaat van de Porsche-rijdende cowboys.

Het is een gotspe dat de betreffende componist het melodietje oorspronkelijk voor de stichting Brein had gecomponeerd. Deze stichting waarschuwt de dvd-kijkers tegen illegale kopieën. Onder het motto: de makers hebben recht op hun geld! Dit maakt de zaak extra grappig.

Tijdje geleden schreef de Volkskrant een aantal stukken over de Buma/Stemra en daar steeg een onwelriekende putlucht uit op. Vooral de rol van de muziekuitgevers kwam dubieus over. Ik begrijp al jaren dat deze types stevig delen in de opbrengsten van de tekstschrijvers en componisten. Veel liedjesmakers hebben levenslang. Ooit in jeugdige overmoed getekend.

Ik vrees dat het in de arm nemen van een muziekuitgever handig is als je als artiest groot internationaal werkt. Dus stel dat in mijn geval Flappie zowel in Maleisië als Hongarije een aantal weken op 1 in de Top Veertig had gestaan, dan moet de poen in die landen worden opgehaald. Daar heb je dan een uitgever voor. Handig. En die vangt dan wat. Lijkt me terecht. De uitgever belooft ook vaak zijn best te doen om met je nummers de hort op te gaan, maar van de meeste componisten en tekstschrijvers heb ik begrepen dat dat wel meevalt. Ze innen als het ergens een hit is. Verder zijn er allerlei manieren om via een half ingevuld notenbalkje voor een melodietje flink te incasseren.

Of ik een uitgever heb? Natuurlijk niet. Waarom niet? Komt door mijn vader. Eind jaren zeventig van de vorige eeuw schreef ik voor het studentencabaretje van mijn zusje het liedje Flappie. De avond dat de dames het zongen werd dat een hit in de zaal en voor ik het wist zong ik het zelf in piepkleine theatertjes. Mijn platenmaatschappij zei: „Dat moet je op single zetten”. Al snel meldde zich een uitgever. Ik zie de man nog zitten in de onbeschrijflijke tyfuszooi van mijn studentenkamer. Hij vertelde wat een uitgever deed en wat hij voor mij kon betekenen. Hij kon met Flappie naar Polen, Alaska, Duitsland, Portugal. Als ik bij hem tekenende dan was dat uiteraard voor al mijn werk. Dat sprak voor zich. Ik was oprecht vereerd, maar zei dat ik er toch nog even een nachtje over wakker wilde liggen. Omdat ik in die tijd regelmatig bij mijn ouders at kwam het aanbod van de uitgeverij ter sprake. Mijn vader zweeg. Ik hoorde hoe ik mezelf vast lulde. Toen ik begon over de Portugese vertaling en dat heel Brazilië Portugees sprak, glimlachte hij. Meer niet.

„Je moet alleen elk jaar met ze afrekenen”, sprak hij overduidelijk, „en Flappie wordt nooit een hit in Nieuw-Zeeland of waar dan ook”.

Minimaal een keer per week moet ik om de zaak, die veertig jaar geleden speelt, nog grinniken. Komt door de naam van die man. Toen ik die noemde lachte mijn vader alleen maar. Hoe hij heette? De Raaf!